nieuws

Theo Ringers (ex-Avéro) voelt zich slachtoffer van een moordaanslag

Archief

door Bart Mos

De rechter in Haarlem heeft begin deze zomer een eind gemaakt aan het zich jaren voortslepende justitiële onderzoek tegen voormalig Avéro-directeur Theo Ringers. Hij verklaarde de zaak nietig. De voorheen van fraude verdachte Ringers is weliswaar opgelucht, maar voelt zich slachtoffer van een ‘elegante poging tot moord’. De daders moeten wat hem betreft gezocht worden in de voormalige Achmea-top.
Onbekendheid met de co-assurantiemarkt en een blinde haatcampagne van Achmea-bestuurders vormen volgens Theo Ringers de twee belangrijkste ingrediënten voor de nachtmerrie die hem vijf jaar lang achtervolgde. “Eerst dacht ik nog dat het wel met een paar maanden zou overwaaien, want de beschuldigingen waren te belachelijk voor woorden. Maar er waaide niets over en zelfs nú zullen er nog mensen zijn die denken dat ik gefraudeerd heb. Want waar rook is, is vuur.”
“Het klinkt misschien overdreven, maar af en toe voel ik me verwant met de van incest verdachte politieman Lancee. Zijn dochter beschuldigde hem van sexueel misbruik, maar trok die beschuldiging later weer in. Ondertussen was zijn leven wel verwoest door een golf van publiciteit en alle onderzoeken. Hij is inmiddels geëmigreerd, geloof ik.”
Koel
Ringers (54) vertelt over zijn ervaringen vanuit z’n woning in Amerongen, waar tevens zijn management & adviesbureau is gevestigd. Tijdens het relaas blijft hij opmerkelijk rustig en afstandelijk. Af en toe wordt hij echter onderbroken door zijn echtgenote, die meer emoties toont. Hij hoort haar telkens glimlachend aan, om haar bijdrage vervolgens te relativeren.
“Ja, ik blijf er inderdaad rustig onder. Dat verbaasde de rechercheurs destijds ook, weet ik nog. ‘Waarom wordt u nooit eens boos? Gaat u niet vloeken?’, vroegen ze mij. Ik denk dat ik mijn gevoelens afscherm. Puur uit lijfsbehoud.”
“Ik heb nog geen gulden achterovergedrukt. Justitie heeft ook nooit iets kunnen vinden dat wijst op zelfverrijking. In de afgelopen vijf jaar hebben ze nog geen velletje papier kunnen produceren op basis waarvan een proces gevoerd zou kunnen worden. Eigenlijk vind ik het jammer, want ik had graag mijn onschuld voor de rechter willen bewijzen. Ook veelzeggend is dat Avéro zelf nooit een poging heeft ondernomen om iets op mij te verhalen.”
“Volgens een accountantsonderzoek van KPMG, in opdracht van Achmea, zou ik een half miljoen in m’n zak hebben laten glijden. Hoe of wat, is mij tot op de dag van vandaag onbekend gebleven. Dat bleek niet uit de stukken van KPMG. De onderzoekers van het assurantie-rechercheteam begrepen het op den duur ook niet meer. Die vroegen mij in verhoren: ‘hoe kan KPMG nou tot zulke conclusies komen, meneer Ringers?’. Ja, wat moest ik daar op zeggen? Ik had werkelijk geen flauw idee.”
U zou een geheime tweede boekhouding hebben gehad in relatie tot de volmacht met beursmakelaar Gebroeders Sluyter.
“Twee maar? Nee, dat waren er zeven. Avéro had zeven rekening-courantverhoudingen met Sluyter. Per branche één. Bovendien waren ze niet geheim, maar juist bedoeld om duidelijkheid te scheppen in de diverse geldstromen. Bij een volmachtbedrijf heb je daar als verzekeraar normaal gesproken niet zoveel zicht op. Zo konden we goed onderscheiden welke premie uit auto kwam en welke uit garantieverzekeringen. Dat was handig, aangezien je bijvoorbeeld van garantieverzekeringen zo’n 90% van de premie moet reserveren, terwijl dat bij andere producten niet nodig is.”
U zou op eigen houtje met winsten van goed renderende contracten de slechtlopende volmachtcontracten van Sluyter hebben ‘gesubsidieerd’.
