nieuws

Voorstel nieuwe Pensioenwet: bedrijfspensioen voor iedereen

Archief

Als een bedrijf een pensioenregeling heeft, dan moeten in beginsel alle werknemers met een arbeidsovereenkomst daaronder vallen. Dat staat in een voorstel voor een nieuwe Pensioenwet.

Met de eis iedere werknemer pensioen te laten opbouwen, wil het kabinet voorkomen dat bepaalde groepen werknemers geen aanvullend pensioen opbouwen door bijvoorbeeld het soort contract of de hoogte van het loon. Het kabinet wil slechts twee uitzonderingen toestaan op de ‘pensioenplicht per bedrijf’: een minimumleeftijd en een drempelperiode van een jaar, die wel meetelt voor de pensioenopbouw als de werknemer na dat jaar nog in dienst is.
Het wetsvoorstel is door staatssecretaris Hans Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ter advies voorgelegd aan de Sociaal-Economische Raad (SER). De nieuwe Pensioenwet zou in de plaats moeten komen van de huidige Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW).
Vrouwen
Aanleiding voor de eis aan ondernemingen om hun pensioenregeling in beginsel open te stellen voor allen die werkzaam zijn in de onderneming, is een onderzoek naar de pensioenpositie van vrouwen. Uit dat onderzoek van Center Applied Research, in opdracht van Sociale Zaken, blijkt dat van de vrouwelijke werknemers tussen de 25 en 65 jaar 76% een pensioenregeling heeft. Bij de mannelijke werknemers in dezelfde leeftijdscategorie is dat 89%. Vrouwen die wel een aanvullend ouderdomspensioen opbouwen, bouwen gemiddeld een lager pensioen op dan mannen.
De voornaamste reden is dat vrouwen vaker worden getroffen door uitsluitingsgronden en toetredingsbelemmeringen. In pensioenregelingen is volgens de onderzoekers geen sprake van directe, maar wel van indirecte discriminatie tussen mannen en vrouwen. Zo hebben vrouwen veel vaker dan mannen kleine deeltijdbanen (twaalf uur of minder per week werkend), tijdelijke banen, specifieke flexibele banen (oproepcontracten) en uitzendbanen. Als gevolg daarvan worden vrouwen vaker uitgesloten van pensioenregelingen.
Een andere oorzaak is het effect van de hoogte van de franchise. Hoge franchises, veelal gebaseerd op een AOW-uitkering voor een (echt)paar, benadelen vooral werknemers met lagere inkomens, onder wie veel vrouwen. Ook het soort pensioenregeling (eindloon versus middelloon) is van invloed op het verschil in hoogte van het ouderdomspensioen tussen mannen en vrouwen. Aangezien de carrière en daaraan gekoppeld de salarisontwikkeling van vrouwen minder steil verloopt dan die van mannen, ondervinden vrouwen minder voordeel van het eindloonstelsel dan mannen. Ten slotte blijken vrouwen vaker te werken bij een werkgever die geen pensioenvoorziening heeft.
Arbeidsongeschiktheid
In het wetsvoorstel voor een nieuwe Pensioenwet heeft staatssecretaris Hoogervorst naast de ‘pensioenplicht per bedrijf’ nog andere pensioenwensen geformuleerd. Zo vraagt Hoogervorst zich af of de regeling van premievrije voortzetting van pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid in stand moet blijven. Om de terugkeer naar werk voor WAO’ers niet al te onaantrekkelijk te maken, denkt de bewindsman eraan om de grondslag van het pensioen te baseren op de uitkering in plaats van het laatst verdiende loon.
Verder moeten de mogelijkheden voor vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw bij verlof worden vergroot. Niet alleen om het opnemen van verlof aantrekkelijker te maken, maar ook om te voorkomen dat er gaten in de pensioenopbouw komen.
Onvoorwaardelijke indexering van pensioenuitkeringen acht de staatssecretaris niet wenselijk. Dergelijke afspraken zouden de pensioenuitvoerder dwingen tot het aanhouden van extreem grote reserves, waardoor de pensioenpremies enorm zouden stijgen. Wel vindt Hoogervorst dat indexering een hoge prioriteit moet hebben als er vermogensoverschotten zijn.
Klachteninstituut
Hoogervorst denkt erover om de SER te laten fungeren als klachteninstituut voor deelnemersraden. Momenteel kunnen zij daarvoor terecht bij de Verzekeringskamer, die daarmee echter klachtinstantie en toezichthouder tegelijkertijd is. Dat vindt het kabinet niet wenselijk.
Ten slotte gaat het wetsvoorstel in op de informatievoorziening door pensioenuitvoerders. De huidige voorlichtingsvoorschriften worden als te globaal beoordeeld. Er is meer informatie nodig over bijvoorbeeld vrijwillige voorzieningen, zodat de deelnemers de keuzemodules goed kunnen vergelijken met eventuele alternatieve verzekeringsmogelijkheden. Verder moeten deelnemers beter inzicht hebben in de financiële situatie van een pensioenfonds. Dit kan onder meer bereikt worden door hun een verkort financieel fondsoverzicht te verstrekken.
Vrouwen bouwen gemiddeld een lager pensioen op doordat ze vaker ‘getroffen’ worden door uitsluitingsgronden en toetredingsdrempels.

Reageer op dit artikel