nieuws

Aanslag

Archief

Forse financiële aderlatingen bedreigen het tussenpersonengilde

Naast de opheffing van de spaarloon- en lijfrenteregeling die bij menig kantoor fors in de portemonnee voelbaar zal zijn, ligt het intermediair ook nog op de pijnbank van de Belastingdienst. Het standpunt om doorlopende provisie fiscaal op dezelfde manier te behandelen als afsluitprovisie, betekent een regelrechte aanslag op het voortbestaan van startende of gespecialiseerde assurantiekantoren. Het beleid van de fiscus vloeit voort uit een arrest van de Hoge Raad van 1982. Daarin is bepaald dat afsluitprovisie – los van enige verdientermijn – volgens ‘goed koopmansgebruik’ in één keer moet worden afgerekend. Dit beleid trekt de fiscus evenwel ook door naar de doorlopende provisie, die in zijn ogen niet meer is dan een gespreide uitbetaling van afsluitprovisie. Dat met deze rigide opstelling assurantiekantoren worden opgezadeld met een dubbel liquiditeitsprobleem – niet alle provisie ineens ontvangen, maar wel afrekenen over de volle mep – deert de fiscus niet. Nog wranger wordt het, als het standpunt van de fiscus wordt afgezet tegen de maatschappelijke opvattingen over afsluitprovisie. Afsluitprovisie werkt ‘remmend’ op de poliswaarde voor de consument, stimuleert provisiegedreven verkopers, leidt tot grotere terugboekingrisico’s voor verzekeraars en verhoogt de kans op fraude door tussenpersonen. Zaken waarmee ook de fiscus uit oogpunt van belastingheffing niet is gediend. Zijn visie lijkt echter louter ingegeven door die van de koopman: hebben is hebben, krijgen is de kunst. De Belastingdienst lijkt te zijn vergeten dat sinds 1982 de tijd niet heeft stilgestaan in verzekerend Nederland. Traditionele levensverzekeringen zijn op grote schaal ingeruild voor meer adviesgevoelige en administratief zeer bewerkelijke beleggingspolissen, producten die – óók na de sluitingsdatum – onderhoud vergen. Daarbij is de rol van de professionele tussenpersoon veranderd van pure verzekeringsadviseur naar brede financiële planner, die periodiek het financiële plaatje van zijn klant herijkt. Die nieuwe dienstverlening door het intermediair rechtvaardigt een andere wijze van beloning (doorlopende provisie) en daardoor een andere fiscale behandeling van zijn inkomsten. Naast zakelijke argumenten zijn er ook principiële kanten aan deze kwestie. In de eerste plaats doorkruist de fiscus met het heffingsbeleid – nota bene tot stand gekomen in overleg met het ministerie van Financiën – het streven van datzelfde departement om de overstap van afsluitprovisie naar doorlopende provisie branchebreed te realiseren. Terecht dat de NBVA zich afvraagt hoe het kan gebeuren dat onderdelen van hetzelfde ministerie zo tegen elkaar inwerken. In de tweede plaats heeft de fiscus nooit hetzelfde standpunt ingenomen over de (bescheiden) afsluitprovisie op bijvoorbeeld brandpolissen. Dit versterkt het vermoeden dat de substantiële omvang van de belastingaanslag op leven(afsluit)provisie de ultieme drijfveer is. Wim Abrahamse wabrahamse@kluwer.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.