nieuws

Vraagtekens bij PE-programma

Archief

Het systeem van permanente educatie voor financiële dienstverleners kent nog veel loshangende draadjes. Er heerst onder meer onduidelijkheid over de termijn waarbinnen de nodige PE-punten moeten zijn vergaard. Maar ook over de waarde van het zogeheten e-learning heerst onzekerheid.

Onlangs werd tijdens het symposium ‘Permanente Educatie’ in Nieuwegein – georganiseerd door de Commissie Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD) – een afgerond PE-bouwwerk gepresenteerd. Desondanks verliet menigeen in verwarring de zaal, vooral als gevolg van de afsluitende forumdiscussie.
Termijn
De termijn waarbinnen de branche de nodige PE-deskundigheid moet vergaren is vastgesteld op achttien maanden. Deze periode is niet, zoals sommigen dachten, op 1 januari 2008 al ingegaan. De termijn blijkt pas te starten na publicatie van de toetstermen. Die worden rond mei van dit jaar verwacht. De termijn schuift dan ook op. “Als de toetstermen bijvoorbeeld op 1 juli 2008 worden gepubliceerd, schuift de einddatum van de termijn naar 1 januari 2010”, zegt Paul Oostdam namens het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening.
Toch ervaren veel opleidingsinstituten een grote tijdsdruk. “Ik vraag me af of het CDFD zich realiseert wat er allemaal op ons af komt”, zegt directeur Mike Schilperoort van opleidingsinstituut Lindenhaeghe. “Als je aanneemt dat wij in Nederland 11.000 vergunninghouders hebben, met gemiddeld drie werknemers die PE-gecertificeerd moeten zijn, kom je uit op een totaal van 33.000 cursisten. Stel dat ze voor gemiddeld drie WFT-examens een PE-programma moeten volgen, dan hebben wij het al over een groep van 100.000 cursisten. Als je uitgaat van twintig deelnemers per groep, kom je uit op 5.000 groepen met cursisten. Dat is een gigantische operatie om die allemaal op te leiden.”
E-learning
Een ander vraagteken betreft de weging van e-learningprogramma’s. Tijdens de vragenronde maakte de ‘Commissie PE-toetstermen’ duidelijk dat het lastig is deze programma’s goed te wegen “omdat je nooit helemaal zeker weet of degene die achter de computer de vragen invult ook werkelijk de aangemelde cursist is”. Toch is e-learning een geaccepteerde vorm. “De weg naar PE-kennis loopt enerzijds via een toets met een autodidactische aanpak met onder andere e-learning, en anderzijds via onderwijsprogramma’s die verschillende uitvoeringsvormen hebben”, aldus inleider Annie Kempers-Warmerdam van de Stichting Examencommissie.
Eisen die de CDFD stelt aan de opleiding zijn: professionaliteit en ervaring van de docenten, de aanwezigheid van een kwaliteitsborgingssysteem, een registratiesysteem en een klachtenprocedure. Verder moet de opleiding beschikken over een deugdelijk reglement en uiteraard voldoen aan de toetstermen. “Ik weet dat er al instituten adverteren met ‘goedgekeurde’ PE-programma’s, maar dat is natuurlijk onzin. Er is nog helemaal niets goedgekeurd”, aldus Kempers.
Weekendje Rome
Het toezicht op de onderwijsprogramma’s zal onaangekondigd en steekproefsgewijs plaatsvinden. Naast de inhoud, zullen objectiviteit, integriteit en betrouwbaarheid belangrijke meetpunten zijn. “Stel je de volgende aanbieding voor”, zei Kempers. “WFT/PE-onderwijsprogramma Consumptief krediet, tijdens een weekendje Rome met certificaatgarantie! Het lijkt me duidelijk dat we bij zo’n aanbieding een groot vraagteken zetten.”
Beleggen
Lourens van der Linden, voorzitter van de Commissie PE-toetstermen stond met name stil bij het onderdeel beleggen bij de module Hypothecair Krediet en Levensverzekeringen. “De belangrijkste regels waarmee we bij de PE-inhoud rekening moesten houden, waren de zorgplicht, de provisieregels, de cliëntregels en de aandacht voor PE in verband met de risico’s in beleggingsfondsen. Verder vinden wij dat ophogen van het financiële deskundigheidsniveau van de adviseur niet voldoende is. Wij willen ook eisen stellen op het gebied van de integriteit.”
Daarnaast is er een aantal speciale aandachtspunten, aldus Van der Linden. “De adviseur moet zijn beperkingen kennen, het is een misverstand dat beleggingsfondsen altijd eenvoudige producten zijn, en het is tevens een illusie om te denken dat beleggingsfondsen gewoonlijk goed gespreid zijn.”
Hij gaf nog een voorbeeld van de onderwerpen en eisen die in het onderdeel ‘PE Beleggen’ zijn te verwachten. Wel: een risicoanalyse, kennis van beleggingsfondsen, aandacht voor de actualiteit op de financiële markten en de vaardigheid om te kunnen spelen met de eisen van de klant en een beleggingsoplossing. Maar geen onderwerpen als: theoretische kennis van macro-economie, statistiek en financieel rekenen.
Studiebelasting
De studiebelasting in uren vond Van der Linden overigens moeilijk in te schatten. “Hierbij spelen veel factoren een rol, zoals het type onderwijsprogramma, de combinatie van meerdere modules, de vraag of je kiest voor e-learning of zelfstudie en de aanpassingen in verband met de actualiteit. Het lijkt me meer een taak van de onderwijsinstituten om een dergelijke inschatting te maken.”

Reageer op dit artikel