nieuws

Oosenbrug predikt openheid

Archief

Accountant, actuaris en voormalig hoogleraar Alfred Oosenbrug staat er niet om bekend een blad voor de mond te nemen over de gang van zaken in de Nederlandse bank- en verzekeringssector. Met kritische uitspraken weet hij vaak de vinger op de zere plek te leggen bij zowel verzekeraars als toezichthouders AFM en DNB. In de huidige kredietcrisis slaat bovendien de overheid de plank mis in haar pogingen het vertrouwen in banken en verzekeraars te herstellen. “Dé manier om vertrouwen te verliezen is niet open communiceren en de burger niet serieus nemen.”

Door Rob van de Laar
 
Hij wil aanvankelijk niet wéér ingaan op de problemen met beleggingsverzekeringen, maar vindt in het feitenonderzoek van de AFM toch een actuele aanleiding om zijn kanttekeningen te plaatsen bij de manier waarop de 'woekerpolisaffaire' door de branche is opgepakt. Vorig jaar werd Oosenbrug door toenmalig minister Zalm zelf nog gevraagd dat onderzoek te doen, maar die optie werd door verzekeraars niet geaccepteerd vanwege zijn rol als adviseur van de stichting Verliespolis. "De AFM heeft geconstateerd dat de onderzochte verzekeringen beleggingsproducten zijn met een slechter risicoprofiel vanwege de hefboomwerking die wordt veroorzaakt door de ingebouwde risicoverzekering", zegt Oosenbrug. "Desondanks refereert de AFM in neutrale zin aan het idee dat een nettorendement van tussen de 2,5% en 3,5% fair zou zijn. Een dergelijk laag rendement is al bedenkelijk voor een beleggingsproduct op zich, laat staan voor een product met een nog hoger risicoprofiel." Het onderzoek geeft een inventarisatie van de verkochte producten, maar Oosenbrug zet vraagtekens bij de representativiteit daarvan. "Ten eerste worden we opnieuw geconfronteerd met die maatmensen. Wat moet je ermee? Een polishouder wil gewoon weten hoe het concreet voor hemzelf zit. Dat kan alleen als de verzekeraar zegt hoe hoog de kostenloading voor de provisie en de maatschappijkosten was in dat specifieke product. Dan weet iedereen exact wat de kosten waren. Nu blijft het raden, omdat die kosten in percentages worden uitgedrukt bij een aantal voorbeeldsituaties. Een verzekeraar zou aan de polishouder gewoon openheid moeten geven over de kostenstructuur. Maar dat gebeurt niet." Opvallend vindt Oosenbrug het dat de AFM is gaan rekenen met een gemiddeld fondsrendement van 8% op aandelen. "De resultaten uit het verleden zijn bekend. Iedereen is de afgelopen tijd gigantisch door het ijs gezakt op de beurs. Dan is het onzin om dat te negeren en te doen of de afgelopen tien jaar 8% is gehaald." Representativiteit De verschillende maatmens-situaties leiden tot 447 afzonderlijke berekeningen. "Vervolgens zijn er maar 343 factsheets doorgerekend, omdat bleek dat in de overige situaties de maatmens niet bleek te passen in de productspecificaties. Hoe representatief is dat onderzoek als een kwart van de gevallen al totaal niet blijkt te passen? Van de 75% die wel doorgerekend is, zeggen verzekeraars ook nog eens dat sommige situaties bij hen niet voorkomen. Ze passen dus wel, maar zijn niet, of niet massaal, gesloten. Op die manier zijn nauwelijks conclusies te trekken. Bij de hypotheken is in veel gevallen bijvoorbeeld gerekend met een looptijd van twintig jaar. Dat komt nauwelijks voor en als het om een oversluiting gaat, hebben we weer te maken met een hele andere problematiek. Dan moet je feitelijk kijken naar de totale looptijd. Bovendien is met hoog-laagconstructies, specifiek voor hypotheken, geen rekening gehouden." Volgend jaar vallen bij de polishouders nieuwe overzichten in de bus, waarin de kosten in euro's zijn aangegeven. "Mensen die zich erin hebben verdiept en op de site van de AFM hun product hebben opgezocht, krijgen dan de schrik van hun leven: de kosten en verwachte opbrengst zijn dan natuurlijk gebaseerd op de werkelijke beleggingsresultaten en dan blijkt het rendement niet -1% te zijn, maar bijvoorbeeld -15%", zegt Oosenbrug. Als oud-wetenschapper aarzelt hij even om het te zeggen: "Het productaanbod is prachtig in kaart gebracht, maar wat schiet je op met zo'n onderzoek? Dat had vijftien jaar terug al gedaan moeten worden op het moment dat mensen voor de keuze stonden om dat product te sluiten. Uiteindelijk gaat het om de kosten in de concrete klantsituatie. Nu wil men alleen nog maar weten of men ' genept' is of niet. Met dit onderzoek weet de consument dat nog steeds niet." Intermediair Dat een aantal verbazingwekkende situaties kennelijk maatmens-situaties zijn, kan ook duiden op slechte advisering door het intermediair. "Natuurlijk zijn bij de verkoop in sommige gevallen kanttekeningen te plaatsen, maar het kader