nieuws

Verlies zorgverzekerden valt De Amersfoortse tegen

Archief

Door Gitte Jansen-Nieudorp

De Amersfoortse wil zelf ziektekostenverzekeringen blijven ontwikkelen en aanbieden, ondanks het verlies in het aantal zorgverzekerden. Volgens directeur Zorg, Frank Romijn, kunnen ze overeind blijven in het zorgveld, omdat ziektekosten onlosmakelijk deel uit maken van de productpropositie. In de WIA-markt zal de verzekeraar naar eigen inschatting bij de drie grootste marktpartijen blijven behoren. Met het tot nu toe behaalde premievolume is Romijn zeer tevreden.
Verzekeringsconcern Fortis Verzekeringen Nederland ging, begin dit jaar bij de start van de strijd om de zorgverzekerden, uit van een groei in het verzekerdenaantal. Teleurgesteld moet directeur Zorg van De Amersfoortse, Frank Romijn, bekennen dat dat niet gelukt is. Het verzekeringsbedrijf heeft in de zorgportefeuille zo’n 15% van de 190.000 verzekerden zien vertrekken en telt nu nog ruim 160.000 verzekerden. Het verlies van twee grote collectiviteiten is daar mede debet aan. Romijn: “De eindscore is overigens nog niet bekend.”
De portefeuille van SR Zorg, het oude ziekenfonds van Stad Rotterdam, heeft de zorgdirecteur dan niet meegerekend. Zorgverzekeraar DSW administreert die al jaren. “We onderzoeken hoe we daarmee verder gaan”, licht Romijn toe. “We kunnen zelf de administratie ervan gaan voeren of we kunnen hem overdragen. SR Zorg is een onderlinge waarborgmaatschappij en dat is een lastige constructie. Het past niet binnen een commercieel verzekeringsbedrijf. Voor 1 mei moet hierover een besluit zijn genomen.”
Het geringe aantal verzekerden is voor De Amersfoortse geen reden om de zorgportefeuille weg te doen. “We hebben de zorginkoop goed geregeld door de samenwerking met MultiZorg en onze processen zijn efficiënt. Je hoeft dus geen miljoenen verzekerden te hebben om te overleven”, verklaart Romijn. Hij ziet zorg als een belangrijke element van een totaaloplossing.
Prijsmarkt
Ook Romijn wijt het verlies, net als de andere zorgverzekeraars die de zorgconcurrentiestrijd verloren, aan het feit dat de zorgmarkt veel meer een prijsmarkt werd dan voorzien. “De media speelden hierin een cruciale rol”, aldus Romijn.
Hij kan zich vinden in de rekensom van collega Eelke van der Veen, bestuursvoorzitter van Agis. “Sommige verzekeraars hebben massaal verlies ingekocht. Zo’n zelfde drama hebben we tien jaar geleden meegemaakt in de verzuimmarkt. Daar leer je van en het heeft ons doen besluiten er niet aan mee te doen.”
Ondanks het verzekerdenverlies maakt Romijn zich geen zorgen over de toekomst. “In januari krijgen we nog een keer de kans. Die moeten we dan grijpen. Verzekerden hebben nu niet gelet op kwaliteit. De premies bij concurrenten zullen gaan stijgen. Ze moeten toch een keer realistische prijzen laten zien. Dan gaat kwaliteit wel een rol spelen.”
Of het Fortis-bedrijf ook volgend jaar dan non-select zal accepteren, daar is nog niet over nagedacht. “We onderscheiden ons liever op unieke elementen, die niet zo makkelijk kopieerbaar zijn. De kwaliteit van onze dienstverlening is daar een voorbeeld van.”
Administratie
Romijn benadrukt dat het nieuwe zorgstelsel een ontzettende grote operatie is geweest en nog steeds is. “Onze medewerkers hebben heel veel zaterdagen overgewerkt om alle mutatiestromen te verwerken en ik verwacht dat we tot het einde van de maand hier nog wel zoet mee zijn.”
Hij doelt dan niet op de extra administratieve rompslomp die er komt kijken bij het verrekenen van de zorgnota’s. “Het zijn vooral nog veel aan- en afmeldingen. Sommige komen wel in viervoud voor. Dan blijken drie van onze mensen met dezelfde verzekerde bezig te zijn, want de verzekerde heeft zich aangemeld per e-mail, per telefoon en per brief. Of we zoeken verzekerden om uit te schrijven, omdat we een opzegkaartje hebben ontvangen van een collega-verzekeraar, en dan blijken die nooit bij ons verzekerd te zijn geweest.”
Daarnaast heeft de verzekeraar ook de administratieve processen op het nieuwe zorgstelsel moeten aanpassen en zijn de backoffices van Woudsend en Stad Rotterdam op één systeem overgebracht. Dit brengt met zich mee dat de zorgproducten in het Fortis-huis voor alle labels gelijk zijn.
WIA-markt
Het lijkt erop dat de diverse Fortis-labels een zelfde beleid hebben gekozen voor het WIA-productenpalet: één product voor alle labels. Romijn licht toe dat dit niet het geval is. “Fortis ASR en wij hebben een eigen administratie voor de arbeidsongeschiktheidverzekeringen. Er kunnen zich verschillen voordoen in voorwaarden en premie. Onze meest recent geïntroduceerde verzekering bijvoorbeeld, de Budget AOV, wordt niet door Fortis ASR aangeboden.” De productontwikkeling in het WIA-traject is wel door beide labels tezamen gedaan.
De aandacht voor WIA-gerelateerde producten is ondergesneeuwd door alle media-interesse voor zorgverzekeringen. De markt lijkt zich niet bewust van de inkomensgevolgen bij arbeidsongeschiktheid onder de nieuwe wet. Romijn stelt dat dit wel meevalt. “Ons intermediair heeft veel belangstelling getoond voor de voorlichtingssessies die we gaven. Ook de productie valt niet tegen.”
