nieuws

Aansprakelijkheid vast startpunt bij St. Paul

Archief

door Richard Vroom

Waar diverse Nederlandse verzekeraars zich door grote overnames snel een stevige positie op de Amerikaanse markt verwerven, plegen Amerikaanse verzekeraars hun entree in Europa via de pioniersweg aan te pakken. Een goed voorbeeld daarvan is het concern St. Paul Companies, dat in het begin van de jaren negentig in Groot-Brittannië een springplank (St. Paul International) voor de Europese markt neerzette.
Eind 1995 werd in Nederland het eerste filiaal op het vasteland geopend. “Dat in Nederland de eerste vestiging op het continent werd gevestigd, heeft vooral te maken met het feit dat de structuur van de verzekeringsmarkt alhier de meeste overeenstemming met die van Groot-Brittannië vertoont”, verklaart Edwin Meyer, algemeen directeur van de Nederlandse vestiging van St. Paul International.
Meyer, een schadepreventie-ingenieur, is sinds maart vorig jaar belast met de binnenlandse expansie van St. Paul, dat in Amerika een miljardenbedrijf is, maar hier nog maar net de kinderschoenen is ontgroeid.
Directiewisselingen
In haar minder dan vijfjarige bestaan heeft het bedrijf al een paar maal een wisseling van de wacht meegemaakt. In de eerste jaren werd de Amsterdamse vestiging van St. Paul, destijds gehuisvest in het World Trade Center, geleid door mr. Marie-Louise Polm. Zij werd begin 1998 opgevolgd door de van Chubb afkomstige Bert van der Vossen. Maar voordat Van der Vossen vaart achter de uitbreiding van St. Paul kon zetten, werd hij – amper enkele maanden na zijn overstap – door Chubb gevraagd om daar algemeen directeur van de Nederlandse vestiging te worden.
Na diens vertrek duurde het tien maanden voordat de opvolging werd geregeld in de persoon van Edwin Meyer. Hij licht toe: “In die periode fungeerde de Zweed Hakan Schnipper als interim-manager. Schnipper was van begin af aan vanuit onze Europese organisatie nauw betrokken bij het opzetten van St. Paul in Nederland.”
Opbouwfase
St. Paul International zetelt inmiddels op de zevende verdieping van het tal van verzekeringsbedrijven herbergende gebouw Ringpark, aan de Nachtwachtlaan in het westelijk deel van Amsterdam. Meyer: “Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt met name voor hoger gekwalificeerde medewerkers, hebben wij het personeelsbestand fors kunnen uitbreiden in het afgelopen jaar. Inmiddels telt St. Paul 28 medewerkers.”
De maatschappij, die zich concentreert op brand- en (vooral) aansprakelijkheidsverzekeringen in specifieke marktsegmenten, werkt uitsluitend via het intermediair, hetgeen in de actuele praktijk neerkomt op ruim veertig assurantiemakelaars.
Momenteel komt nog 70 à 80% van de productie via de grote beursmakelaars. Meyer: “Wij willen ook graag werken met assurantiemakelaars in de provinciale markt, maar het is voor een maatschappij in de opbouwfase erg prettig om met grote beursmakelaars zaken te doen, omdat deze met de opmaak van polissen en bij de schaderegeling heel veel werk voor hun rekening kunnen nemen.”
Meyer beseft dat er nog heel wat moet gebeuren om de naamsbekendheid op het gewenste peil te krijgen. “Wij hebben het pas goed gedaan, als de provinciale tussenpersoon gaat afwegen: kan ik hiervoor St. Paul bellen of (nog) niet.” Hij verheelt niet, dat er dan toch wel sprake moet zijn van een zodanig premievolume, dat er voor beide partijen een toegevoegde waarde is.
Voor dit jaar verwacht Meyer dat St. Paul in Nederland zal uitkomen op een brutopremie-inkomen van circa f 57 mln, een voortzetting van de groei gezien de f 46 mln in het afgelopen jaar en f 24 mln in 1998.
Niches
Het concern St. Paul hanteert wereldwijd een duidelijke nichestrategie, waarbij in alle landen dezelfde ‘nichenamen’ worden gehanteerd. Zo wordt bijvoorbeeld in de gezondheidszorg geopereerd onder het label ‘Promedica’, in de overheidssfeer met ‘Populus’, bij vrije beroepers met ‘Scriptor’, en bij hoogwaardige technologische bedrijven met ‘Techsure’.
