nieuws

‘Verzekeraar die goed presteert, is klein en opereert in nichemarkt’

Archief

Verzekeraars met een kwalitatief goede dienstverlening richting tussenpersonen groeien in alle situaties, stelt Dick-Jan Abbringh van Ten Have & Company. Grote verzekeraars groeien echter minder snel dan kleine, terwijl grote partijen ook meer moeite hebben om een goede performance te handhaven.

Abbringh trekt deze conclusie na bestudering van vijf jaar performanceonderzoeken door TNS/Nipo, in opdracht van DAK, NBVA en NVA. “Eigenschappen die goede performers gemeen hebben, is dat ze groeien, klein zijn en zich in veel gevallen richten op een beperkt aantal branches”, zegt hij.
Verder is er vaak een kopgroep van outperformers, die structureel boven marktniveau operereert. Bij Schade zijn dat De Noordhollandsche van 1816, Allianz, Erasmus, Generali, Klaverblad en Reaal. Bij Leven Individueel zijn dit Legal & General, DBV, Erasmus, Generali, Klaverblad en Reaal.
Volgens Abbringh wordt het steeds lastiger om de koppositie vast te houden. De mindere performers blijken zich namelijk wel steeds verder te verbeteren en de kloof met de top wordt minder groot. Zo voelt Legal & General de hete adem van de achtervolgers in de nek. “Topposities zijn steeds lastiger vast te houden”, aldus Abbringh. Toch blijft Noordhollandsche volgens hem voorlopig onbereikbaar. “Een interessante vraag is wel of de Noordhollandsche haar superioriteit kan vasthouden als ze ook levenproducten gaat voeren.”
Organisatorisch complex
Grote verzekeraars presteren relatief minder dan de kleinere, stelt Abbringh. “De gedachte dat schaalvoordelen zouden leiden tot een betere performance blijkt niet op te gaan.” Volgens hem zou dat wel eens kunnen liggen aan de organisatorische complexiteit, waarmee veel verzekeraars te maken hebben én met de aanwezigheid van grote portefeuilles uit het verleden. Wetswijzigingen en veranderingen van technologie hebben nu eenmaal meer gevolgen voor een grote dan voor een kleinere portefeuille. “Er zijn verzekeraars die melden al meer dan 70% van hun ICT-capaciteit kwijt te zijn aan het doorvoeren van al die wijzigingen”, aldus Abbringh.
Ketenintegratie
Ook fusies en overnames zijn voor de gehele markt beruchte struikelblokken voor goede prestaties, zegt Abbringh. “Je zag dat Winterthur na de overname door AXA is weggezakt van 0,18 punten boven het marktgemiddelde naar 0,15 punten onder de markt. Ook Fortis liep in 2006 gedurende de integratie van Stad Rotterdam en Woudsend in Amev een flinke deuk op in de performance.
Bij Schade is er verder een duidelijk verband tussen goede ketenintegratie en een hoge performance “Als de waardering voor ketenintegratie 3,7 of hoger is, is de performance even hoog of hoger”, zegt hij. “Bij een lagere waardering voor ketenintegratie is de performance doorgaans ook laag. Opvallend is dat dit verband er bij Leven niet is.”

Reageer op dit artikel