nieuws

Aansluiting van successierecht op levensverzekering is vaak onlogisch

Archief

(II)

door mr A.S. Lagendijk
In de vorige AM Fiscaal besprak mijn collega dr J.Th.L. Brouwer de achtergronden van artikel 13 van de Successiewet en belichtte hij enkele voorbeelden waarin hij aangaf of de uitkering uit de levensverzekering al dan niet aan successierecht is onderworpen. Dit keer wordt in dit verband ingegaan op de polisredactie en de wijze van premiebetaling, de situatie bij gehuwden en samenwonenden en het belang van de redactie van huwelijkse voorwaarden en samenlevingscontract.
De inhoud van de verzekering
Artikel 13 van de Successiewet stelt een uitkering uit levensverzekering vrij van successierecht, mits er niets aan het vermogen van de erflater is onttrokken om deze uitkering te bewerkstelligen.
Dat betekent dat de erflater geen verzekeringnemer mag zijn omdat anders de premie als schuld op zijn vermogen rust. Bovendien mag een derde geen verzekeringnemer zijn, omdat dan bij overlijden van de verzekerde sprake is van een schenking. Als vader een risicoverzekering sluit op het leven van zijn echtgenote met zijn zoon als begunstigde, dan is de zoon bij overlijden van de echtgenote over de uitkering schenkingsrecht verschuldigd omdat hij een schenking krijgt van vader. Wil men in dit geval aan successierecht en schenkingsrecht ontkomen dan dient de begunstigde zoon tevens verzekeringnemer en daarmee premieschuldige te zijn.
Ingeval twee echtgenoten aparte overlijdensrisicoverzekeringen op elkaars leven sluiten, is de uitkering bij overlijden vrijgesteld van successierecht.
Goedkoper
Soms wordt één verzekering op het leven van twee verzekerden gesloten, omdat dit goedkoper is dan twee verzekeringen kruiselings op elkaars leven. De vraag is hoe dit premievoordeel dankzij die ene verzekering verdeeld dient te worden over de twee partners.
Er zijn twee visies. De eerste is dat het voordeel van deze lagere premie wordt omgeslagen naar de verhouding van de premies die verschuldigd zouden zijn geweest voor twee afzonderlijke verzekeringen.
De tweede visie luidt dat een dergelijke omslag in het geheel niet mogelijk is omdat verzekeringnemers dan altijd een voordeel hebben genoten, doordat de risicopremies onderling beïnvloed worden. Door de korting op de premie zou bij overlijden niet kunnen worden aangetoond dat voor de verzekering niets aan het vermogen van de overleden verzekerde is onttrokken.
Omdat het financiële belang hier in het algemeen gering is, is het verstandig om ervoor te zorgen dat voor de risicoverzekering die premie wordt betaald, die ook betaald wordt wanneer de risicoverzekering zelfstandig wordt gesloten. Beide partners dienen verzekeringnemer te zijn. Niet voldoende is het, als de één de verzekering sluit en de ander een premieschuld op zich neemt. Niemand tekent immers voor een schuld als daar niet een recht tegenover staat, bijv. het recht om zichzelf als begunstigde aan te wijzen. Voor de overzichtelijkheid kunnen gesplitste polissen afgegeven worden met gesplitste premies en verzekeringnemersrechten.
Het bovenstaande geldt evenzo voor een gemengde verzekering, waarbij een premie wordt betaald voor het spaar- of beleggingsdeel en voor de dekking van het overlijdensrisico. Het premievoordeel dat wordt behaald omdat de opbouw van het spaartegoed in de verzekering in een lagere overlijdensrisicodekking resulteert, dient niet te worden verdisconteerd in de premieschuld voor de overlijdensdekking. Deze dient alleen betrekking te hebben op de zelfstandige dekking van het overlijdensrisico.
