nieuws

U-bocht

Archief

Luttele maanden voordat de consument volledig inzicht krijgt in de verdiensten van het intermediair, willen koepelorganisaties FKO en VVHN dat Financiën een stap terug doet in het provisievraagstuk. Met volledige transparantie hoeft de afsluitprovisie niet terug naar 50%, zo redeneert hypotheekadviseursvereniging VVHN. En de FKO ziet geen graten in het vasthouden aan bonusprovisie voor serviceproviders.

 

Daarmee wordt de bedrijfstak gedwongen tot het opnieuw voeren van de discussie over de waarde van het intermediair. Waren we er niet al lang uit dat het zwaartepunt van de beloning nu juist niet aan het begin van de looptijd van een contract moest liggen? Het SEO-rapport bevestigde dat onlangs nog: bonus- en afsluitprovisies zijn niet inspanningsgericht en dragen niet bij aan duurzaam advies. Nu nog krampachtig vasthouden aan afsluitprovisie en zelfs eerder gemaakte afspraken willen terugdraaien wekt de indruk van iemand die in de trein in slaap is gevallen en zich een station te ver in de ogen staat te wrijven.

 

Erg veel te eisen hebben hypotheekadviseurs ook niet: de AFM heeft bij herhaling geconstateerd dat kwaliteit en vastlegging van het advies nog te vaak niet deugen. En dat terwijl een beetje hypotheekadvies al gauw 24 uur in beslag neemt, zo hield NVA-voorzitter Bob Veldhuis de Telegraaf-lezers onlangs nog voor.

 

Het pleidooi van de FKO snijdt op bepaalde punten echter wel hout: in de wetgeving is de positie van de schakel tussen adviseur en aanbieder onvoldoende belicht. Het is alleen jammer dat de roep om een aparte definitie van serviceproviders in de WFT rijkelijk laat komt. Kennelijk moet daarvoor eerst de bijl in de wortels van het beloningsmodel.

 

De u-bocht van FKO en VVHN is gezien de veelheid en complexiteit van de veranderingen wel verklaarbaar. In heel de bedrijfstak heerst het gevoel dat niemand duidelijk zicht heeft op de consequenties van de nieuwe regels; een weg terug is er echter niet. De serviceproviders lijken daarvan het belangrijkste slachtoffer te worden, omdat zij nu eenmaal leven van beloning op basis van volume.

 

Toch moet ook bij die partijen de knop om: vasthouden aan bonusprovisie is een kansloze missie en er zijn inmiddels genoeg ideeën om de beloning voor serviceproviders om te vormen tot een beheer- en administratievergoeding. Waarom wordt daar niet serieus werk van gemaakt? Ongetwijfeld zal de omslag een aantal partijen in ernstige problemen brengen, maar recente faillissementen wijzen erop dat de voorspelde sanering in het segment inkoopcombinatie al in gang is gezet.

 

Overigens is het schokkend om te constateren hoe weinig veel tussenpersonen zich nog realiseren wat er staat te gebeuren. Ik roep het recente Allianz-debat over mkb-advisering in herinnering: de meeste daar aanwezige adviseurs dachten dat beloningstransparantie wel als een lokale onweersbui zal overwaaien. Als zij hun stellingen verlaten, kunnen ze voelen dat het wel eens een verfrissende zomerbries zou kunnen zijn.

 

Rob van de Laar

 

Reageer op dit artikel