“Onzin. Waar de onderzoekers op gestoten zijn, waren correctieboekingen van schades en premies die van het ene kwartaal naar het andere werden verplaatst. Die correcties waren bedoeld om een zo realistisch mogelijk beeld van de volmachtportefeuille te krijgen, hetgeen wel meer gebeurd in dit soort portefeuilles, waar zowel door Avéro als door de volmacht delen van de administratie worden uitgevoerd. Achteraf gezien had ik dat beter kunnen nalaten. Dan was daar ook geen verdenking uit voortgekomen.”
Conflict
Theo Ringers stapt eind 1995 op als directeur schade bij Avéro, nog vóór er sprake is van een justitieel onderzoek tegen hem. ‘Wegens onenigheid over het te voeren beleid’, luidt de officiële lezing. Een hoog oplopend conflict is de ware reden.
Het onhoudbaar worden van zijn positie binnen Achmea zegt Ringers achteraf bezien voor een deel zélf te hebben veroorzaakt. “Ik wilde per se bewijzen dat ik voor Avéro geld kon verdienen op de bedrijvenmarkt. Om die reden was ik daar in 1992 tenslotte ook binnengehaald. Het toenmalige Vezeno beperkte zich op dat moment hoofdzakelijk tot ziektekosten- en autoverzekeringen. Ik moest zorgen voor de broodnodige verbreding. Na verloop van tijd bleek allereerst dat mijn voorstelling van de bedrijvenmarkt een andere was dan die van algemeen directeur Frans Smaal. Hij dacht bij bedrijven aan de slager op de hoek, terwijl ik de co-assurantie voor ogen had.”
“Mijn houding was er destijds één van: ‘laat mij het nou maar regelen, ik heb verstand van deze zaken en jullie niet’. Dat kwam natuurlijk arrogant over, en dat was het ook. Daarmee heb ik waarschijnlijk een basis gelegd voor de latere afrekening. Bovendien was het in de co-assurantie gebruikelijk om zaken informeel te regelen. Je belt een beursmakelaar op, roept: ‘doe dat even’ en de andere kant begrijpt je onmiddellijk. Misschien had ik mij wat zakelijker moeten opstellen, want achteraf wordt dat tegen je gebruikt.”
Rivaliteit
“Met de overname van Vezeno door Achmea begin 1994 ontstond een volgend probleem. Centraal Beheer (CB) was binnen die club de bedrijvenverzekeraar, dus van rivaliteit was al snel sprake. De makelaars waar ik inmiddels mee werkte, moesten bovendien niks van direct-writer CB hebben. Dat had bij hen een slechte naam. Zij wilden liever met ons zaken blijven doen.”
“Het credo bij Achmea was in die tijd: ‘klets mee met de top, dan gaat het vanzelf goed met je carrière’. Nou, ik zit zo niet in elkaar. Jacometti was daar destijds mijn baas. Mijn probleem was dat ik vanaf dag één een hekel aan hem had, en dat was – zo begreep ik – ook wederzijds. Het leek mij voor de situatie het beste als ik die man gewoon zo veel mogelijk zou negeren. Maar dat werkte niet goed uit. Vermoedelijk had hij besloten dat ik er uit moest. Je moet weten: in de toenmalige Achmea-verhoudingen waren Gijs Swalef en Marinus Jacometti dictators. Als je die twee tegen je had – of eigenlijk drie, want de latere Avéro-directeur Frank Blankers behoorde tot dezelfde club – dan kon je het schudden. Achteraf bezien was het al op dat moment voor de hand liggend geweest voor de top van Achmea om op mijn vertrek aan te dringen. Hadden ze maar gewoon geroepen: ‘Man lazer op!’ Maar dat bleek niet de stijl die Jacometti prefereerde.”
Van der Wal
