nieuws

Accountant Deloitte & Touche aansprakelijk voor schade Vie d’Or

Archief

Accountantskantoor Deloitte & Touche is aansprakelijk voor schade van polishouders in het faillissement van levensverzekeraar Vie d’Or. Zo luidt het oordeel van de rechtbank in Den Haag in een civiele procedure, aangespannen door de Stichting Vie d’Or en de curatoren. De stichting die 11.000 polishouders vertegenwoordigt, raamt de schade – gesteund door rapporten van KPMG – op f 197,5 mln.

De accountants van Deloitte & Touche (Wijnands, Thijssen en Van Reeuwijk) hebben volgens de rechter “gehandeld in strijd met de voor de beroepsgroep geldende normen en gedragsregels”. Zozeer zelfs dat de rechtbank daaraan de conclusie koppelt dat “onrechtmatig is gehandeld jegens de polishouders van Vie d’Or”.
Essentieel in de uitspraak is dat de rechter een causaal verband ziet tussen het onrechtmatig handelen en de schade van de polishouders. “Het onrechtmatig handelen van de accountants, bestaande uit het onvoldoende uitvoering geven aan hun controlerende en informerende taken, heeft een risico – meer concreet: een situatie van insolventie – in het leven geroepen dat schade voor derden zou ontstaan. Dit risico heeft zich uiteindelijk verwezenlijkt: Vie d’Or is gefailleerd en de verplichtingen van de maatschappij jegens de polishouders zijn gekort en overgedragen aan Twenteleven.”
Misleidend
De eis van de Stichting Vie d’Or tegen Deloitte & Touche richtte zich met name op het handelen van de accountants met betrekking tot de verslagjaren 1989 tot en met 1992. Over de eerste drie jaren was Wijnands de behandeld accountant, over 1992 was dat Thijssen, met assistentie van Van Reeuwijk.
De accountants blijken “geen deugdelijke controle” te hebben uitgevoerd. In het vonnis wordt dat nader gespecificeerd: “De administratie van Vie d’Or voldeed op wezenlijke onderdelen niet aan de eisen, zoals de rekening-courantverhouding met tussenpersonen, de afsluit- en incassoprovisies en de controle op de betaalde provisie à f 10,5 mln voor productontwikkeling, via een Arubaanse vennootschap aan een van de tussenpersonen van Vie d’Or. Ondanks de materiële gebreken hebben de accountants de jaarrekeningen over 1989, 1990, 1991 en 1992 van een goedkeurende verklaring voorzien.”
Een tweede kritiekpunt betreft de informerende taak richting de raad van commissarissen en de Verzekeringskamer. De commissarissen zijn onvoldoende ingelicht over: de administratieve gebreken, de provisies voor productontwikkeling, de gerechtvaardigde twijfel aan de zakelijkheid van provisie-overeenkomsten met tussenpersonen én de niet-zakelijke financiering van aan directeur Frans Maes gelieerde vennootschappen en de administratieve verwevenheid daarmee. Verder werd in juni 1993 aan de Verzekeringskamer gemeld dat de door de toezichthouder geëiste aflossing op vorderingen op Maes-vennootschappen had plaatsgevonden, zonder daarbij te melden dat de vorderingen door nieuwe betalingen aan die vennootschappen niet substantieel waren gedaald. “Een misleidende mededeling”, zo kwalificeert de rechter nu.
Per individu
Volgens de Haagse rechtbank is aannemelijk geworden dat zorgvuldig handelen van de accountants had geleid tot het duidelijker en dwingender aan de oppervlakte komen van de problemen, tot eerder en ingrijpender maatregelen van de Verzekeringskamer en tot betere perspectieven voor overname van Vie d’Or. “Het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen en de schade van de polishouders is daarmee gegeven.”
De rechtbank vindt dat de schade verhaalbaar is op Deloitte & Touche, voorzover de verzekeringnemers hun polis hebben overgedragen aan Twenteleven of nog gaan overdragen en voorzover zij die polis niet hebben afgekocht. De curatoren van Vie d’Or zijn niet-ontvankelijk verklaard en kunnen dus niet op schadevergoeding rekenen.
De Stichting Vie d’Or raamt de schade op f 177 mln, exclusief wettelijke rente vanaf 1 augustus 1994 (de datum van de overdracht naar Twenteleven) waardoor het bedrag op f 197,5 mln komt. De stichting baseert zich hierbij op rapporten van KPMG: “rapportages die de rechtbank niet onjuist voorkomen”, zo zegt het vonnis. Wel vindt de rechtbank de methode van schadeberekening te globaal. De schade zal per polishouder moeten worden vastgesteld, rekening houdend met de individuele omstandigheden.