Meyer “In de wereld van de gezondheidszorg worden wij vaak als ‘ziekenhuisverzekeraar’ bestempeld. Dat zijn we ook wel in belangrijke mate, maar we richten ons nadrukkelijk ook op andere risico’s in de medische sector, zoals uiteenlopende instellingen van gezondheidszorg en bedrijven die medische apparatuur/hulpmiddelen ontwikkelen en verkopen, alsmede de verzekering van medisch wetenschappelijk onderzoek. Voor instellingen als ziekenhuizen is de allerbelangrijkste functie van onze rol als verzekeraar en riskmanager: de bescherming van de goede naam. Het gaat vooral om preventie en risicobeheersing. Verzekeringen vormen echt het laatste stuk in dat geheel.”
Overheid
St. Paul is van huis uit gespecialiseerd op het terrein van de aansprakelijkheid en derhalve vertrouwd met de specifieke risico’s die de overheid op diverse niveaus loopt. “Die vuurwerkramp in Enschede is een goed voorbeeld van wat er allemaal op gemeentes kan afkomen. Dat geldt met name in de sfeer van vergunningen. Wat moet een ambtenaar allemaal weten in dat ingewikkelde proces?”
Naar aanleiding van ‘Enschede’ bestaat bij grotere gemeentes een duidelijke behoefte om de aansprakelijkheidslimiet, die in veel gevallen f 5 mln bedraagt, fors omhoog te brengen. “Voor ons is het geen probleem om die limiet voor grotere gemeentes op f 25 mln te brengen en zonodig nog aanzienlijk hoger.”
In die overheidsmarkt komt St. Paul vooral Centraal Beheer en de onderlinge AOG als concurrent tegen. Maar concurrenten zijn ook collega’s, zoals Meyer onderstreept met een compliment: “Als er op het terrein van de overheidsaansprakelijkheid gecompliceerde zaken spelen, is er meestal nog wel iemand bij Centraal Beheer te vinden die de wetgeving weet uit te leggen.”
Vrije beroepers
Voor de doelgroep van de vrije beroepsbeoefenaren heeft St. Paul het label Scriptor. Tot de rijkgeschakeerde categorie van zelfstandige ondernemers behoren ook de assurantietussenpersonen. Verzekert St.Paul ook hun beroepsaansprakelijkheid? Hoewel het een punt van overweging is, lijkt de kans hierop niet groot, zo laat Meyer doorschemeren. “Om het even kort door de bocht te zeggen: het lijkt niet verstandig om je zakelijke partners te verzekeren. Dat kan tot allerlei vervelende situaties leiden en die moet je niet zoeken.”
Meyer en consorten zien de doelgroep van de vrije beroepers als een absolute groeimarkt. “Onze productmanager voor Scriptor, Jeroen Eelzak, heeft er onlangs tijdens een presentatie op gewezen dat de wereldeconomie wordt beheerst door slechts duizend productiebedrijven. Voor de rest gaat het om ‘service-industrie’. Tegenover een doorlopende afname van productiebedrijven staat een sterke toename van dienstverlenende bedrijven. Er is dus een steeds grotere markt voor beroepsaansprakelijkheid van allerlei adviseurs.”
In dit verband wijst Meyer erop dat een niche als die van de vrije beroepsbeoefenaren zó breed geschakeerd raakt, dat je daarbinnen aparte segmenten gaat onderscheiden. “Er bestaan vanzelfsprekend verschillen in de behoeften van bijvoorbeeld notarissen en van internet-serviceproviders.”
Bij een nichestructuur zoals die door St. Paul wordt gehanteerd, is het soms de vraag in welke niche je bepaalde doelgroepen onderbrengt. Zo zou je ervoor kunnen pleiten om producenten van medische apparatuur in de technologieniche Techsure onder te brengen, maar gezien de verwevenheid met de wereld van gezondheidszorg zitten die in de niche Promedica. “Daartegenover hebben wij software-ontwikkelaars en ICT-adviseurs uit de sfeer van de vrije beroepers gehaald en als subgroep in de technologieniche gebracht, mede omdat de risico’s zich bij die groepen veel sneller en anders zullen ontwikkelen dan bij de traditionele vrije beroepers.”