“Men begreep bij Achmea niet goed waar ik mee bezig was en gaandeweg ontstond er een sfeertje van: ‘dat zal wel niet kloppen’. Een belangrijke bijdrage aan die sfeer leverde toenmalig Hudig-directeur Rolf van der Wal. Ik was destijds in onderhandeling met de Heijmeriks Groep over een miljoenencontract van garantieverzekeringen voor huishoudelijke apparatuur. Het bedrijf van Heijmeriks was bereid een belangrijk deel van de werkzaamheden binnen dat contract op zich te nemen, zodat wij een scherpe premie konden neerzetten.
“Het betreffende contract liep op dat moment nog via Hudig. Hun Haagse vestiging had er met drie medewerkers zo’n beetje een dagtaak aan, zo vertelde men mij. Van der Wal belde me met de mededeling: ‘Dat kun je me niet aandoen Theo, straks moet ik ons kantoor in Den Haag sluiten’. Mijn afwijzende antwoord beviel hem niet. Hij eiste een identiek lage offerte voor Hudig. Ik wilde hem die wel geven, onder de gelijke voorwaarden en condities als Heijmeriks. Daar wilde hij weer niets van weten, dus ging de deal niet door.”
“Vervolgens stapte Van der Wal naar mijn Achmea-bazen en verkondigde dat de premie voor dit contract gevaarlijk laag was. Daar kwam deze bewering van Van der Wal inmiddels als geroepen. Hij had ze een stok aangereikt waar ze al enige tijd naar zochten.”
“Achmea startte een onderzoek naar het contract met Heijmeriks. Aan Kamerbeek werd gevraagd de polis te onderzoeken, maar daar kwam men tot de conclusie dat het een aantrekkelijk contract was, waar ze graag hun handtekening onder hadden willen zetten.”
“Ondertussen waren de verhoudingen tussen mij en de Achmea-top zó vertroebeld dat ik verplicht/vrijwillig ben opgestapt. Bij mijn vertrek kreeg ik van Jacometti nog te horen dat ze al m’n gangen zouden nagaan. Blijkbaar hebben ze toen KPMG ingeschakeld.”
“Het accountantsbureau trof onduidelijkheden aan in de volmachtrelatie met Gebroerders Sluyter en op basis daarvan deed Avéro in overleg met Justitie aangifte. Over die aangifte kreeg ik pas maanden later wat te horen van VK-bestuurder Ton Kool. Die vertelde dat mijn aanstelling als directeur bij Koolhaas Verzekeringen niet door kon gaan in verband met die aangifte. Kort daarna belde De Telegraaf en stond ik de andere dag in de krant met een zwart balkje over m’n gezicht. Ik zou vijftien miljoen verduisterd hebben. Je kunt je niet voorstellen welke impact dat heeft op je familie en je gezin. De foto in De Telegraaf kwam overigens zo goed als zeker uit het personeelsgidsje van Avé_o. Ben benieuwd hoe ze daar aan gekomen zijn, aangezien Avéro destijds iedere betrokkenheid aan het artikel ontkende.”
Toekomst
In de afgelopen jaren heeft Theo Ringers zich bezig gehouden met interimmanagement en enkele andere projecten in de verzekeringsbranche. “Er waren tijden dat ik niet wist hoe ik m’n rekeningen moest betalen. Sommige opdrachtgevers haakten halverwege af. Ze waren bang dat ik weer in de publiciteit zou komen en hun bedrijf daarbij genoemd zou worden. Nu werk ik behalve voor Nederlandse ook voor een aantal Belgische opdrachtgevers en heb ik een financieringsconstructie bedacht voor onder meer de Duitse industrie.”
Ringers is niet van plan om de door hem geleden schade te verhalen op Justitie of Avéro. “Mijn grootste schade is op het emotionele vlak. Dat mensen hebben kunnen denken dat ik tot zoiets in staat zou zijn. Dat valt niet te verhalen.”
“Nu de zaak eindelijk achter de rug is, zou ik een oude droom van me willen verwezenlijken: een eigen verzekeringsmaatschappij beginnen. Gespecialiseerd in industriële verzekeringen natuurlijk, want ik wil wel leuke producten verkopen. Zou ik alsnog kunnen bewijzen dat het wél kan.”
Theo Ringers: “In de toenmalige Achmea-verhoudingen waren Gijs Swalef en Marinus Jacometti dictators. Als je die twee tegen je had, dan kon je het schudden”.

Reageer op dit artikel