nieuws

Verzekeraars in OVS-discussie: kop-staart of invoegbotsing?

Archief

Is er bij een botsing op een voorrangsweg sprake van een kop-staartbotsing of gaat het om een bijzondere verrichting volgens de Overeenkomst Vereenvoudigde Schaderegeling (OVS)? Twee verzekeraars leggen deze vraag voor aan de Geschillencommissie Schadeverzekeraars.

Een bestuurder van een personenauto (WA- en casco- verzekerd) komt uit een uitrit een voorrangsweg op rijden. Op de voorrangsweg mag maximaal 80 km gereden worden. De auto (B) wordt vanachteren aangereden door auto A (WA-verzekerd).
De verzekeraars van de auto’s komen er samen niet uit of de aanrijding valt onder botsingsituatie 1 of 3 van de Overeenkomst Vereenvoudigde Schaderegeling (OVS). De eerste situatie betreft een botsing tussen een motorvoertuig dat een bijzondere verrichting uitvoert en een ander voertuig dat geen bijzondere verrichting uitvoert; de verzekeraar van het eerste voertuig moet dan de schade betalen. Bij botsingsituatie 3 van de OVS gaat het om een enkelvoudige kop-staartbotsing waarbij het achterste voertuig de schade betaalt.
Schadeformulier
Volgens de verzekeraar van auto B is botsingsituatie 3, de kop-staartbotsing, van toepassing: de botsing heeft niet plaatsgevonden binnen de geldende afstandsnorm van 25 meter, waardoor er geen sprake is van het uitvoeren van een bijzondere verrichting. De bestuurder van auto B heeft op het schadeformulier aangegeven dat hij een afstand van circa 30 meter had afgelegd op de voorrangsweg op het moment van de botsing.
Verzekeraar A vindt dat er sprake is van botsingsituatie 1: auto B reed uit een uitrit de voorrangsweg op. “Het snijpunt van de verlengde rijbaankanten tot de plaats van de botsing is minder dan 25 meter, waardoor er nog steeds sprake was van het uitvoeren van een bijzondere verrichting op het moment van de botsing.”
Kruisingsvlak
De Geschillencommissie Schadeverzekeraars maakt uit het schadeformulier op dat de botsing heeft plaatsgevonden op het moment dat beide voertuigen juist het kruisingsvlak hadden verlaten. “Nu niet betwist is dat partij B voor het oprijden van de voorrangsweg uit een uitrit kwam, stelt de commissie vast dat partij B nog niet had voldaan aan de afstandsnorm van 25 meter.” De opmerking van partij B dat er inmiddels 30 meter was afgelegd, vindt volgens de commissie geen steun in de stukken en evenmin in het politierapport. In dit rapport gaat het alleen over de voorrangskwestie. In de schets bij het rapport is bovendien de feitelijke botsing kort voorbij de kruising aangegeven. Hieruit maakt de commissie op dat partij B nog bezig was met een bijzondere verrichting en de schade dus onder botsingsituatie 1 van de OVS valt.
06

Reageer op dit artikel