Internetveiligheid
Een belangrijk aandachtspunt in de internetwereld is de veilige interactie tussen twee partijen, de zogenaamde public key infrastructure (pki). “Die pki is van essentieel belang voor een veilig betalingsverkeer en bijvoorbeeld uitwisseling van medische dossiers. Wij proberen samen op te lopen met partijen die bezig zijn met de ontwikkeling van een wereldstandaard voor pki. Uiteraard zal hierbij aansprakelijkheid een rol spelen. Bij de introductie van die standaard zal het nodig zijn om, ten einde vertrouwen te winnen bij afnemers, voor een zekere periode een garantiecertificaat af te geven. Het belang van dat verzekeringsproduct zal daarna evenredig afnemen met de stijging van de betrouwbaarheid van pki.”
Overigens is de Nederlandse St. Paul zelf nog niet op internet aanwezig, maar er wordt wel aan een site gewerkt. “Wij willen onze site op 1 oktober openstellen.”
Recreatie
In verband met de toenemende vrije tijd, vormt ook de niche Leisure, die alle vormen van recreatie omvat, een onmiskenbare groeimarkt voor St. Paul. Meyer berijdt zijn stokpaardje, als hij ook hier wijst op het voor zijn maatschappij belangrijke uitgangspunt: welke aansprakelijkheden spelen er een rol of zijn er te verwachten?
Bij recreatie gaat het niet alleen om de grote pretparken. Steeds meer ondernemers zien brood in recreatie, onder meer via verhuur van bootjes en fietsen maar ook als organisator van evenementen. Een fietstocht met familie en kennissen werd en wordt vaak door enkele van de betrokkenen geregeld. Meyer: “Je ziet steeds meer dat professionele organisaties thema-achtige tochten gaan organiseren. Bij zo’n door professionals georganiseerde tocht kan, in tegenstelling tot de tocht die door broer of neef op touw is gezet, opeens het begrip aansprakelijkheid om de hoek komen kijken, waar die vraag voordien helemaal niet speelde”.
“In pretparken met veel kinderen doen zich tal van kleine en grotere ongelukken voor. Het bewustzijn voor dergelijke risico’s is hier tot dusver minder hoog ontwikkeld dan in Amerika. Zo ben ik jaren geleden betrokken geraakt bij het risicobeheer van EuroDisney in Frankrijk. Bij zo’n groot pretpark heb je vanzelfsprekend tal van schademeldingen per dag. Daar gold een heel methodische aanpak van een formulier invullen en vervolgens de schade regelen.
In EuroDisney is toen gekozen voor de risicomanagement-filosofie van TLC (Tender Loving Care). Alle medewerkers zijn geïnstrueerd om de nodige aandacht te geven bij ongelukken. Met veel aandacht en een attentie in de vorm van een ijsje of een andere attentie kun je veel klein leed oplossen. Het resultaat daarvan is dat er veel minder mensen nog echt boos worden en een schadevergoeding verlangen. Volgens mij wordt er trouwens te gemakkelijk geroepen dat er sprake is van een toenemende claimcultuur. Je moet het volgens mij zo zien: de mensen zijn steeds meer bereid om voor allerlei dingen te betalen en soms best veel te betalen. Maar als ze dan ergens voor betaald hebben, willen ze er natuurlijk wel wat voor terugzien en het liefst op het moment zelf. Men is niet primair uit op schadevergoeding, maar op inlossing van een kwaliteitsbelofte.”
Edwin Meyer: “Voor ons is het geen probleem om de limiet voor grotere gemeentes op f 25 mln te brengen”.
Edwin Meyer (44), zoon van een Duitse ambtenaar, studeerde architectuur en ging aan de slag bij het bouwconcern Hochtief. Al snel werd hem duidelijk dat hij zijn dromen van ‘de ontwerpende architect’ wel kon vergeten. Met beide handen pakte Meyer de kans die zich aandiende in een advertentie, waarin een opleiding tot schadepreventiemanager in Amerika werd aangeboden. Voor de betrokken industriële verzekeraar IRI werd hij vervolgens verantwoordelijk voor de Europese operaties van deze maatschappij. In 1988 werd Meyer door Sedgwick aangetrokken om mede-grondlegger te worden van een op Europese schaal aan te bieden dienstverlening op het terrein van riskmanagement, met Nederland als standplaats. In 1993 werd hij lid van de directie van Sedgwick in Duitsland, maar hield Meyer z’n huis in Nederland aan. Mede omdat hij en zijn Ierse vrouw aan Nederland gehecht waren geraakt, viel het aanbod om St. Paul in Amsterdam te gaan leiden begin vorig jaar bij Meyer in vruchtbare aarde.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.