nieuws

Aanklacht

Archief

Bijna twee jaar na de oprichting heeft het Klachteninstituut Verzekeringen nog niet de status die de bedrijfstak voor ogen staat

Wat was bedoeld als een branchebreed initiatief is in de praktijk alleen omarmd door verzekeraars, standsorganisaties en 10% van de niet-georganiseerde tussenpersonen. Concreet betekent dit dat tweederde van het professionele intermediair niet is aangesloten bij het ‘klaagloket’ voor consumenten. De forse groei van het aantal klachten over intermediair en verzekeraars en meer nog het hoge percentage (30%) toegewezen klachten rechtvaardigen deze opstelling niet. Oproepen van zowel standsorganisaties als verzekeraars aan de grote groep van niet-georganiseerde assurantiekantoren om zich aan te sluiten bij het klachteninstituut lijken telkens tot dovemansoren gericht. Dit tot grote ergernis van de NVA en NBVA. Het plan van NVA-voorman Niels Mourits om niet-georganiseerde kantoren bij voorbaat uit te sluiten, lost het probleem niet op. Ook het ultimatum van NBVA-collega Alexander van Voorst Vader om bij ongewijzigde voortzetting in 2002 uit het instituut te stappen, lijkt meer bedoeld als drukmiddel richting de intermediairmaatschappijen dan als reëel alternatief. Dat verzekeraars de dreigende taal van de NBVA-praeses serieus zullen nemen, is niet te verwachten. Zij vinden het niet hun taak om het intermediair te verplichten lid te worden van het klachteninstituut. Commerciële en controle-overwegingen liggen aan dit denken ten grondslag. In het streven naar volledige marktdekking voor het klachteninstituut is de hamvraag waaróm niet-georganiseerde kantoren aan de zijlijn blijven staan, niet gesteld. De geringe contributie kan het niet zijn. Wat rest, is niet zozeer onwil, maar onwetendheid over nut en noodzaak. Het onderwerp leeft niet. Hoe is anders te verklaren dat ook veel NVA- en NBVA-leden niet op de hoogte waren dat zij via hun organisaties automatisch zijn aangesloten bij het klachteninstituut? Het is aan verzekeraars en standsorganisaties om de communicatie op dit punt te verbeteren en duidelijk te maken dat een goed werkend klachteninstituut – een ‘must’ uit oogpunt van imagoverbetering – uitsluitend mogelijk is als alle assurantietussenpersonen zijn aangesloten. De Europese richtlijn voor tussenpersonen, waarin dit punt nadrukkelijk is vastgelegd, kan daarbij als de bekende stok achter de deur worden gebruikt. De noodzaak om een oplossing te vinden, is groot. Onvoldoende draagvlak voor het klachtenloket zal het branche-imago verder beschadigen. Dit moet tegen elke prijs worden vermeden. Als blijkt dat de niet-georganiseerde tussenpersonen blijven weigeren om mee te doen, zal de minister moeten worden gevraagd de vereiste solidariteit af te dwingen via een algemeen verbindendverklaring. Een alternatief is de verplichte koppeling aan de SER-inschrijving, waarmee dit register meteen wordt geschoond van niet-actieve tussenpersonen. Hoe dan ook, als de branche deze kwestie niet zelf kan oplossen, is dat een regelrechte aanklacht aan het eigen adres. Wim Abrahamse

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.