nieuws

‘WFT-examens juist wél praktijkgericht’

Archief

In de rubriek Respons van AM 18 stelde Jos Koets van het eenmanskantoor Groenoord in Vlaardingen dat de WFT-examens slechts gedeeltelijk bijdragen aan het verbeteren van de vakkennis van de adviseur. Volgens Koets zijn de examens niet praktijkgericht. Reden voor Dik van Velzen, stafmedewerker van Nibe-SVV, om in de pen te klimmen.

 

"Zonder dat hij zich dat realiseert, maakt Jos Koets (zie AM 18, pag 28) duidelijk dat de WFT-PE-examens bijzonder praktijkgericht zijn. En gezien zijn verhaal is het ook de redactie van AM ontgaan en waarschijnlijk ook een aantal lezers. Dat is allen bij voorbaat vergeven, want we hebben nu eenmaal niet het meest simpele PE-systeem in deze branche. Maar het zou ook heel jammer zijn als de praktijkgerichtheid iedereen ontgaat. Graag leg ik u uit wat ik bedoel.

 

  &nbspJos Koets legt volgens zijn verhaal drie WFT-PE-examens af: Schade, Leven en Hypotheken. Over twee daarvan (Schade en Leven) is hij niet tevreden: ze zijn te theoretisch en staan ver af van de praktijk. Over het derde examen (Hypotheken) is Jos Koets wel tevreden: "een verademing", zo zegt hij, met "vragen die gericht waren op de praktijk". Maar kloppen die conclusies wel als je de rest van zijn verhaal leest?

 

  &nbspOp het onderwerp Hypotheken noemt Koets zich specialist: op dit gebied heeft hij honderden columns geschreven, een aantal boeken, websites ingericht e.d. Als specialist is het dan inderdaad aan hem toevertrouwd om het praktijkgehalte van het PE-examen te beoordelen.

 

  &nbspOp het terrein van Schade en Leven noemt Koets zichzelf geen specialist: je kunt ook niet op elk terrein specialist zijn. Je kunt je wel de vraag stellen of juist het feit dat hij op deze terreinen geen specialist is, er de oorzaak van kan zijn dat hij het praktijkgehalte niet herkent.

 

  &nbspDaarom is het mooi dat Jos Koets ook voorbeelden geeft van de "zeer vele onderwerpen die niets met de praktijk te maken hebben". En vervolgens bij Schadeverzekering "het verzekeringsrecht, bedrijfsregelingen, causaliteit in het verkeersrecht en goederentransportverzekeringen" noemt. Bij Levensverzekering gaat "bijna de helft over de nieuwe Pensioenwet". Allemaal zaken waar – aldus Jos Koets – veel adviseurs niets mee te maken hebben.

 

Verzwijging

  &nbspMaar is dat wel waar? Ja, ik geloof wel dat Jos Koets (als hypotheekadviseur) daar niet zo veel mee te maken heeft. Maar zelfs hij zou toch moeten willen weten wat verzwijging (de mededelingsplicht) bij verzekering voor consequenties heeft. Koets stelt expliciet dat het voor een tussenpersoon nutteloos is om te weten welke rechten een verzekeraar heeft om bij verzwijging een polis op te zeggen. Want: "adviseurs hebben hier totaal niets mee te maken". Die sluiten alleen "inboedel-, auto-, opstalverzekeringen af". Herkent u hier de op verzekeringsgebied beperkte blik van de hypotheekadviseur? Een echte specialist op het gebied van schadeverzekeringen, gaat niet zo gemakkelijk aan deze onderwerpen voorbij. Het verzekeringsrecht, waaronder de nieuwe verzwijgingsregel, is ongelooflijk essentieel voor een verzekeringsadviseur. Zelfs als je alleen inboedel-, opstal- en autoverzekeringen doet. Hetzelfde geldt voor de andere onderwerpen bij Schade. Want er zijn natuurlijk ook verzekeringsadviseurs, die meer doen dan bijvoorbeeld "auto- en opstalverzekeringen". Die bijvoorbeeld ook bedrijfsverzekeringen sluiten of een goederenvervoerder onder hun klanten kennen.

 

  &nbspEn ik denk dat een echte specialist op het gebied van leven- en pensioenverzekeringen die nieuwe Pensioenwet geen theoretisch geneuzel vindt, maar een essentieel onderdeel van zijn vak.

 

  &nbspEn daarin ligt nu precies de toegevoegde waarde van een Nibe-SVV opleiding: je verwerft de noodzakelijke kennis, en méér. Want je bent een professional of je bent het niet. Wil je je onderscheiden van je concurrenten, dan zul je je klant net dat beetje meer moeten kunnen bieden. De WFT- en PE-opleidingen geven adviseurs die garantie.

 

Vakbekwaamheid

Daar komt nog iets bij: Jos Koets gaat er van uit dat WFT-PE uitsluitend voor de adviseur is bedoeld. Dat misverstand kom ik wel vaker tegen. De vakbekwaamheidseisen van de WFT gelden echter voor iedereen die klantcontacten heeft: ook als het gaat om het aangaan, het beheren, het muteren en het uitvoeren van verzekeringscontracten. Met andere woorden: ook voor de medewerker van een callcenter, een acceptant én de vrouw van Jos Koets (die kennelijk ook wel eens een hypotheekadvies geeft). Weliswaar is niet altijd een diploma nodig, maar het klantcontact moet vakbekwaam zijn: alleen controle achteraf van het gegeven advies is niet genoeg.

 

  &nbspJos Koets verbaast zich er ook over dat de PE-examens die hij heeft afgelegd niet ‘100%’ zijn afgestemd op de leerstof (de boeken). De verklaring daarvoor is simpel: het CDFD verlangt een strakke scheiding tussen exameninstituut en opleidingsinstituut. Een dergelijke afstemming mag simpelweg niet. Examenmakers hebben zich te richten op de door de minister gedetailleerd vastgestelde inhoud van het PE-programma (de toetstermen), dus ook Nibe-SVV Examens. Leerstofmakers, zoals Nibe-SVV, baseren zich ook op die toetstermen. En als er dan af en toe wat licht zit tussen wat de leerstofmaker/deskundige op basis van een toetsterm schrijft en wat de examenmaker/deskundige op basis van een toetsterm aan vragen bedenkt, maakt dat alleen maar duidelijk dat die scheiding er ook echt is."