nieuws

Verzekeraar moet bij letselschade aandringen op rechtsbijstand

Archief

Een automobilist die letselschade oploopt bij een aanrijding met een andere auto, tekent met de WA-verzekeraar van deze auto een overeenkomst voor finale kwijting van de schade, voordat de medische gevolgen exact zijn vastgesteld. Hij wordt hierbij alleen bijgestaan door zijn broer en niet door een schaderegelaar.

De WA-verzekeraar stuurt een kleine twee maanden na het ongeval, een medisch adviseur naar de man. Deze constateert dat de man vóór de aanrijding al leed aan een vaatafwijking en een aandoening aan zijn rechterhand (reflexdystrofie) waardoor hij arbeidsongeschikt was. Na de aanrijding, waarbij hij per ambulance naar het ziekenhuis is gebracht, klaagt de man onder meer over duizeligheid, nekklachten, hoofdpijn en geheugenverlies. De medisch adviseur concludeert dat de causaliteit echter niet vaststaat en dat er meer medische informatie nodig is.
Nog voordat beide partijen echter een volledig inzicht hebben in de geleden en nog te lijden schade, sluiten ze al een overeenkomst voor finale kwijting. De man ontvangt totaal een bedrag van _ 12.500, waarmee voor verzekeraar de kous af is.
De man vraagt zijn – per aangetekende post verstuurde – medische stukken terug, maar de verzekeraar meldt dat deze zijn kwijtgeraakt. Op klachten hierover reageert de verzekeraar niet serieus, meent de man. Als naderhand blijkt dat zijn leven door het ongeval “totaal verwoest” is, eist hij voor de Raad van Toezicht dat zijn letselschade opnieuw in behandeling wordt genomen.
Excuses
De raad concludeert dat de verzekeraar door het zoekraken van de medische stukken de goede naam van het verzekeringsbedrijf heeft geschaad. Omdat verzekeraar, ook namens de directie, diverse keren zijn excuses heeft aangeboden aan klager en inmiddels de interne postverwerking heeft verbeterd, verbindt de raad hieraan geen financiële consequenties.
Geen vakman
De raad vindt het een kwalijke zaak dat verzekeraar klager een overeenkomst heeft laten tekenen die “een redelijk handelend vakman – een rechtsbijstandverlener die professioneel personenschade regelt – optredend voor klager, niet zou hebben getekend”. Hij acht dit bovendien strijdig met de zogeheten Gedragsregels bij de behandeling van personenschade in het verkeer. De ondeskundigheid van de broer blijkt volgens de raad bijna uit elke brief. De maatschappij had er dan ook op moeten aandringen dat klager zich liet bijstaan door een schaderegelaar.
Verder meent de raad dat de verzekeraar de klager niet duidelijk heeft voorgelicht dat de kosten voor rechtsbijstand zouden worden vergoed, ondanks herhaalde verzoeken van de (broer van) klager. Tegenover de raad verklaart de verzekeraar dat klager volhield dat hij finale kwijting wilde en dat er daarom niets anders op zat om de overeenkomst te tekenen. De raad meent dat er wel degelijk andere mogelijkheden waren. Zo had de verzekeraar klager kunnen laten weten dat hij de schaderegeling afbrak, omdat een regeling niet verantwoord was zonder behoorlijk medisch onderzoek.
Het eindoordeel luidt dat de verzekeraar ook op dit punt de goede naam van het verzekeringsbedrijf heeft geschaad. Klager kan niet aan de overeenkomst gehouden worden.

Reageer op dit artikel