nieuws

Aanscherping Wet economische mededinging ‘een formaliteit’

Archief

De aanscherping van de Wet economische mededinging (Wem) per 1 september heeft voor het intermediair geen nieuwe gevolgen, aldus de standsorganisaties NVA en NBvA. De voornaamste wijziging van het verbod op prijsafspraken is twee jaar geleden al ingevoerd.

De wijziging van de Wem, die in drie fasen is verlopen, heeft onder meer tot gevolg dat de werkingssfeer van de wet is uitgebreid. Voorheen waren bepaalde categorieën vrije beroepsbeoefenaren vrijgesteld van de wet. Door introductie van het begrip ‘ondernemer’ in de wet, valt elke zelfstandige die een beroep of bedrijf uitoefent onder de wet.
De (gewijzigde) wet verbiedt verder alle vormen van individuele en collectieve verticale prijsbinding, horizontale prijsafspraken, marktverdelingsafspraken en aanbestedingsafspraken. Daar waar voorheen sprake moest zijn van een gentlemen’s agreement, of van pressie en feitelijke dwang, zijn in de nieuwe wet alle vormen van afstemming tussen ondernemers verboden. “Zo kan het verbod ook van toepassing zijn als adviezen of uitwisseling van informatie over prijzen, ertoe leiden dat ondernemers hun prijzen onderling gaan afstemmen”, aldus het ministerie van economische zaken.
Geen negatieve gevolgen
De standsorganisaties NVA en NBvA liggen niet wakker van de formele aanscherping van de wet. “De wetswijziging heeft voor tussenpersonen nu geen negatieve gevolgen. Het verbod op onder meer horizontale prijsafspraken is immers al per 1 juli 1993 van kracht geworden”, zegt directeur mr H. Scheffer van de NVA.
Hij deelt de mening van NBvA-secretaris B. van Uden, dat de wetswijziging ook niet van directe invloed is op de provisiemaximeringsovereenkomst, die door de overheid dreigt te worden verboden. Een voorstel van daartoe van de minister van economische zaken ligt nu ter beoordeling bij de Commissie Economische Mededinging.
Om de provisiemaximeringsovereenkomst in stand te kunnen houden, is de NBvA voorstander van een “genuanceerd mededingingsbeleid” binnen de verzekeringsbedrijfstak. “Op het terrein van de financiële dienstverlening zou de zogenaamde maximale concurrentie kunnen leiden tot een verslechtering van de positie van de consument, hetgeen in niemands belang is”, licht Van Uden desgevraagd toe. Een aanscherping van de Wem is volgens hem “overbodig”.
Opsporingsbevoegdheden
Om (vermeende) overtredingen van de wet aan te kunnen pakken, heeft de Economische Controle Dienst (ECD) grotere opsporingsbevoegdheden gekregen. De ECD mocht al waneer er sprake was van een ‘redelijk vermoeden’ een strafrechterlijk onderzoek instellen bij bedrijven.
Nu heeft de bijzondere opsporingsinstantie de bevoegdheid ook zonder ‘redelijk vermoeden’ zelfstandig inlichtingen te vragen, plaatsen te betreden (huiszoeking), en inzage te vorderen van boeken, bescheiden en van gegevens die digitaal zijn vastgelegd. “Van de grotere bevoegdheden zal zorgvuldig en behoedzaam gebruik moeten worden gemaakt”, aldus Van Uden.
Opzettelijke overtredingen van de wet worden voortaan aangemerkt als misdrijven. De verjaringstermijn is in dat geval dan geen twee jaar, maar zes jaar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.