voor de verkoop van beleggingsverzekeringen is uiteindelijk door verzekeraars in elkaar gezet. Als ik als tussenpersoon tien jaar terug een klant aan de balie had gekregen met een ronkende brochure van een maatschappij van goede naam en faam, had ik dan moeten zeggen dat zo'n product onzin is? Dat is niet realistisch, nog afgezien van het feit dat tussenpersonen vaak zelf niet eens konden doorzien wat ze precies verkochten. Die blinkende brochures en klinkende beloningsregelingen zijn door de verzekeraars bedacht. Zoals de AFM constateert, zijn zij op basis van de toenmalige Code Rendement & Risico uitgegaan van een mediaan beleggingsrendement van niet minder dan 18,5%." Zo vindt Oosenbrug ook dat het intermediair het bestaan van bonusprovisies niet kwalijk genomen mag worden. "De verzekeraars hebben dat systeem gebouwd en tussenpersonen hebben hun verdienmodel daarop gebaseerd. Ook al deugt het niet, het is logisch dat je er de tijd voor krijgt om over te stappen op een andere werkwijze." Met provisie als beloningsvorm is op zich niets mis, vindt Oosenbrug. "Zolang de klant het maar weet. Het gaat om de openheid waarmee je opereert. Daarom lijkt het hanteren van een uurtarief ook beter, omdat het per definitie open is." Tekenen van provisiegedreven advies ziet Oosenbrug in de snelle opkomst van de productie van woonlasten- en uitvaartverzekeringen. "Nadat de markt voor beleggingsverzekeringen was ingestort, hebben sommige tussenpersonen zich fanatiek op dergelijke producten gestort. Het is verbazingwekkend zoals de productie dan elders explodeert. Het is moeilijk te geloven dat consumenten na jaren zonder uitvaart- of betalingsbeschermingspolis nu opeens wél massaal behoefte hebben gekregen aan die producten. De gevolgen van het nieuwe snelle sluiten worden inmiddels zichtbaar." Pensioenen Oosenbrug heeft herhaaldelijk zijn kritiek geuit op de beschikbarepremieregeling, min of meer de pensioenvariant van de beleggingspolis. "Heel weinig mensen realiseren zich dat zij zo'n regeling hebben. En wie zich dat wel realiseert, snapt er weinig van. De meesten denken ook dat de beschikbarepremieregeling in de woekerpolisdiscussie is meegenomen. Dat is begrijpelijk, want het enige verschil is dat de individuele beleggingsverzekering een lijfrenteclausule heeft en de beschikbare premieregeling een pensioenwetclausule. Eigenlijk gaat het om exact hetzelfde product. Als mensen zich gaan realiseren dat hun pensioen buiten een eventuele regeling voor beleggingspolissen valt, ontstaat opnieuw heisa. De echte uitkomsten zie je natuurlijk pas na dertig of veertig jaar, maar met de negatieve ontwikkelingen van de afgelopen tijd zal toch iedereen wel wat aandachtiger naar zijn pensioen gaan kijken." Kredietcrisis Met de term 'negatieve ontwikkelingen' doelt Oosenbrug op de kredietcrisis die nu ook de Nederlandse financiële markt in zijn greep heeft. "Het staat als een paal boven water dat die kapitaalinjecties in Aegon en ING de concurrentie vervalsen. Maar dat is een algemeen probleem in ons land: niet bij naam noemen van zaken. Door te doen alsof er geen vuiltje aan de lucht is, maar wel te komen met ingrijpende oplossingen voor kennelijk niet bestaande problemen, maakt de overheid zichzelf in de ogen van de burger volkomen ongeloofwaardig. Je kunt beter open communiceren over wat er echt aan de hand is. Als het allemaal zo goed gaat, waarom storten de beurskoersen dan in? Dé manier om vertrouwen te verliezen is niet open communiceren en de burger niet serieus nemen." Als meest recente voorbeeld daarvan noemt Oosenbrug de berichtgeving over pensioenfondsen. "Nog maar een paar weken geleden meldt DNB dat het Nederlandse pensioenstelsel zo robuust is. En nu blijkt opeens dat de pensioenfondsen hun dekkingsgraad niet op peil hebben. Laten we nu, in plaats van aardig tegen elkaar te zijn, eens uitzoeken wat acceptabel is qua risico's. Zeker als het om pensioenen gaat; daarmee moet je niet speculeren." Oosenbrug ziet echter niet snel iets veranderen. "Ook na de vorige crisis, rond 2002, is er niets veranderd. Nog altijd denken bestuurders van financiële bedrijven de zaak te managen met ingewikkelde econometrische modellen. Vertrouwen op zulke modellen is niet goed; op basis van het verleden wordt gestuurd op de toekomst, terwijl sterk theoretische modellen voor de meesten echt een 'black box' is. Als je er instopt dat aandelen altijd 5% meer opleveren dan obligaties, komt er vanzelf uit dat je in aandelen moet gaan. Er wordt veel te weinig logisch nagedacht en te veel getheoretiseerd. Dat heeft ook ING-bestuurder Tilmant gezegd: computermodellen kunnen nooit een reële situatie nabootsen. Geloof dus nooit in die