nieuws

Proefschrift Van Tiggele over bewijslast in verzekeringsrecht

Archief

Mop van Tiggele-van der Velde, universitair docent bij het Verzekeringsinstituut van de Erasmus Universiteit, is gepromoveerd op het proefschrift ‘Bewijsrechtelijke verhoudingen in het verzekeringsrecht’. Promotor was professor Han Wansink.

 

Van Tiggele belicht in haar studie de bewijsrechtelijke verhoudingen tussen de partijen die bij de verzekeringsovereenkomst zijn betrokken. Zij concludeert dat er evenwicht is in die vehoudingen, al creëren verzekeraars in sommige gevallen ‘bewijscomfort’ voor zichzelf. "Te denken valt daarbij aan het bewijscomfort dat de verzekeraar voor zichzelf creëert door bij niet-nakoming van de verplichting tot melding van schade door de verzekeringnemer de sanctie van algeheel verval van het recht op uitkering te bedingen." Ook dan is er echter sprake van evenwicht, aldus Van Tiggele, omdat de verzekeraar in zulke gevallen belangenbenadeling moet bewijzen.

 

  &nbspIn twee situaties signaleert Van Tiggele geen evenwicht tussen verzekeraar en verzekeringnemer. Ten eerste kan een verzekeraar volstaan met het verzenden van bijvoorbeeld herinneringsbrieven met betrekking tot premie-incasso. "Mijns inziens dient de verzekeraar (onder genoemde omstandigheden) over te gaan tot een handeling waaruit kan volgen dat de brief de verzekeringnemer ook daadwerkelijk heeft bereikt (dus: aangetekend met bericht van ontvangst)."

 

  &nbspDe tweede situatie zonder evenwicht is dat de rechter vaak, na de vaststelling dat de bewijslast bij de verzekeraar rust, aan het tegenbewijs hogere eisen stelt dan dat daarmee de juistheid van het bewijs wordt ontzenuwd. "Die invulling hangt wel zeer aan tegen een omkering van de bewijslast. Voor een dergelijke invulling is binnen het verzekeringsrecht mijns inziens geen plaats."

 

  &nbsp’Bewijsrechtelijke verhoudingen in het verzekeringsrecht’ is bij Kluwer te bestellen onder ISBN-nummer 978-90-13-05462-0.

 

Reageer op dit artikel