nieuws

AFM past leningnormen NVB toe voor totale kredietmarkt

Archief

De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN) hebben nieuwe normen opgesteld voor de verstrekking van consumptief krediet. Toezichthouder AFM heeft deze meteen tot norm voor de hele markt verklaard.

 

"Overkreditering is in de toekomst niet meer mogelijk", zo claimen de beide verenigingen, die per 1 juli met de nieuwe richtlijnen gaan werken. Basis voor de normen is een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek naar het uitgavenpatroon van huishoudens in verschillende samenstellingen en inkomensklassen.

 

  &nbspIn de aangescherpte richtlijnen wordt onder meer rekening gehouden met een groter vrij te houden bedrag naarmate het inkomen stijgt. Tevens wordt gewerkt aan een Landelijk Informatiesysteem Schulden, waarin energie- en huurschulden worden vermeld.

 

  &nbspOok thuiswinkelorganisatie NTO heeft een nieuwe gedragscode voor kredieten. De AFM heeft zich direct achter de nieuwe leennormen geschaard en zal haar toezicht vanaf komende maand baseren op de normen van NVB, VFN en NTO. "Het is belangrijk dat alle kredietaanbieders minimaal dezelfde normen hanteren. De AFM zal de nieuwe normen zien als een minimale bescherming tegen onverantwoorde kredietverstrekking." Vanaf 1 oktober wordt ook door de AFM gecontroleerd of de acceptatiecriteria van kredietgevers voldoende afhankelijk zijn van het inkomen van de aanvrager. "In het laatste kwartaal zal een themaonderzoek naar kredietverstrekking starten."

 

Basisnormen

In de nieuwe gedragscodes, feitelijk in gang gezet door een AFM-rapport uit 2007 dat concludeerde dat de kredietverstrekking in een aantal gevallen onverantwoord was, is een basisnorm geïntroduceerd. Die is (inclusief toeslagen en vakantiegeld) voor twee volwassenen op _ 1.200 en voor twee volwassenen met kinderen op _ 1.619 gesteld. Voor een alleenstaande is dat _ 792 zonder kinderen en _ 1.283 met kinderen.

 

  &nbspOp de basisnorm is de leennorm gebaseerd, die bestaat uit de basisnorm, vermeerderd met 15% van het resultaat uit het netto inkomen minus basishuur (_ 203) en basisnorm. De inkomensafhankelijke stijging van de leennorm stopt bij een netto-inkomen van _ 3.000 (zonder toeslagen). In de berekening moeten de financieringslasten altijd worden gesteld op 2% van de kredietsom.

 

  &nbspDe AFM heeft verder gesteld dat vanaf een leensom van _ 5.000 het inkomen met loonstrookjes of bankafschriften moet worden aangetoond.

 

Reageer op dit artikel