nieuws

Verhitte discussies rond beschikbare premie

Archief

De opkomst van de beschikbare premieregeling in pensioenland is onomkeerbaar en zal een enorme vlucht nemen, zo beweren voorstanders. De beschikbare premieregeling heeft niets met zekerheid te maken en tegenvallende beleggingsresultaten zullen voor claims zorgen die veel pijnlijker zullen zijn dan de aandelenleaseaffaire, stellen tegenstanders.

In het Rosarium in Amsterdam bood de NVA eerder deze maand met het congres ‘Toekomst van beschikbare premieregelingen’ een fraai podium voor een verhitte discussie. Alfred Oosenbrug, actuaris, accountant, consultant en voormalig hoogleraar, beet het spits af met een tirade tegen de beschikbare premieregeling. “Alle voordelen ervan zijn de nek omgedraaid. En bij pensioen gaat het om zekerheid; daar mag je niet mee speculeren.”
“Beleggen in aandelen is allemaal leuk en aardig. Het kan hard omhoog gaan, maar ook desastreus aflopen. Dat gevaar wordt collectief onderschat”, aldus de voormalige hoogleraar Waarderings- en verslaggevingsvraagstukken en Economie van het verzekeringsbedrijf aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Met cijfervoorbeelden ondersteunde hij zijn betoog. De Pensioenwet stelt dat ‘pensioen een zekere mate van inkomenszekerheid moet bieden’, maar koppelt daar volgens Oosenbrug vreemd genoeg alleen aan dat uitkeringen in geld moeten plaatsvinden.
Compensatie
Toch zal de Pensioenwet volgens hem een slag toebrengen aan de beschikbare premieregeling. Dat gebeurt door bij aanvang te eisen dat deelnemers in een ‘startbrief’ worden geïnformeerd over het verloop en de premieverdeling over verzekerde onderdelen en kosten. “Dan worden polishouders niet langer verrast, zoals een voorbeeld uit 1999 laat zien: na 4,3 jaar pensioenopbouw en 18.000 gulden premie-inleg resteerde bij wisseling van werkgever een overdrachtswaarde van 4.900 gulden.”
Oosenbrug vindt dat werknemers bij een omzetting van hun pensioen op basis van salaris/diensttijd (eindloon of middelloon) naar een beschikbare premieregeling compensatie moeten eisen voor het overnemen van de risico’s. “Dat is tot nu toe te weinig gebeurd.”
Betrokkenheid
Pensioenconsultant Joop Rietmulder stelde daar tegenover dat de beschikbare premieregeling een onomkeerbare opmars maakt, ingegeven door financieringsproblemen bij werkgevers en pensioenfondsen. “De pensioenlast is duidelijk, er zijn geen effecten voor de balans van de onderneming en het verhoogt de betrokkenheid en het pensioenbewustzijn bij werknemers”, zo somde hij de voordelen op.
Nadelen ziet Rietmulder ook, zoals de hoge kosten, de afwenteling van risico’s op schouders van werknemers en de mogelijke claims voor werkgevers bij tegenvallende resultaten. Maar volgens hem zijn er oplossingen voorhanden, zoals transparantie over kosten, collectieve beleggingspools en inbouw van garantiekapitalen.
Provisie
Volgens Rietmulder beperkt Oosenbrug zich tot verhalen van hoe het niet moet. Op zijn beurt vroeg Oosenbrug zich hardop af waarom de beschikbare premieregeling niet te stuiten zou zijn. “Is dat omdat er zo veel vraag naar is bij werkgevers óf zou dat komen doordat adviseurs en verzekeraars het product adviseren?”
In de aansluitende forumdiscussie haakte NVA-bestuurslid Frank de Jong daarop in. “Suggereert Oosenbrug dat adviseurs omwille van de provisie voor beschikbare premieregelingen kiezen? Mag ik hem er dan op wijzen dat van alle kosten meer dan 50% voor rekening komt van de verzekeraar.”
Oude mannen
Merel Engelbert van Bevervoorde, directielid van Nationale-Nederlanden, verweet tijdens de forumdiscussie de tegenstanders “een oude-mannenbenadering”. Volgens haar moet er geen klaagzang zijn over de beschikbare premieregeling, maar moeten oplossingen worden gezocht voor de problemen.
“Wij hebben zo’n product en dat loopt als een trein”, zei de NN-topvrouw. “Nu de kostenloading nog”, kaatste forumlid Cas van der Pol stevig terug. Het mag duidelijk zijn, Van der Pol, voormalig NN’er en nu tussenpersoon in Rotterdam, is geen fan van de beschikbare premieregeling.
Oosenbrug dat adviseurs omwille van de provisie voor beschikbare premieregelingen kiezen?”
Aandeel drie procent
Volgens de laatste Pensioenmonitor van toezichthouder De Nederlandsche Bank heeft 3% van alle pensioenregelingen het karakter van een beschikbare premieregeling. In 2005 namen 191.000 mensen deel in een dergelijke pensioenregeling, tegen 142.000 een jaar eerder. Dat aantal was drie jaar lang vrijwel gelijk. Op een totaal van ruim 6,2 miljoen actieve pensioendeelnemers is het aandeel derhalve 3,1%, tegen 2,3% in 2004. De omzet uit beschikbare premieregelingen was in 2005 volgens de toezichthouder _ 233 mln premie, tegen _ 190 mln een jaar eerder.
Urendeclaratie
In de kantlijn van de discussie over de beschikbare premieregeling liet Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) zich ontvallen voorstander te zijn van beloning op declaratiebasis. “In plaats van uit de premie denk ik dat het transparanter en eerlijker is als de beloning van een adviseur wordt betaald via een urendeclaratie.”

Reageer op dit artikel