nieuws

Verzekeraars zien opleiding nog niet als premiebepalende factor

Archief

De vaststelling van het CBS dat hoogopgeleiden langer en gezonder leven dan mensen met een lagere opleiding, maakt bij levensverzekeraars verschillende reacties los

Alleen Paerel Leven geeft concreet aan in de nieuwe gegevens een mogelijkheid voor verdere premiedifferentiatie te zien; anderen stellen dat de mate van opleiding nu al indirect premiebepalend werkt. Paerel-direcrteur Hans Brandwijk vindt de cijfers de moeite waard om te bestuderen. "Differentiatie is onvermijdelijk. De levenmarkt is wat dat betreft een stuk minder ontwikkeld dan de schadeverzekeringsmarkt. Na rookgedrag en gewicht is dit een volgend aspect. Het CBS-rapport geeft aardig inzicht in de verschillen, dus dat gaan we bestuderen. Wel zijn er twee knelpunten: enerzijds de controleerbaarheid van het opleidingsniveau en anderzijds het fenomeen dat de ene groep meer gaat betalen als je voor de andere groep scherpere tarieven gaat hanteren. Maar het is duidelijk dat opleiding een vergelijkbare factor is als roken en lichaamsgewicht." Reaal houdt zich op de vlakte. "We volgen dergelijke publicaties altijd met grote belangstelling, maar hebben nog geen plannen om opleidingsniveau in de premie te betrekken." Ook Cardif laat weten het voorlopig alleen bij een onderscheid op rookgedrag te laten. Nationale-Nederlanden stelt dat het opleidingsniveau indirect al premiebepalend werk. "Wij differentiëren risicopremies naar body mass index (bmi, red.), de hoogte van het verzekerd kapitaal en rookgedrag. We differentiëren niet specifiek naar opleidingsniveau en hebben ook geen concrete plannen in die richting. Wij erkennen dat hoger opgeleiden bewuster en gezonder leven, wat zich vertaalt in een betere bmi. Indirect hebben hoger opgeleiden bij ons dus voordeel van hun bewuste levensstijl en langere levensverwachting: ze betalen minder premie vanwege de goede bmi." Correlatie Actuaris Jan Donselaar wijst erop dat de CBS-gegevens niet nieuw zijn en dat een rapport van volksgezondheidsinstituut RIVM in 2002 al aangaf dat lager opgeleide mensen een kortere gezonde levensverwachting hebben. "In de jaren negentig werd er bij onze zuiderburen al uitgebreid onderzoek naar gedaan en ook de Erasmus Universiteit is er al jaren mee bezig. Het gaat natuurlijk niet puur om het opleidingsniveau; ermee samenhangend zijn de inkomensniveaus en daardoor de levensstijl. De niet-rokerskorting komt relatief vooral bij hoger opgeleiden terecht en de speciale tarieven die gelden voor hogere inkomens en bijvoorbeeld huiseigenaren komen relatief ook vaker bij de hoger opgeleiden terecht. Statistisch gezien is er namelijk sprake van een zeer hoge correlatie. Indirect houden dus al heel veel verzekeraars rekening met de verschillen die het CBS nu signaleert." Donselaar vindt in de cijfers steun voor zijn pleidooi om te gaan differentiëren in de pensioenleeftijd. "Lager opgeleiden beginnen (veel) eerder met werken, bouwen daardoor veel meer dienstjaren op, maar zijn ook eerder opgebrand. Daardoor hebben ze inderdaad minder gezonde levensjaren en gaan ze ook nog eens eerder dood: verre van eerlijk dus." Gegevens Volgens het CBS-onderzoek leven mensen met een hoge opleiding gemiddeld zes tot zeven jaar langer dan laagopgeleide mensen. Zij verkeren gemiddeld zelfs zestien tot negentien jaar langer in een goede gezondheid. Mannen hadden tussen 1997 en 2005 bij geboorte een gemiddelde levensverwachting van 72,2 jaar bij alleen lager onderwijs en 79,1 jaar bij hoger onderwijs. Bij vrouwen is het verschil kleiner: 78,1 voor alleen lager onderwijs en 83,8 jaar voor hoger onderwijs. De verschillen in levensverwachting blijken te groeien op hogere leeftijd: op 65-jarige leeftijd hebben mannen met een hogere opleiding een levensverwachting die 26,3% hoger ligt. Bij vrouwen is het verschil dan 17,9%. Een man die hoger onderwijs volgt, zal volgens de CBS-cijfers uiteindelijk 74,6 jaar zonder lichamelijke beperkingen leven, tegen 61,9 jaar voor mannen met een laag opleidingsniveau. Hoewel vrouwen een hogere levensverwachting hebben, is het aantal gezonde levensjaren voor vrouwen en mannen vrijwel gelijk. De grootste verschillen doen zich voor als het criterium ‘als goed ervaren gezondheid’ wordt gehanteerd: dat scheelt voor hoger opgeleiden 18,8 jaar bij mannen en 16,4 jaar bij vrouwen. Chronische ziektes blijven bij hoogopgeleide mannen 7,9 jaar langer uit dan bij hun lager geschoolde seksegenoten; voor vrouwen is het verschil 5,1 jaar. Volgens het CBS leiden met name aandoeningen aan het bewegingsapparaat tot een gevoel van ongezondheid: driekwart van de mensen met een dergelijke beperking voelt zich ongezond, terwijl de helft van de mensen met een gehoor- of gezichtsbeperking eenzelfde ongezond gevoel ervaart. Overigens schat het CBS dat de verschillen tussen hoog- en laagopgeleiden in werkelijkheid groter zijn, omdat non-respondenten en bewoners van instituten en tehuizen niet zijn opgenomen in de resultaten. "Uit eerder onderzoek is bekend dat deze groepen over het algemeen wat minder gezond zijn en lager dan gemiddeld opgeleid." Een kanttekening maakt het CBS over de bruikbaarheid van de resultaten. Door onder meer de invoering en verlenging van de leerplicht is de jongere generatie per definitie hoger opgeleid dan de oudere generatie. "De bevolking wordt daardoor homogener wat betreft opleidingsniveau." Bollebozen halen voorlopig nog geen premievoordeel uit hun hoge opleiding.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.