nieuws

Verschil van opvatting over betaling van kosten tussentijdse mediation

Archief

De aanbeveling van een tussentijdse mediation (bemiddeling) in vastgelopen letselschadezaken kan alom op steun rekenen, maar hoe de betaling van de declaratie van de mediator geregeld moet worden, is een discussiepunt

Dit komt naar voren uit een enquête die door de Vereniging van Letselschade Mediators (LetMe) onder de betrokken marktpartijen is gehouden. Er waren 23 respondenten op een enquêtegroep van 42, een respons van 55%. Het ging daarbij om vijf overkoepelende organisaties, rechtsbijstandverzekeraars, WA-verzekeraars, belangenbehartigers en experts. “Er waren iets meer reacties van verzekeraarszijde dan van slachtofferzijde, maar dat scheelt weinig”, aldus LetMe. Het ging louter om ja/nee-vragen. Op de vraag ‘Bent u van mening dat de kosten van de mediator onder de werking van artikel 6:96 BW (kosten ter vaststelling van schade buiten rechte door een deskundige) zouden moeten vallen?’, reageerde 61% met ‘ja’ en 39% met ‘nee’. Navraag leert, dat die 39% volledig op het conto van verzekeraars komt. Aanbeveling In oktober jl. kwam LetMe met een aanbeveling tot structurele bemiddeling in zaken die na drie jaar nog geen uitzicht op een afronding bieden. De kosten van deze mediation zouden door de “meest gerede partij” betaald moeten worden, ongeacht kostendiscussies uit het voortraject. LetMe beraadt zich nu over eventuele bijstelling van de aanbeveling ten aanzien van het aspect van de buitengerechtelijke kosten.

Reageer op dit artikel