nieuws

Voor de Vuyst weg

Archief

Een column schrijven is één ding, ‘live’ optreden is andere koek. Ik blikte de zaal in, monsterde het publiek. “Wat kijkt u streng”, piepte ik. “Het gaat léuk worden, hoor.” Direct daarop nam een engeltje plaats op mijn schouder. “Gewoon jezelf zijn”, zong ze. “Dan ben je ‘vrouws’ genoeg.” Op de andere schouder landde een duiveltje. “Zeg mevrouwtje,” siste hij. “Ze vinden je nu al niets. Hier in Rotterdam hebben we heel andere humor.” Ik zuchtte. De Rotterdamse Beurs Brand Club, waar was ik aan begonnen?

Ik had me goed voorbereid. Maar toen ik mijn verhaaltje tikte, achter mijn eigen veilige pc, hadden mijn handen niet getrild. En mijn hart had niet zo gebonsd. De try out op de parkiet was goed gegaan, maar die had natuurlijk geen verstand van verzekeren. Deze mensen wel. Ongetwijfeld meer dan ik, provinciaaltje dat ik ben.
In de auto waren mijn grappen leuk, mijn anekdotes smeuïg en herkenbaar. Maar nu ik hier eenmaal stond, wist ik het allemaal niet meer zo zeker. Ik noemde mijn naam, vertelde wat ik kwam doen. Maakte wat grapjes over de borrel (gelukkig, er grinnikte iemand). Voorlopig had ik de aandacht, er barstte niemand in huilen uit.
“Het vak op de hak”, hoorde ik mezelf zeggen. “Dat staat voor humor in onze branche. U bent het vast met me eens, af en toe mag het wel íets minder serieus.” Ik streek mijn zorgvuldig uitgekozen rokje glad. Waarom had ik überhaupt ‘ja’ gezegd op de uitnodiging? Al pratend liet ik mijn blik nogmaals over de aanwezigen gaan. Al die pakken! ‘Ik ben underdressed!’, schoot het door mijn hoofd. “Hou op met vrouwengeneuzel en ga verder met je verhaal”, zei het engeltje. “Opgeevùh!”, gierde de duivel.
Ik vertelde over mijn ervaring met de deelcursus A-brand (gezakt), over de schadebehandeling bij ons op kantoor en ik gaf voorbeelden van de wetmatigheid waarbij de lastigste klanten altijd de meest kansloze schades oplopen. Hier en daar werd gelachen. Ik was nog niet overtuigd, maar het gevoel dat ik elk moment kon gaan overgeven was in ieder geval weg. Rustig maakte ik mijn verhaal af. De voetbalgrappen liet ik maar zitten. Het noemen van ‘De Rotterdamse Beurs’ als bakermat van de Nederlandse assurantiën bleek gevaarlijk genoeg. Ik sloot af met een glimlach. Ik leefde nog.

Reageer op dit artikel