Bij lijfrenten is de problematiek voor een groot gedeelte opgelost. Lijfrenten, gesloten na 1 januari 1995, zijn vrijgesteld van successierecht als zij voor aftrek in de inkomstenbelasting in aanmerking komen. Premiesplitsing heeft alleen nog zin bij lijfrenten die in de inkomstenbelasting niet in aanmerking komen voor lijfrentepremie-aftrek.
Crediteurenbegunstiging
Op een gemengde verzekering of risicoverzekering die is verpand aan een financiële instelling tot zekerheid van een verstrekte geldlening, is de financiële instelling meestal begunstigde. De meest voorkomende vorm is de verzekering gesloten ter aflossing van de hypotheek. Bij overlijden ontvangt de instelling het geld en lost deze de geldlening af. De nabestaande verkrijgt nu geen uitkering uit levensverzekering maar een met successierecht belast voordeel in de vorm van de aflossing van een geldlening.
Het is voor de vrijstelling van successierecht van belang dat de nabestaande die de premie verschuldigd was, als begunstigde de uitkering ontvangt. Een optie is om op de polis te bepalen dat de begunstiging van de geldverstrekker vervalt op het moment dat verzekerde overlijdt. De nabestaande wordt dan begunstigde.
Belang van huwelijkse voorwaarden en samenlevingscontract
Als bij een gemeenschap van goederen een van de echtgenoten komt te overlijden, is de premie altijd aan het vermogen van de erflater onttrokken. Beide partners zijn immers eigenaar van de gehele gemeenschap. De uitkering minus de helft van de betaalde premies wordt belast met successierecht.
Bij huwelijkse voorwaarden of een samenlevingscontract moet zijn bepaald dat premies voor levensverzekeringen schulden zijn van de afzonderlijke partners. Als bepaald is, dat premies voor levensverzekeringen tot de kosten van de huishouding behoren terwijl beide echtgenoten bijdragen in deze kosten, of als bepaald is dat de premies op het gemeenschappelijke vermogen rusten, dan is de premie mede onttrokken aan het vermogen van de erflater en is de uitkering belast.
Hetzelfde effect heeft ook een verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden dat bepaalt dat de huwelijkse voorwaarden bij overlijden ontbonden worden en wordt teruggekeerd naar een algehele gemeenschap van goederen. Levensverzekeringen zouden moeten zijn uitgezonderd van dit verrekenbeding. Een van de belangrijkste elementen in de advisering van de klant is: controle van de huwelijkse voorwaarden en het samenlevingscontract.
Premieschenking aan echtgenote of partner
In gezinssituaties waarbij slechts één van de partners kostwinner is en de partners buiten gemeenschap van goederen zijn gehuwd of ongehuwd samenwonen, kan het probleem ontstaan dat de niet-verdienende partner de premie niet kan betalen. Het is mogelijk dat de kostwinner zijn partner door premieschenkingen in staat stelt om zelf premie te betalen.
De te bewandelen weg is de volgende. De niet-verdienende partner opent zelf een eigen rekening, krijgt per bank geld geschonken op deze rekening en betaalt uit de geschonken middelen de premie ten laste van de eigen rekening.
Het moet ook mogelijk worden geacht dat de niet-verdienende partner uit het huishoudgeld gelden spaart (zogenaamd speldegeld) en hiermee premies betaalt. Omdat dit geen uitgemaakte zaak is, verdient schenking en premiebetaling via bank of giro de voorkeur.
Slot
Naar aanleiding van vragen in de Tweede kamer over de toepassing van artikel 13 Successiewet heeft de staatssecretaris van financiën aangegeven dat een beleidsmededeling wordt voorbereid, die aangeeft onder welke voorwaarden in geval van premiesplitsing geen successierecht is verschuldigd over een overlijdensuitkering. Zodra die beleidsmededeling er is, komen wij er op terug. (Zie ook pagina .. – Redactie AM)
Mr A.S. Lagendijk is werkzaam bij de Sectie Pensioenen en Verzekeringen van Coopers & Lybrand te Amsterdam

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.