Desondanks heeft De Amersfoortse, net zoals vele andere aanbieders de afsluittermijn voor WIA-verwante polissen waarbij het inlooprisico is meeverzekerd, verlengd tot april.
De zorgdirecteur is overigens vol vertrouwen in het intermediair. Uitspraken dat het intermediair straks wel eens in de problemen kan komen door niet te voldoen aan de in de WFD genoemde zorgplicht (“ze hebben geen idee wat ze adviseren”), wijst Romijn naar het rijk der fabelen. “De uitzonderingen daargelaten, hebben wij het beeld dat het intermediair zijn taak erg serieus neemt. WIA is mijns inziens het meest adviesgevoelige product.”
Premievolume WIA
Dat de verkoop van WIA-verzekeringen goed op gang is gekomen, illustreert Romijn met het premievolume dat al is binnengehaald en het aantal contracten dat is gesloten. Van de Pemba-portefeuille van De Amersfoortse is in de eerste maanden van dit jaar 95% omgezet in een WGA Verzekering Eigen Risico. Romijn: “Dit zijn zo’n 8.000 contracten.” De Amersfoortse is een van de weinige spelers op deze markt met een product voor eigen risicodragers. Romijn vindt de beslissing van andere verzekeraars om nu nog niet zo’n product aan te bieden, onverstandig. “Je legt hiermee de basis voor de toekomst.”
Opvallend genoeg ligt de conversie voor de WAO-gatpolissen naar een WGA-gatverzekering stukken lager: zo’n 25%. “Toch hebben we hier al zo’n 10.000 polissen gesloten. Het aandeel nieuwe contracten, vooral meeverzekering van dit risico door verzekerden met een verzuimverzekering, is veel groter”, licht Romijn toe.
Hij kan het verschil in conversie wel verklaren. “Je ziet dat bedrijven, vooral dan het midden- en kleinbedrijf, steeds vaker kiezen voor een combinatieproduct van verzuim en arbeidsongeschiktheid. Ondernemers vinden het prettig als ze maar naar één loket hoeven. Blijkbaar hebben er velen voor gekozen hun WGA-verzekering bij de verzuimverzekeraar onder te brengen. Ook bij ons worden onze combinatieproducten, zoals de Verzuimverzekering Uitgebreid en Optimaal, veel gesloten.” Van de WIA Bodemverzekering, die de werkgever ondersteunt bij de reïntegratie van de werknemer, heeft de maatschappij 6.000 polissen gesloten.
Eigen Risicodrager
Tegelijkertijd relativeert hij het premievolume dat nu in deze markt omgaat. “De markt van het WAO-gat met alle bijbehorende verzekeringen had bij al de verzekeraars tezamen een premievolume van _ 500 tot _ 600 mln. Nu, met de WIA, heb je het over een totaal aan premievolume van zo’n _ 60 mln. Dat zijn natuurlijk heel andere bedragen. De verwachting is overigens wel dat het premievolume in 2009 gegroeid zal zijn tot _ 500-600 mln.”
Omdat de wet WIA een WW-component kent, heeft toezichthouder DNB besloten dat pensioenfondsen dergelijke verzekeringen niet meer mogen aanbieden. Hierdoor zou er nog meer premievolume naar de verzekeraars kunnen stromen. Romijn zegt deze beweging nog niet te hebben gezien. “Het WGA-gat is nog niet zo’n item als het WAO-gat was. Dat stond hoog op het prioriteitenlijstjes bij de CAO-besprekingen.” Bij de pensioenfondsen zou er naar inschatting van Romijn in de WAO-markt ook zo’n _ 500 mln aan premie zijn omgegaan.
Fundum
Terugkijkend op afgelopen jaar heeft de inkomensverzekeraar ook nog even de integratie van de overgenomen Fundum-portefeuille voor de kiezen gehad. “Het was maar een geringe operatie vergeleken met het nieuwe zorgstelsel. Jan Oosterbroek, algemeen directeur van Fundum, heeft het tot het einde toe in goede banen geleid”, zegt Romijn.
“Alles verliep volgens schema. De conversie van de portefeuille heeft in november plaatsgevonden. De producten van Fundum zijn naar voorwaarden van De Amersfoortse omgezet. De ernstige aandoening aov hebben wij onder ons label als Budget-AOV op de markt gezet. De premies hebben we ongewijzigd kunnen laten, ondanks het iets lagere niveau dan onze eigen premies. De actuarissen hebben berekend dat dat kon gezien de doelgroep – veel witte boorden – en de relatief jonge portefeuille. Hierdoor is het royement nog geen 10% geweest. En vijftien van de circa dertig Fundum-medewerkers zijn bij ons in dienst gekomen. De rest heeft ergens anders een baan gevonden.” Kader
Frank Romijn (50) is geboren in Tiel. Na het Atheneum volgt hij een studie Rechten aan de Utrechtse Universiteit. Net uit de schoolbanken reageert hij op een vacature van De Amersfoortse in het universiteitsblad en gaat hier direct aan de slag. Inmiddels is hij hier 26 jaar in dienst en heeft hij verschillende functies vervuld. Nu is hij er directeur Zorgverzekeringen, waaronder ook de aov-portefeuille valt. Daarnaast is hij lid van diverse werkgroepen bij het Verbond en lid van de raad van commissarissen bij congrescentrum De Flint, Keerpunt en ArboDuo.
en hebben geen miljoenen zorgverzekerden nodig.”

Reageer op dit artikel