nieuws

Aansprakelijkheid psychiatrisch ziekenhuis.

Archief

Een 13-jarig meisje is opgenomen in een jeugdpsychiatrisch ziekenhuis wegens depressiviteit en voor de ouders niet beheersbaar chaotisch gedrag.

In het verleden is zij daar al een paar maal uit weggelopen, waarbij zij zich tenminste eenmaal zodanig heeft gedragen dat gevaar voor schade voor derden ontstond (ze had een hek van een manege open laten staan).
Het ziekenhuis heeft overwogen het meisje in een gesloten inrichting geplaatst te krijgen, maar daar is het niet van gekomen, omdat ze niet op een wachtlijst stond. Bijzondere maatregelen om weglopen te voorkomen worden niet getroffen. Op een nacht loopt het meisje weg en sticht dan brand in een woning. De brandverzekeraar neemt voor de uitkeringen regres op het ziekenhuis.
De rechtbank wijst de vordering af omdat de brandverzekeraar niet kan bewijzen dat het ziekenhuis had behoren te voorzien dat het meisje brand zou stichten. Het Hof in hoger beroep wijst de vordering toe. Er was een verhoogd gevaar dat het meisje zou weglopen en schade zou toebrengen. Hier tegen heeft het ziekenhuis geen maatregelen getroffen die redelijkerwijs konden voorkomen dat het meisje ongemerkt kon weglopen. Het ziekenhuis is in haar zorgplicht tekortgeschoten en is dus aansprakelijk. De Hoge Raad overweegt dat in gevallen als deze de ouders ingevolge art. 1403, lid 1, (oud) BW niet aansprakelijk zijn, terwijl het kind veelal ook niet zelf kan worden aangesproken. Dit betekent dat degene die in verband met een behandeling het kind onder zich heeft, gehouden is zoveel als mogelijk is erop toe te zien dat aan derden geen schade wordt toegebracht. De grondrechten van het kind en de uit een medisch oogpunt te stellen eisen aan de behandeling moeten worden afgewogen tegen de grootte van de kans dat aan derden schade wordt toegebracht. Het verhoogd gevaar had moeten nopen om nadere maatregelen te treffen. Indien die maatregelen niet worden getroffen, levert het achterwege laten ervan aansprakelijkheid op, ongeacht de wijze waarop het kind de schade heeft toegebracht.
Opmerking
Dit is niet een schokkende, maar wel een opmerkelijke uitspraak. Opvallend is dat geen debat meer mogelijk lijkt over de vraag of door het treffen van maatregelen het ontstaan van schade had kunnen worden voorkomen. Indien voorzorgsmaatregelen achterwege zijn gebleven, is het ziekenhuis aansprakelijk ongeacht de wijze waarop de schade is toegebracht. (W.L.)
WAM-schade overtreft verzekerd bedrag. Terugtredende regresnemers en wettelijke rente. Buitengerechtelijke kosten. Beneluxhof
Een slachtoffer van een ongeval lijdt een schade van ruim / 1 miljoen; zijn bedrijfsvereniging heeft een vordering van bijna / 0,5 miljoen en zijn ziektekostenverzekeraar van / 35.000. Het verzekerd bedrag onder de WAM-verzekering is / 1 miljoen. In 1982 zegt het slachtoffer aan de WAM-verzekeraar de wettelijke rente aan. Bedrijfsvereniging en ziektekostenverzekeraar laten dat na en berichten zes jaar later aan de WAM-verzekeraar dat zij hun vorderingen achterstellen bij die van het slachtoffer. De WAM-verzekeraar aanvaardt dit niet in verband met de consequenties die dat zou hebben voor de rentevordering van het slachtoffer. Zijn standpunt is dat van art. 6 lid 2 WAM niet mag worden afgeweken, dat hij aan bedrijfsvereniging en ziektekosten- verzekeraar hun vordering pro rata kan uitkeren en dat hij slechts over het pro rata-gedeelte van de vordering van het slachtoffer wettelijke rente verschuldigd is. Bedrijfsvereniging en ziektekostenverzekeraar dragen daarop hun vorderingen aan het slachtoffer over, onder de conditie dat deze hun (pro rata) zal uitbetalen “voor het geval komt vast te staan dat de WAM-verzekeraar de achterstellingen mocht weigeren”. De WAM-verzekeraar betaalt het miljoen, vermeerderd met rente over het pro rata-aandeel van het slachtoffer. Deze dagvaardt de WAM-verzekeraar voor de rente over het restant en daarnaast voor buitengerechtelijke kosten. Naar zijn mening hadden de regresnemers wel degelijk de bevoegdheid zich achter te stellen en kan de WAM-verzekeraar dat niet tegenhouden. Hij moet vier colleges langs – eerste maal rechtbank en hof, dat tussenvonnissen bekrachtigt en terugwijst, dan tweede maal rechtbank en hof, die de vorderingen met inbegrip van die voor buitengerechtelijke bijstand toewijzen – om bij de Hoge Raad terecht te komen. Daar is het nog niet afgelopen, want dat college legt aan het Beneluxhof de vraag voor of art. 6 lid 2 WAM zich er inderdaad tegen verzet dat, indien er bij een ongeval méér dan één benadeelde is en de verzekerde som ontoereikend om ieder volledig schadeloos te stellen, bij de berekening van wat ieder toekomt rekening wordt gehouden met een achterstellings-overeenkomst tussen slachtoffer en regresnemers, en zo neen, of zo’n overeenkomst de instemming van de WAM-verzekeraar nodig heeft. Tot slot wordt de vraag gesteld of de buiten-gerechtelijke kosten boven het verzekerd bedrag verschuldigd zijn. Het wachten is nu op het Beneluxhof (vdP).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.