nieuws

Aardappel

Archief

Het gaat de NBVA buitengewoon goed. Dat stelde voorzitter Rob Groenemeijer tijdens de jongste nieuwjaarsbijeenkomst. Het ledental is in 2007 weliswaar met veertig afgenomen, maar zit sinds enkele maanden weer in de lift. “Van 952 nu op naar de duizend!”, riep Groenemeijer.

Niet duidelijk werd of het nemen van zo’n drempel iets wezenlijks verandert in het functioneren van de NBVA. Ja, het potje met lidmaatschapsbijdragen wordt dan wat voller. Maar verder? Neemt het gewicht van de NBVA in besprekingen met verzekeraars, banken of overheden hiermee substantieel toe? Wordt het lidmaatschap van de NBVA in de ogen van een klant waardevoller?
Die antwoorden bleef Groenemeijer schuldig. Zoals hij ook aangaf geen idee te hebben hoe het intermediaire landschap er over enkele jaren uitziet of idealiter uit zou moeten zien. “Het is al mooi als we de relevante zaken weten te benoemen”, stelde hij onthutsend visieloos vast.
Zijn meest vooruitstrevende stelling was nog dat “er geen plaats meer is voor elementen die wantrouwen oproepen”. Maar o wee als dan termen als provisie en bonusprovisie de revue passeren. Dan volgen ineens kreten als: “het ene tandwiel zet andere in beweging en het weghalen van één wiel verstoort marktmechanismen” of “de term provisie mag in de ban, niet het systeem”.
Een andere hete aardappel liet Groenemeijer eveneens onaangeroerd: de weer actueel geworden vraag of een fusie tussen de NVA en de NBVA zinvol en daarmee wenselijk is. Vooral aan NBVA-zijde zijn er twijfels over de wenselijkheid. Die worden in grote mate gevoed door het veronderstelde cultuurverschil, onder meer door de aanwezigheid van grote makelaars bij de NVA.
Anderzijds erkent toch ook menig NBVA-lid dat veel tijd, kennis en geld wordt verspild door werk in Tiel en Amersfoort dubbel te doen. Ook zien zij in dat een branchevereniging met zo’n tweeduizend leden meer in de melk brokkelt dan twee clubs van elk nog geen duizend.
Voordeel van twéé clubs is dat assurantiekantoren kunnen kiezen. Maar dan moet er wel iets te kiezen zijn! En aangezien de Tielse en Amersfoortse bestuurders steeds vaker samen optrekken, is dat minder en minder het geval.
Een bijkomend fusieargument geeft de NBVA zelf. Op de eigen website staat: “86% van de consumenten vindt het belangrijk dat een verzekeringsadviseur is aangesloten bij een overkoepelende brancheorganisatie (Nipo)”. Zo’n lidmaatschap is dus een kwaliteitslabel en daarmee een commercieel middel. Benieuwd hoeveel procent van de consumenten het label nu herkennen? Krachtenbundeling is ook hier geen overbodige luxe.
In 1984 was 94% van de leden van de NVA en 75% van de leden van NBVA al vóór een fusie tussen beide intermediaire koepels. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat het een kwart eeuw later nog niet tot die VNA (Vereniging van Nederlandse Assurantiekantoren) is gekomen. Groenemeijer kan historie schrijven door de NBVA in 2008 mee te loodsen richting Amersfoort. Zijn NVA-collega Bob Veldhuis wil wel. Sterker nog, die beschouwt de fusie als zijn missie.
En over een voorzitter hoeft niet te worden gesteggeld. Een krachtige man met kennis van de intermediaire verzekeringswereld is per direct beschikbaar: Johan van der Werf!
Henri Drost

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.