nieuws

VFN wil dat AFM namen noemt van ‘foute’ kredietaanbieders

Archief

De Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN) wil dat de AFM de namen bekendmaakt van de kredietverstrekkers die volgens de toezichthouder cliënten in financiële problemen brengen met onverantwoord hoge leningen. “Nu lijdt de hele branche onder deze verdachtmaking”, aldus de VFN. ‘

Het door de AFM verspreide bericht begint nog met de zalvende woorden: “De Autoriteit Financiële Markten is tevreden over de verbeterde gedragscodes voor kredietverstrekking die de markt dit voorjaar zal introduceren.” Maar de verdere teneur van het stuk is een scherpe veroordeling van wat de markt tot nu toe laat zien.
Aanleiding voor het bericht was een onderzoek van de AFM. Uit dit onderzoek blijkt dat banken, financieringsmaatschappijen en creditcardmaatschappijen in de praktijk krediet verlenen aan consumenten die daardoor onder het bestaansminimum kunnen komen. De AFM noemt dit onverantwoord.
De AFM heeft onderzoek gedaan bij drie banken, vijf financieringsmaatschappijen en vijf postorderbedrijven om een representatief beeld te krijgen van de wijze waarop aanbieders van consumptief krediet invulling geven aan de normen voor verantwoorde kredietverstrekking. De in de praktijk gehanteerde (minimum)normen zijn daarbij afgezet tegen bijstandsbedragen en tegen de huidige norm van de branchevereniging van kredietaanbieders, de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN).
Onder bijstandsniveau
De belangrijkste conclusies van het AFM-onderzoek zijn: banken, financieringsmaatschappijen en creditcardmaatschappijen hebben krediet verleend, of zijn daartoe bereid, terwijl dit met het oog op het voorkomen van overkreditering niet verantwoord is. De normbedragen voor resterend besteedbaar inkomen die de onderzochte kredietverstrekkers in de praktijk hanteren, liggen onder bijstandsniveau en in sommige gezinssituaties ruim onder bijstandsniveau.
Kredietaanbieders winnen volgens het AFM-rapport onvoldoende informatie in over de financiële positie van de consument. Met de daadwerkelijke maandelijkse vaste lasten en met betaalachterstanden wordt onvoldoende rekening gehouden.
Verder uit de AFM kritiek op de zogenoemde creditscoringssystemen waar postorderbedrijven en een aantal creditcardmaatschappijen gebruik van maken. Daarbij wordt een inschatting gemaakt op basis van omgevings- en ervaringsgegevens, maar is er geen informatie voorhanden over bijvoorbeeld het inkomen van de consument. Hoewel dit volgens de toezichthouder een beproefde methode en geoorloofde methode is om de kredietwaardigheid te toetsen, is hierbij niet in alle gevallen vast te stellen of het verstrekken van krediet verantwoord is. In het acceptatiebeleid is over het algemeen niet opgenomen wanneer en onder welke voorwaarden van de criteria kan worden afgeweken. Slechts eenderde van de onderzochte reclame-uitingen en kredietprospectussen voldoet aan de gestelde eisen, aldus de AFM.
Bestaansminimum
De AFM oordeelt dat kredietverstrekking onverantwoord is wanneer de consument daardoor op een levensstandaard onder het bestaansminimum komt. In gesprekken met de VFN en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) is dit onderschreven en is afgesproken dat de norm voor verantwoorde kredietverstrekking wordt herzien. Uitgangspunt voor de nieuw te hanteren norm is dat deze inkomensafhankelijk wordt en dat een verhoogde zorgplicht gaat gelden voor kredieten die dicht tegen de minimumnorm zitten.
Ook de hoogte van de norm wordt kritisch bezien. Met de Nederlandse Thuiswinkel Organisatie (NTO) is afgesproken dat in aanvulling op de huidige credit-scoringssystemen informatie over het inkomen en vaste lasten wordt opgevraagd bij krediet vanaf _ 250.
De AFM zal de nieuwe normen branchebreed toepassen en zo nodig handhavend optreden. Eerder waarschuwde de AFM al strikt te zullen toezien op de na-leving van reclame- en informatieverplichtingen.
Verdachtmaking
De VFN herkent de AFM-constatering over reclame-uitingen en voorlichting en zal scherper toezien op naleving door haar leden. “Wij zullen onze leden dan ook oproepen en ondersteunen bij het voldoen aan de wettelijke vereisten”, zegt woordvoerster Annemieke Goudsmit.
“Maar de AFM constateert in het rapport ook dat financieringsmaatschappijen zich niet aan de normen voor kredietverstrekking zouden houden. Met deze constatering hebben we moeite. De groep onderzochte financiers bevatte ook een aantal VFN-leden. Navraag heeft geleerd dat zij zich wel aan de normen hebben gehouden. Wij staan ook voor verantwoord lenen. Daarom willen we dat de AFM de namen van de bedrijven bekend maakt en duidelijkheid schept. Dan kunnen wij de koe bij de horens vatten. Nu lijdt de hele branche onder deze verdachtmaking”, aldus Goudsmit.
Bij monde van woordvoerder Werner van Bastelaar laat de AFM weten,daar niet over te peinzen. “De AFM werkt onder stringente zwijgplicht. En zij die het niet goed doen, tikken we zelf wel op de vingers.”
Steekproef
Hein Blocks, directeur van de NVB,plaatst ook kanttekeningen bij het rapport. Blocks zegt dat geen van de grote banken in het AFM-onderzoek zijn betrokken. “De grote banken herkennen zich dan ook niet in het opgeroepen beeld. Terwijl die toch goed zijn voor 80% van de kredietverstrekking.” Ook andere financiële instellingen, zoals onder meer DSB Bank, laten weten zich niet te herkennen in de uitkomsten van de AFM.
Van Bastelaar reageert gelaten op de kritiek van de NVB. “De AFM heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het hier om een steekproef gaat. Maar als we op deze manier met een rapport naar buiten gaan, doen we dat niet zomaar. En we gebruiken niet voor niets in de conclusies de term onaanvaardbaar. Maar we hebben als toezichthouder er vertrouwen in, dat de branche het goed oppakt. We zijn optimistisch gestemd omdat er adequaat op gereageerd wordt. Uiteindelijk leidt dit tot betere bescherming van de consument. En dat is wat we allemaal willen.”
Hein Blocks zegt dat aan het einde van de maand de banken een nieuwe gedragscode zullen aanvaarden. “Maar niet naar aanleiding van dit rapport. Samen met de VFN werd al aan die nieuwe code gewerkt met het oog op de wetswijziging van vorig jaar. Vroeger zat in de Wet op het consumptief krediet een paragraaf die ging over overkreditering. In de WFT staat alleen dat de verstrekker een zorgplicht heeft. Eind van de maand komen we zelf naar voorbeeld van de Gedragscode Hypotheken met een Gedragscode Consumptief Krediet.”
De VFN bevestigt dat die code een inkomensafhankelijke component bevat. “De toevoeging van een inkomensafhankelijk deel aan de bestaande norm draagt bij aan het verder voorkomen van overkreditering”, stelt Goudsmit.

Reageer op dit artikel