nieuws

Afmelden kenteken zonder medeweten verzekerde kost verzekeraar

Archief

geld

Een autoverzekerde krijgt een aanrijdingsschade. De verzekeraar wijst de schade af wegens het niet (tijdig) betalen van de premie en meldt het kenteken af zonder de verzekerde daarvan in kennis te stellen. De verzekerde pikt dit niet en beklaagt zich bij de Raad van Toezicht op het schadeverzekeringsbedrijf.
De verzekerde heeft via zijn tussenpersoon op 18 januari 1994 een wa-autoverzekering gesloten voor zijn VW-Golf met bouwjaar 1982. Op 3 mei 1995 wordt het verzekerd object gewijzigd in een Opel Kadett met bouwjaar 1985. De aanvullende premie tot de prolongatiedatum 18 januari 1996 bedroeg / 59,02.
Op 28 augustus 1995 vindt een aanrijding plaats, omdat verzekerde geen voorrang verleent. Hij wordt door de tegenpartij aansprakelijk gesteld voor de wa-schade van / 10.000. Zijn verzekeraar wijst de schade af, omdat de aanvullende premie niet (tijdig) is betaald en op de aanrijdingsdatum geen WAM-risico door de verzekeraar werd gelopen.
Overboeking
De verzekerde stelt dat de aanvullende premienota van zijn tussenpersoon medio juni 1995 binnengekomen is. Door omstandigheden is de nota aan zijn aandacht ontsnapt. Op 25 augustus ontving hij van verzekeraar bericht dat de auto niet langer verzekerd was en dat de dekking hersteld zou worden na ontvangst van de premie. Op 28 augustus heeft hij om 14.05 uur aan zijn bank opdracht gegeven het bedrag telefonisch over te maken naar zijn tussenpersoon. Enkele uren later heeft de aanrijding plaatsgehad. Nadien heeft hij te horen gekregen dat de overboeking pas op 29 augustus is uitgevoerd wegens een technische storing. Dat is door de bank schriftelijk bevestigd.
De verzekerde vindt dat de aanrijdingsschade niet mag worden afgewezen door verzekeraar. Hij beroept zich op de Ombudsman Schadeverzekering die een volledige afwijzing van de schade ,,een te zware sanctie” vindt. ,,De Ombudsman heeft geadviseerd om de schade naar rato van de wel betaalde premie te vergoeden”, aldus verzekerde. Dat zou inhouden dat 9,6% van de schade voor zijn rekening komt.
Verder beroept verzekerde zich erop dat de eerste aanmaningsbrief van de tussenpersoon van 7 augustus niet tijdig door hem is ontvangen. Het bestaan van deze brief is volgens hem aan het licht gekomen toen de verzekeraar naar deze aanmaning heeft verwezen. In deze brief is tevens geen melding gemaakt van de gevolgen van een niet-tijdige premiebetaling.
Laakbaar vindt verzekerde dat de verzekeraar al op 28 juli 195 zijn kenteken heeft afgemeld bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer, zodat er op de dag van de aanrijding geen WAM-dekking meer was. Ook dit feit is in de aanmaningsbrief van de tussenpersoon niet vermeld, aldus de verzekerde.
Niet acceptabel
De verzekeraar stelt zich op het standpunt dat verzekerde drie keer is gemaand de aanvullende premie te betalen en dat de gevolgen van niet-betaling nu voor zijn rekening komen. ,,Verzekerde heeft heeft willens en wetens het risico genomen dat er bij schade geen dekkking zou zijn”, aldus de maatschappij.
Het advies van de Ombudsman heeft verzekeraar niet opgevolgd, omdat een pro-ratovergoeding hem in een ,,zeer zwakke positie” plaatst ten opzichte van wanbetalers. En dat is niet acceptabel, stelt de verzekeraar.
Dat de telefonische overboeking niet op tijd is uitgevoerd door technische problemen bij de bank, acht de verzekeraar niet van belang. ,,Problemen die bij het aanbieden van de betaling kunnen ontstaan zijn voor rekening en risico van de verzekeringnemer die het op het laatste moment laat aankomen.”
De verzekeraar betoogt bovendien dat de overboeking nooit op dezelfde dag zou zijn bijgeschreven vanwege het (te) late tijdstip van aanbieding. Bij navraag heeft de bank meegedeeld dat een overboeking die vóór 13.00 uur aangeboden wordt, dezelfde dag wordt bijgeschreven op de rekening van de begunstigde. ,,Niet uitgesloten is dat de Ombudsman zich ten onrechte door deze gedachte heeft laten leiden”, aldus de verzekeraar.
Fundamentele zaken
In de beoordeling van deze klacht heeft de Raad van Toezicht op het Schadeverzekeringsbedrijf zich laten leiden door twee fundamentele zaken. In de eerste plaats meent de Raad dat de verzekeraar ten onrechte het kenteken heeft afgemeld zonder de verzekerde daarvan in te lichten in de eerste aanmaningsbrief. Door zo te handelen heeft verzekeraar de goede naam van het schadeverzekeringsbdrijf geschaad, aldus de Raad.
Anderzijds acht het college verdedigbaar dat de wa- schade door verzekeraar is afgewezen. Het advies van de Ombudsman om een pro-ratovergoeding te geven, doet daaraan volgens de Raad niets af. Bovendien is de Ombudsman (ten onrechte) er vanuit gegaan dat de telefonische overboeking zonder technische storing wel tijdig zou zijn uitgevoerd door de bank.
De Raad geeft verzekeraar in overweging de helft van de schade van de tegenpartij onder de wa-dekking te vergoeden.
Raad van Toezicht op het Schadeverzekeringsbedrijf, uitspraaknr. III-98/6, klachtnr. 248.98

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.