nieuws

Aanbevelingen flexibeler pensioen sporen niet met lijfrenteregime

Archief

Staatssecretaris Vermeend van financiën zal na de komende discussie over de 29 aanbevelingen van de werkgroep ‘Fiscale behandeling pensioenen’ door de betrokken Vaste Commissies van de Tweede Kamer nagaan of deze aanbevelingen (voor de loonbelasting) moeten leiden tot aanpassing van het lijfrenteregime (inkomstenbelasting).

Dat staat in een gezamenlijke brief van Vermeend en zijn collega Linschoten van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Vaste Commissie voor Financiën en de Vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Als een werknemer een vervroegde pensionering wil realiseren via de pensioenregeling, moet op grond van de aanbevelingen de loonbelasting praepensioen toestaan vanaf 55 jaar. In het lijfrenteregime (2e en 3e tranche) wordt echter uitgegaan van 65 jaar.
Voorts is het maximum voor het praepensioen, 85% van het eindloon, een sta-in-de-weg voor een aanvulling in de vorm van lijfrente.
Na ontvangst dit voorjaar van het kabinetsstandpunt over de wenselijke marktwerking in de pensioensector zullen de Vaste Commissies discussiëren over de 29 aanbevelingen. De adviezen staan in het rapport dat de werkgroep ‘Fiscale behandeling pensioenen’ (‘commissie Witteveen’) eind augustus 1995 heeft uitgebracht.
Een aantal aanbevelingen die geen wetswijziging vereisen, kunnen al sinds september 1995 worden toegepast. De bewindslieden willen proberen de vereiste wetswijzigingen op 1 januari 1997 te laten ingaan.
Antwoorden
Ze antwoorden in hun brief op vragen over de toepassing van de aanbevelingen en op commentaren.
De bewindslieden zwakken de aanbeveling af om inkoop van pensioen achteraf toe te laten over dienstjaren die geen pensioen opleverden. De inkoop mag uitsluitend gebeuren over dienstjaren bij de huidige werkgever die geen of onvoldoende pensioen opleverden. Redenen voor deze inperking: de uitvoerbaarheid bij werkgevers en bij de belastingdienst en de hoge kosten van inkoop van dienstjaren bij individuele regelingen.
Na de discussie binnen de Vaste Commissies zal Vermeend zo spoedig mogelijk de besluiten over de pensioenregeling voor snel slijtende beroepen en voor directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) aanpassen aan de aanbevelingen.
De afwijkende regels van (snellere) pensioenopbouw voor snel slijtende beroepen (onder meer zee- en luchtvaart, brandweer, sporters) zullen worden ingetrokken.De bewindslieden zullen bekijken of de bestaande bijzondere regelingen voor profvoetballers en wielrenners moeten worden aangepast. De werkgroep adviseert om deze regelingen zo veel mogelijk aan te passen aan de huidige wettelijke bepalingen aangezien de huidige voorzieningen (overbruggings- en oudedags-en nabestaandenpensioen) volgens de werkgroep geen zuivere oudedagsvoorzieningen zijn.
Directeuren-grootaandeelhouders
Voor dga’s wordt de maximaal toegelaten pensioenopbouw per jaar teruggebracht van 2,33% tot 2%, het percentage dat ook geldt voor gewone werknemers.
Op kritiek tegen deze verlaging antwoorden de bewindslieden dat de maatregel moet worden bekeken in de samenhang van het totaalpakket van plussen en minnen voor dga’s. Voorts is van belang dat daarnaast op verschillende manieren de pensioengrondslag kan worden verbreed, stellen zij. De mogelijkheid bestaat om loon in natura mee te tellen voor het pensioengevend salaris (= pensioengrondslag). Bovendien kan over dienstjaren die geen pensioen opleverden alsnog pensioen ingekocht worden.
Praepensioen
De werkgroep heeft een regeling aanbevolen waarbij het pensioen ingaat tussen 60 en 65 jaar (pensioenrichtleeftijd). Daarnaast kan als basis een Tijdelijk Overbruggings Pensioen (TOP) worden opgebouwd, ter aanvulling voor de periode tot 65 jaar waarin betrokkene nog geen AOW ontvangt en nog niet het lage belastingtarief voor 65-plussers geniet. Bij wijze van overgang van vut-regelingen naar (prae)pensioenregelingen heeft de werkgroep een overgangsperiode van tien jaar voorgesteld waarin het praepensioen (inclusief TOP) voor de periode 60 – 65 jaar hoger mag zijn dan de beoogde 70% van het eindloon, namelijk maximaal 85%.
De tienjaarsperiode, die op 1 september 1995 is ingegaan, kan ruim worden opgevat. Reeds omgebouwde en in ombouw zijnde vut-regelingen kunnen er gebruik van maken. De tienjarige periode is het tijdvak waarin de ombouw kan worden ingezet. Daarbij is niet van belang in hoeveel jaren de ombouw wordt afgerond.
De staatssecretarissen zien in de aanbevelingen geen aanleiding om de fiscale behandeling van vut-regelingen te veranderen.
Auto van de zaak
Ook over variabele beloningsbestanddelen en loon in natura waaronder de auto van de zaak mag pensioen opgebouwd worden. Voor de pensioenopbouw over variabele looncomponenten die niet in het vaste salaris zitten, moet het middelloonsysteem of het ‘beschikbare premie’-systeem worden toegepast. Met andere woorden: wanneer de auto van de zaak de werknemer vast ter beschikking staat, kan het eindloonsysteem worden toegepast. In alle andere gevallen zal het middelloonsysteem moeten worden gehanteerd of het ‘beschikbare premie’-systeem.
Bij de pensioenopbouw over loon in natura moet in aanmerking worden genomen het voordeel van het loon in natura dat betrokkene voor de inkomstenbelasting opgeeft. Bij de auto van de zaak is dat het door de fiscus bepaalde jaarlijkse bedrag van de bijtelling minus de eigen bijdrage van de werknemer.
Tot de ‘diensttijd’ waarover pensioen mag worden opgebouwd, kunnen worden gerekend periodes van (wettelijk) ouderschapsverlof, sabbatical years, studieverlof, periodes van onvrijwillig ontslag en periodes waarin loongerelateerde uitkeringen van sociale verzekeringen worden genoten zoals WAO-uitkeringen.
Nabestaandenpensioen
Evenals het oudedagspensioen wordt het nabestaandenpensioen opgebouwd in minimaal 35 jaar. Stel bijvoorbeeld dat een werknemer van 45 jaar sterft en dan 20 jaar heeft gewerkt en 20 jaar nabestaandenpensioen heeft opgebouwd. Gezien de pensioenrichtleeftijd van 60 jaar had hij bij in-leven-blijven de 35 dienstjaren kunnen halen. De nabestaandenuitkering wordt dan gebaseerd op 35 dienstjaren.
In het nabestaandenpensioen is geen inbouw van de ANW vereist. Dit betekent dat het zogenoemde ANW-gat kan worden gedicht in de pensioenregeling.
Bedragen in bedrijfsspaarregelingen kunnen worden gedeblokkeerd om daarmee pensioenpremies te voldoen. Dat geldt ook voor premiespaarregelingen. “Bezien wordt nog hoe deze aanbeveling precies uitgewerkt moet worden”, aldus de bewindslieden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.