De rechtbank maakt nog wel korte metten met de eis van Deloitte & Touche om van de schade een bedrag af te trekken wegens genoten voordelen op aandelenbeleggingen. “Polishouders die bij hun overgang naar Twenteleven zijn overgestapt op een unit-linkedverzekering hebben geprofiteerd van aanzienlijk gestegen beurskoersen”, zo redeneren de accountants. “Dit voordeel kan niet gezien worden als een gevolg van het onrechtmatig handelen van de accountants”, aldus de rechters.
Actuaris
Certificerend actuaris Heijnis & Koelman – in de persoon van Cor Kraak – komt met de schrik vrij. De actuaris krijgt immers ook het verwijt onrechtmatig te hebben gehandeld, maar van aansprakelijkheid is geen sprake. “De tekortkomingen van de actuaris hebben onvoldoende zelfstandig gewicht om de conclusie te rechtvaardigen dat die tekortkomingen (mede) hebben geleid tot de deconfiture van Vie d’Or”, zo luidt het vonnis.
De verwijten zijn dat de actuaris in een actuarieel rapport aan de opdrachtgever niet heeft gewaarschuwd voor de uitgeholde winstcapaciteit en de financiële positie van Vie d’Or en dat hij over de jaren 1989 en 1990 in het geheel geen rapport heeft uitgebracht aan de raad van commissarissen. “In strijd met de normen en gedragsregels van de beroepsgroep en onrechtmatig tegenover de polishouders”, zo concludeert de rechtbank. Verzachtende omstandigheden zijn dat Heijnis & Koelman, vanaf de oprichting van Vie d’Or, in 1985 als extern actuaris betrokken bij de Veldhovense levensverzekeraar, de relatie met Vie d’Or op 30 mei 1991 per brief heeft opgezegd. “Geruime tijd voor de deconfiture”, aldus de rechters. “Op een moment dat de situatie weliswaar zorgelijk was, maar niet hopeloos en zonder acute dreiging voor het voortbestaan van Vie d’Or.” Verder neemt de rechtbank in het oordeel mee dat de actuaris “wel degelijk bedenkingen heeft geuit over de zorgelijke situatie”. Daar werd niet naar geluisterd, wat voor Heijnis & Koelman reden was de relatie te beëindigen.
Geen blaam
Toezichthouder de Verzekeringskamer (VK) – en in het kielzog de Staat der Nederlanden – valt volgens de Haagse rechtbank geen verwijt te maken. Volgens de rechtbank waren er op het moment van vergunningverlening aan Vie d’Or geen aanwijzingen dat de bestuurders Frans Maes en Gerard van Santen – volgens de Stichting Vie d’Or niet behept met kennis van verzekeren respectievelijk onbetrouwbaar – niet voldeden. Verder pleit de rechtbank de toezichthouder vrij door te stellen dat hij geen taak heeft bij vaststelling of certificering van jaarrekeningen van een verzekeraar. “De VK moet aan de hand van de ingediende jaarrekeningen de solvabiliteit beoordelen.” Ook is de VK al in een vroeg stadium – vanaf september 1991 – in actie gekomen met formele aanwijzingen en eis voor financieringsplannen.
In het opzeggen van een garantieovereenkomst door Merrill Lynch valt de toezichthouder evenmin iets te verwijten, zo vindt de rechtbank. Merrill Lynch zegde die overeenkomst in december 1993 op, enkele dagen nadat de VK de noodregeling over Vie d’Or had afgeroepen. “De VK heeft niet anders kunnen handelen dan zij heeft gedaan, althans dit handelen kan niet gekwalificeerd worden als wanbeleid.”
Het vonnis vervolgt: “Uit vorenstaande volgt dat de VK niet onrechtmatig heeft gehandeld. Ook indien de verwijten in onderling verband worden bezien, kan niet worden geoordeeld dat de VK zich niet als een redelijk handeld toezichthouder heeft gedragen. Hoewel op een aantal punten achteraf is onderkend dat wellicht beter actiever had kunnen worden opgetreden, acht de rechtbank de handelwijze van de VK niet onrechtmatig.”
Verheugd
De Stichting Vie d’Or toont zich in een eerste reactie verheugd. “Met dit vonnis is de aanspraak van de polishouders op vergoeding van hun schade in beginsel vastgesteld.” Woordvoerder Hans van Ronkel benadrukt evenwel dat tegen de uitspraak nog wel beroep mogelijk is. Verder herhaalt hij de wens van de stichting om tot een schikking te komen. “De schade is wel individueel vast te stellen, maar eventuele vervolgprocedures kosten veel tijd en geld.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.