nieuws

Voor de Vuyst weg

Archief

“Het begrip ‘tussenpersoon’ moet in de ban.” Aldus een toonaangevend branchemagazine. De benaming zou de lading niet dekken. Het zou suggereren dat er geen sprake is van een adviseur maar slechts van een doorgeefluik. “Bovendien,” werd gesteld, “straalt het woord kneuterigheid uit.” Kneuterigheid? Toe maar!

Ik zit regelmatig bij een klant thuis. Met een kopje thee. Of er zit er één op kantoor aan de koffie. En ja, ik geef zélfs toe dat ik er wel eens met één een borrel ben gaan drinken. Is dat kneuterig? Waarschijnlijk wel. Maar is dat érg? Ondertussen zit ik wel aan ’s mans pensioen te punniken. En als hij over zijn kinderen begint, kom ik met een spaarplannetje. Een tussenpersoon kent zijn klant en zijn klant kent hém. En als er een vraag is, komt er ook een antwoord. Zonder gezeur. En vooral zonder tussenkomst van moderne telefoonfuiken.
Heel anders dan wanneer men zich rechtstreeks tot een maatschappij moet wenden. Zoals die kennis, die laatst een bank belde. Een pro forma aflosnota moest hij hebben. “Ik weet nú wat de kracht van die bank is,” sprak hij ongelukkig. “Ongelooflijk, wat kunnen die traineren!” De betreffende kennis heeft uiteindelijk met zijn rechtsbijstandsverzekering moeten dreigen, vóór hij het juiste schrijven mocht ontvangen. Kijk, dan zeg ik, kies maar voor kneuterigheid. Scheelt een boel ellende.
Nee, wat míj betreft mag de ‘tussenpersoon’ zijn naam behouden. Niets mis mee, ergens ‘tussen’ zitten. Zolang het advies maar deugt. En zolang u niet overdrijft natuurlijk. Want er zijn er, die kunnen maar moeilijk maat houden. Ik heb wel eens gehoord dat iemand een apart dossier bijhield van alle familieomstandigheden. Ziektes van de schoonmoeder, burenruzies, de rapporten van de kinderen. Werkelijk álles dat de klant vertelde, schreef hij op. Kijk, dán kneuter je te ver door. Want voor een goede adviseur geldt; bemiddel correct, informeer beleefd, maar zit niet overál tussen. Voorál niet met uw neus.

Reageer op dit artikel