modellen." Ratings of uitgebreide verslaggevingsregels als IFRS en Solvency II bieden volgens Oosenbrug weinig soelaas: "Als de intentie ontbreekt om open te communiceren, houdt het op. Een lawine van regelgeving uitstorten heeft geen zin als ondernemingen zich in bochten wringen om aan die regels een richting te geven die men zelf wenst." Niet marktconform Ook de suggestie dat de overheidssteun aan ING en Aegon op 'marktconforme' basis plaatsvindt, getuigt volgens Oosenbrug van het niet serieus nemen van de burger. "Op het moment dat de overheid in ING of Aegon stapt zonder een korting op de actuele koers, dan geef je gewoon staatssteun. Wel wordt over het verstrekte kapitaal 8,5% rente berekend als er dividend wordt uitgekeerd, maar daarmee breng je het management in een onmogelijke positie: dat komt voor de morele keus te staan om al dan niet dividend uit te keren. Zo ja, dan doen ze de aandeelhouders zwaar tekort. De aandeelhouder heeft niets aan een dividend van een paar procent, terwijl op hetzelfde moment ten laste van de aandeelhouder 8,5% aan de staat betaald moet worden. Ten opzichte van de staat is het anderzijds redelijk pervers gedrag als het management opeens het dividend op nul zet, omdat het geen rente wil betalen." Een ander voorbeeld is de mogelijkheid om de aan de staat uitgegeven effecten terug te kopen tegen 150% van de uitgifteprijs. "Die effecten kunnen worden geconverteerd naar gewone aandelen. Als de koers zich herstelt, heb ik als overheid mijn winstpotentieel dus afgetopt op die 150%. Staat het aandeel ING over drie jaar op twintig of dertig euro, dan zal het bestuur zeggen: nu lossen wij de lening af. Tegenover die winstmaximering staat geen enkele vergoeding. Er worden wel ontroerende verhalen verteld dat het allemaal marktconform is gebeurd, maar niemand geeft toch zomaar een winstoptie weg? Stel dat het aandeel ING over drie jaar nog op zeven euro staat, dan kiest het bestuur ervoor om de lening om te zetten naar gewone aandelen. De overheid mag dan wel alsnog die tien miljard opeisen, maar als de koersen blijven kwakkelen kan de overheid het haast niet maken om dat te doen. Er is tien miljard ingestopt, omdat dat in de huidige situatie nodig was. Als de omstandigheden over drie jaar niet zijn veranderd, heeft dat recht van de overheid nul komma nul waarde." Falend toezicht Actief toezicht houden is een betere remedie dan staatssteun, vindt Oosenbrug. "De staat moet nergens in participeren, maar goed toezicht garanderen en garanties geven. De beursontwikkelingen tonen keihard aan dat staatssteun door participatie geen oplossing is." DNB is in de ogen van Oosenbrug duidelijk tekortgeschoten. "Het is ongehoord dat met een buitenlandse partij als Icesave afspraken worden gemaakt die helemaal niet worden nageleefd en dat daar geen enkele consequentie aan vastzit. Ook het liquiditeitstoezicht op het bijkantoor heeft volledig gefaald. Kennelijk heeft DNB ook niet doorgevraagd bij ING: wat was het beleggingsprofiel en wat waren de potentiële risico's? Men is blijven hangen in het idee dat je moet beleggen om rendement te halen en dat risico's niet bestaan. Maar rendement behaal je nooit zonder risico. Niemand heeft zich afgevraagd wat dat betekent als het misgaat." "Dat de situatie in de Verenigde Staten op springen stond, kon iedereen zien. DNB had daar ook naar moeten kijken. Ze zeggen wel eens 'generaals vechten altijd de vorige oorlog uit'. De toezichthouders zijn altijd bezig om het vorige probleem op te lossen, maar het gaat er nu juist om dat je de huidige problemen ziet: licht de beleggingsportefeuilles van financiële bedrijven eens door, stel eens vragen bij de hoge overnameprijs die Fortis voor ABN Amro heeft betaald. Misschien is dat niet gebeurd omdat DNB te veel onderdeel van het systeem is geworden." KADER Alfred Oosenbrug (48) is als zelfstandig adviseur onder meer betrokken bij de stichting Verliespolis, die de belangen van houders van een beleggingspolis behartigt. Hij studeerde economie, accountancy en actuariaat en promoveerde op de fiscaalrechtelijke positie van levensverzekeraars. In de jaren negentig was hij directielid van verzekeraar en Amev-dochter Interlloyd; tussen 1993 en 2004 was hij bijzonder hoogleraar Verslaggeving financiële instellingen en Economie van de financiële sector aan de Erasmus Universiteit. Sinds 1995 werkt hij als consultant binnen de financiële sector; eerst op bescheiden schaal, later op fulltime-basis. Multidisciplinaire projecten vormen zijn specialiteit. Alfred Oosenbrug: "Laten we nu eerst eens logisch gaan nadenken en ophouden met lief en aardig tegen elkaar zijn."

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.