nieuws

(Ver)gunning De Autoriteit Financiële Markten (AFM) kan nieuwe aanbieders

Archief

van financiële diensten, onder wie assurantietussenpersonen, niet toelaten tot de vaderlandse verzekeringsmarkt

Oorzaak: de administratieve rompslomp die is gemoeid met het toetsen van nieuwe WFD-vergunningaan-vragen door overheidsinstanties. Een kleine honderd toetreders moeten daardoor tot zeker eind mei zijn activiteiten opschorten. Het grootste struikelblok zou liggen bij de Belastingdienst, de overheidsinstantie die de financiële moraliteit van nieuwe aanbieders moet controleren. Voor deze taak kan de fiscus kennelijk onvoldoende capaciteit inzetten. Dat is niet onaannemelijk nu de Belastingdienst enkele omvangrijke taken erbij heeft gekregen. Zo moeten er voortaan jaarlijks zes miljoen aanvragen voor zorgtoeslag, een miljoen aanvragen voor huurtoeslag en tweehonderdduizend aanvragen voor kinderopvangtoeslag worden verwerkt. Megaoperaties die bijna ondoenlijk zijn voor een overheidsdienst die door bezuinigingen, reorganisaties en ICT-problemen is getroffen. Het is daarom volstrekt begrijpelijk dat staatssecretaris Wijn (Financiën) recentelijk bekend maakte dat de vacaturestop wordt opgeheven, opdat zeshonderd nieuwe medewerkers kunnen worden aangetrokken. Dat neemt niet weg dat de AFM als eerstverantwoordelijke overheidsinstantie ook toezicht zou moeten houden op een vlotte en correcte afhandeling van nieuwe WFD-vergunningaanvragen. En daar lijkt de toezichthouder zich niet bepaald druk over te maken. Er wordt niet actief gezocht naar een snelle oplossing voor dit toch majeure probleem. En dat valt de bewaker van de financiële wereld te verwijten. Als vergunningverlener is het de taak van de AFM om de geschetste knelpunten zo snel mogelijk te verhelpen, dan wel de indruk te geven dat daaraan echt álles wordt gedaan. Maar dat laatste is niet het geval. Waar de Belastingdienst zegt “zich collectief te schamen” en zich verontschuldigt “dat het niet zo mag zijn dat een overheidsorganisatie de burgers teleurstelt”, daar volstaat de AFM met de for-mele mededeling dat de termijn waarbinnen over de vergunningaanvraag moet worden beslist met nog eens acht weken is verlengd. Bovendien hult de AFM zich in stilzwijgen over het aantal aanvragers dat nu geen activiteiten kan ontplooien. Op z’n zachtst gezegd, is dat erg merkwaardig. Meer openheid over deze voor de branche negatieve ontwikkeling kan immers leiden tot extra aandacht van eindverantwoordelijken, onder wie de ministers van Justitie en van Financiën. Los van capaciteitsproblemen bij de Belastingdienst, lijkt de AFM zijn prioriteiten verkeerd te stellen. Immers, het is maatschappelijk onacceptabel dat nieuwe bedrijven maandenlang moeten wachten voordat zij kunnen beginnen. Startende ondernemingen, zeker kleine assurantiebedrijven, hebben niet die financiële adem om het lang te kunnen uitzingen zonder inkomsten. Het risico is dan groot dat zij hun deuren kunnen sluiten voordat zij überhaupt zijn opengegaan. Een tijdelijke regeling die het startende ondernemers – in afwachting van de definitieve goedkeuring van hun vergunningsaanvraag – mogelijk maakt om te beginnen, is nodig. En wat ligt dan meer voor de hand om aansluiting te zoeken bij het overgangsregime voor bestaande assurantiekantoren, van wie de moraliteit tenslotte ook ter discussie kan staan. Voor de toetsing van deze kantoren heeft de AFM zichzelf een jaar de tijd gegeven. Te billijken is dat aan nieuwe toetreders ook die respijttermijn wordt gegund om zichzelf te bewijzen. Wim Abrahamse wabrahamse@kluwer.nl

Reageer op dit artikel