nieuws

Raad vindt vooraf klacht melden bij directie verzekeraar onnodig

Archief

Tegen een verzekeraar die bepaald geen haast maakt met de schadeafwikkeling, wordt een klacht ingediend bij de Raad van Toezicht Verzekeringen. De verzekeraar vindt echter dat de Raad de zaak niet in behandeling moet nemen, omdat er niet eerst formeel een klacht is ingediend bij de directie. Daardoor kon de verzekeraar geen poging meer doen om het indienen van de klacht te voorkomen.

Een vrouw laat in een kliniek in Nederland een liposuctie verrichten, waarna complicaties ontstaan. Ze moet hiervoor twee keer opgenomen worden in een ziekenhuis. De vrouw stelt de arts en de kliniek aansprakelijk. De arts meldt de aansprakelijkstelling bij de Belgische verzekeraar van de kliniek. Deze speelt het door aan zijn zustermaatschappij in Nederland die de zaak in behandeling neemt.
Voorschot
Een hoogleraar in de plastische chirurgie brengt een deskundigenrapport uit. Op basis hiervan meldt de verzekeraar in een brief aan de advocaat dat de primaire causaliteit niet meer wordt betwist. Enkele maanden later vraagt de advocaat aan de verzekeraar een voorlopig voorschot van _ 22.555. Twee maanden later moet hij de verzekeraar aan deze brief herinneren. Vervolgens bericht de verzekeraar in een volgens klaagster “schofferend briefje”, dat hij nog niet tot een zorgvuldige beoordeling van de claim was gekomen. “Verzekeraar had er dus nog niet naar gekeken of zelfs geen moeite genomen om een begin te maken met de schadeafhandeling, vijf maanden nadat de voorlopige schadestaat was ingediend”, aldus klaagster.
Verder had verzekeraar volgens klaagster nog de brutaliteit om te melden er na zijn vakantie direct op terug te komen. “Als dit geen opzettelijke passieve schadeafwikkeling is, is dat voor mij een raadsel.” Klaagster vindt dat dit gedrag de goede naam van het verzekeringsbedrijf schaadt en wendt zich via haar advocaat direct tot de Raad van Toezicht.
Reglement
De verzekeraar vindt dat de Raad een verzoek tot het instellen van een onderzoek niet in behandeling kan nemen, omdat er niet voldaan is aan het reglement van de Raad: de klacht had eerst gemeld moeten worden bij de directie van de verzekeraar. In deze brief had ook een redelijke termijn moeten staan waarbinnen het indienen van de klacht had kunnen worden voorkomen, redeneert de verzekeraar. Neemt de Raad de klacht wel in behandeling, dan wijst de verzekeraar op de eerder in het verweerschrift gemaakte verontschuldigingen voor de opgetreden vertraging.
Ook stipt de verzekeraar aan dat er inmiddels schot zit in de schadeafhandeling. “Verzekeraar geeft klaagster in overweging om de klacht in te trekken, opdat partijen de kwestie met spoed in het belang van klaagster kunnen afwikkelen. Mocht klaagster daar anders over denken dan verneemt verzekeraar gaarne van de Raad of hij eerst de uitspraak van de Raad moet afwachten, dan wel direct de behandeling met spoed ter hand moet nemen.”
De vrouw handhaaft echter haar klacht en spreekt de hoop uit dat de Raad haar de formele fout niet aanrekent. Als dit wel het geval is, zal ze de klacht eerst bij de directie indienen en met dezelfde vaart weer bij de Raad, “omdat het passieve schadeafwikkelingsbeleid een feit is en blijft.”
Zelf stappen nemen
De Raad meldt allereerst dat hij in deze zaak tot oordelen bevoegd is. “Daaraan doet niet af dat verzekeraar in het onderhavige geval is opgetreden als de buitenlandcorrespondent van zijn Belgisch zustermaatschappij en laatstgenoemde maatschappij niet aan het toezicht van de Raad is onderworpen.”
De Raad is het niet met de verzekeraar eens dat het reglement voorschrijft dat de klacht eerst bij de directie moet worden gemeld. De rappelbrief van de advocaat, waarin hij de verzekeraar erop wees nog steeds niet gereageerd te hebben en verzocht een actiever schaderegelingsbeleid te voeren, voldoet aan het reglement. “Het stond hem vrij, toen antwoord van de verzekeraar uitbleef, zich namens klaagster tot de Raad te wenden.”
Over de klacht zelf is de Raad kort: nadat de verzekeraar had aangegeven de primaire causaliteit niet meer te betwisten, had hij zelf stappen moeten ondernemen. Bijvoorbeeld door de inschakeling van een schaderegelaar. De Raad vindt het geen pas geven dat de verzekeraar na de herinneringsbrief simpel meldde “nog niet aan een zorgvuldige behandeling van de claim te zijn toegekomen”. De Raad acht de klacht dan ook gegrond: de verzekeraar heeft de goede naam van het verzekeringsbedrijf geschaad.

Reageer op dit artikel