nieuws

Werknemer van Crab Noomen lapt concurrentiebeding aan zijn

Archief

laars

Buitendienstmedewerkers worden soms weggekocht met het oogmerk marktaandeel te kopen. Een concurrentie/relatiebeding is dus van groot belang. Dit bleek in een kort geding van Mercurius tegen een ex-werknemer die was weggekocht door Crab Noomen.
Na een dienstverband van dertien jaar stapte eind vorig jaar de 54-jarige buitendienstmedewerker Frans Klein Herenbrink van Mercurius over naar Crab Noomen, onderdeel van de Kamerbeek Meeùs Groep. Hij zegde op 31 december met onmiddellijke ingang zijn baan op. Volgens Mercurius was Klein Herenbrink in de week voor zijn vertrek al voor Crab Noomen aan het werven. Klein Herenbrink was niet de enige die door Crab Noomen was weggekocht. Het Leidse bedrijf benaderde vorig jaar een aantal – van de in het totaal tien – buitendienstmedewerkers van Mercurius, hetgeen resulteerde in het vertrek van twee werknemers.
Met het wegkopen van medewerkers had Crab Noomen volgens Mercurius onder meer de bedoeling marktaandeel in de bakkerssector te kopen. Mercurius – verzekeraar van vooral brand, auto en arbeidsongeschiktheid en die tevens als tussenpersoon producten van andere verzekeraars biedt – heeft van oudsher een sterke positie in de bakkerswereld. Ongeveer 40% van de bakkers is (voor diverse producten) bij/via Mercurius verzekerd. Deze cliënten zijn vooral geconcentreerd in het zuiden van het land. Een bakker levert Mercurius gemiddeld een jaarpremie op tussen de f 10.000 en de f 25.000. Ook Crab Noomen heeft een grote ‘bakkersportefeuille’ maar is, volgens Mercurius, in deze sector nauwelijks in het zuiden vertegenwoordigd.
Veel opstappers
Mercurius was met Klein Herenbrink een (non)concurrentie/relatiebeding overeengekomen. Dit houdt in, dat hij tot een jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst, binnen een straal van vijftig kilometer rond Grubbenvorst (Limburg) geen werkzaamheden mag verrichten die gelijk zijn aan die bij Mercurius.
Direct nadat Klein Herenbrink was opgestapt, merkte Mercurius dat Crab Noomen een groot aantal Mercurius-relaties benaderde met een voordeliger aanbod. In korte tijd stapten binnen genoemd gebied 52 cliënten – en buiten het gebied 14 cliënten – van Mercurius op (waarvan er overigens drie werden teruggewonnen). Mercurius herkende het handschrift van de opzeggingsformulieren als dat van Klein Herenbrink. Sommige relaties ondertekenden bovendien een verklaring waarin stond dat zij opzegden, omdat zij Klein Herenbrink als adviseur wilden behouden.
Kort geding
Nadat Mercurius Klein Herenbrink had gesommeerd zijn activiteiten te staken, en aan Crab Noomen had gevraagd hier op toe te zien, vond eind maart een gesprek plaats tussen de beide directies. Crab Noomen deelde toen mee, dat Klein Herenbrink hen had verzekerd dat hij zich altijd aan het relatiebeding had gehouden.
In het kort geding dat Mercurius hierop bij de arrondissementsrechtbank in Roermond aanspande, werd van Klein Herenbrink f 10.000 geëist voor elke dag/iedere keer dat hij het concurrentiebeding zou schenden. Van Crab Noomen werd f 50.000 geëist voor elke dag/iedere keer dat het bedrijf zou profiteren van het onrechtmatig handelen van Klein Herenbrink.
Tegen de andere ex-werknemer werden en worden geen juridische stappen ondernomen, omdat hij slechts enkele contracten heeft overgesloten.
Zelfde handschrift
Hoewel Mercurius bij de dagvaarding een lijst van de 52 opstappende cliënten had toegevoegd plus de bijbehorende opzeggingen, ontkende Crab Noomen voor de rechter een stelselmatige benadering van Mercurius-cliënten. Zij zouden zelf met Klein Herenbrink contact hebben opgenomen. Volgens Mercurius was dat niet goed mogelijk, omdat zij in de brief over het vertrek van Klein Herenbrink, de cliënten niet had gemeld waar hij was gaan werken. Ook de president van de rechtbank geloofde het niet. “In één enkele oogopslag kan worden waargenomen dat op de door Mercurius overlegde opzeggingskaarten/brieven hetzelfde handschrift voorkomt”, staat in het vonnis. “Uitermate vreemd komt het de president vervolgens voor, dat door diverse in verschillende steden woonachtige cliënten van Mercurius een verklaring wordt opgesteld met exact dezelfde inhoud, waarbij aan Mercurius wordt meegedeeld dat zij er de voorkeur aan geven Klein Herenbrink als adviseur te willen houden en dat dat verzoek op hun uitdrukkelijke wens geschiedt. Op die verklaringen komt bovendien hetzelfde hiervoor bedoelde handschrift voor.”
Bodemprocedure
De president van de rechtbank wees de vordering tegen Klein Herenbrink toe. Op straffe van genoemde dwangsom mag hij dus “tot 1 januari 2001 geen contact hebben met klanten van Mercurius met het doel verzekeringen voor Crab Noomen te sluiten”.
De vordering op Crab Noomen vond de president echter “enerzijds veel te ruim geformuleerd, terwijl anderzijds Mercurius naast de tegen Klein Herenbrink toe te wijzen vorderingen, onvoldoende zelfstandig belang heeft toewijzing van de tegen Crab Noomen ingestelde vorderingen.”
Klein Herenbrink is tegen het vonnis niet in beroep gegaan. Volgens Cees Kammeijer, adjunctdirecteur van Mercurius, is hiermee de kous voor hem nog niet af. “Onze advocaat bereidt een bodemprocedure voor, waarin wij de geleden schade op hem gaan verhalen.”

Reageer op dit artikel