nieuws

Open brief van Rob Sleeuw aan Theo Kremer (PIV)

Archief

In het PIV-bulletin nr 1 van dit jaar heeft directeur Theo Kremer van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) een aantal harde noten gekraakt met betrekking tot de belangenbehartigers van letselschadeslachtoffers (zie AM nr. 4, pag. 8). Het interview was voor letselschade-advocaat Rob Sleeuw aanleiding om een open brief aan Kremer te schrijven. Wij geven deze hieronder verkort weer.

Beste Theo,
Het interview met jou in het PIV-bulletin van februari vraagt om een reactie. Aan de ontwikkeling van de Gedragscode Behandeling Letselschade lag geen gedegen analyse van de problematiek rond de letselschaderegeling ten grondslag. Het Tilburgse project was geënt op oppervlakkig regeringsbeleid: de schadeafwikkeling moest sneller, minder duur, minder conflictueus en minder belastend verlopen. De problemen die uit deze beleidsdoelstelling blijken, hebben dieper liggende oorzaken. Daaraan wordt voorbijgegaan.
Dat neemt niet weg, dat alle initiatieven tot verbetering van de letselschaderegelingspraktijk welkom zijn. Mijn bezwaar is dus niet gericht tegen de gedragscode als zodanig, maar wel tegen het aplomp waarmee deze in de markt wordt gezet. Het is demagogisch te pretenderen dat de problemen met de gedragscode kunnen worden opgelost. Daarom zie ik de introductie van de code als volksverlakkerij, ook al omdat de neveneffecten van de code alleen maar ten gunste van verzekeraars werken. Ik wees al op het marksturende effect (opwaardering van de naar het pijpen van verzekeraars dansende expertisebranche, vermindering van het marktaandeel van de advocatuur en het terugdringen van rechterlijke tussenkomst).
Eén geheel maken
Het moet gezegd, de manier waarop je de afgelopen jaren leiding hebt gegeven aan het PIV verdient bewondering. Het gaat immers om een veelheid aan organisaties, vaak om niet-congruente belangen en om een diversiteit aan opvattingen. Je moet wel een straf regime voeren om daar één geheel van te maken; afvalligen moeten zonodig hard worden teruggefloten. Een flinke vent die dat alles kan managen.
Voorzichtige schatting
Als ik stel dat, door de bank genomen, slechts 70% van de werkelijke schade wordt uitgekeerd, dan is dat denk ik een voorzichtige schatting. Het was dr. L.H. Pals die bij gelegenheid van het 11e LSA-symposion op 28 januari 2000 al opmerkte dat er een grote discrepantie bestaat tussen in het kader van minnelijke regelingen gerealiseerde onderhandelingsresultaten en de in civiele procedures toegewezen vergoedingen. De laatste vallen vrijwel altijd hoger uit dan het verzekeringsaanbod waarop de onderhandelingen zijn gestrand. Vaak is dat zelfs een veelvoud daarvan, aldus Pals.
In NRC-Handelsblad van 15 september 2006 las ik dat in 2005 door WA-verzekeraars 3 miljard euro aan weggebruikers werd uitgekeerd. Bron van deze informatie is het Verbond van Verzekeraars, dus we mogen aannemen dat dit cijfer klopt. Ik mag dan niet kunnen rekenen, maar als genoemd bedrag 70% van de werkelijke schade uitmaakt dan beloopt deze wederrechtelijk gerealiseerde besparing inderdaad ruim een miljard euro. En dan gaat het alleen nog maar om verkeersschade.
Tegenover alle verzekeringspropaganda staat het heldere, rechtvaardige, kostenbesparende en in ‘no time’ als proefproject te realiseren concept van de Stichting Collectieve Regeling Personenschade. Zoals je op de website (www.crp.nl) kunt lezen, is dit initiatief wèl gebaseerd op een deugdelijke analyse van de problematiek. Het voorstel is voorspelbaar effectief omdat het aangrijpt op de oorzaken. Het versterkt de rechtspositie van het slachtoffer in de relatie tot de verzekeraar, het neemt barrières weg die het slachtoffer ondervindt bij het nemen van de beslissing om te procederen en het zorgt in het algemeen voor ‘equality of arms’. Voor verzekeraars niet echt bedreigend hoor: als een rechtvaardiger praktijk leidt tot stijging van de schadelast kunnen de premies immers worden aangepast.
Maatschappelijke onvrede
Met het bij uitstek slachtoffervriendelijke CRP-project kan een stuwmeer aan maatschappelijke onvrede worden omgezet in een ongekende PR-krachtcentrale. Als verzekeraars er aan hechten zich in dit verband op een positieve manier te profileren dan biedt het CRP-project daartoe dus een uitstekende gelegenheid.
Een groot probleem in deze tijd van democratisch verval is dat de macht in ons bestuurlijk systeem niet meer berust bij regering en volksvertegenwoordiging. Als het om grote belangen gaat zijn het extraparlementaire machtconcentraties – die zich aan elke parlementaire controle onttrekken – die de dienst uitmaken. Jij bent als directeur van het PIV een exponent van die ontwikkeling. Toch heb ik nog zoveel vertrouwen in de veerkracht van ons democratisch systeem dat ik verwacht dat de problematiek rond de letselschaderegeling tenslotte effectief zal worden aangepakt. Tot dat gebeurt, ga ik door met het propageren van het CRP-concept en ik geef mij voorlopig dus niet gewonnen.
Dat zo zijnde kan ik dus ook niet de (slechte) verliezer zijn die jij voor je ziet. Toch ben jij ontegenzeggelijk een ‘winner’. En je wint niet een enkele keer, maar doorlopend. Elke dag opnieuw en vele duizenden malen per jaar. Maar als ik de verliezer niet ben wie zijn dat dan wel? Dat zijn de slachtoffers, Theo, de weerloze gedupeerden, hun partners en hun kinderen, wier belangen vermalen worden in een fnuikend, onrechtvaardig systeem. Flinke vent?
De groeten, Theo, en tot ziens,
Rob Sleeuw,
sleeuw@crp.nl
Kremer over initiatief van Sleeuw
In het interview in het PIV-bulletin komt Kremer ook te spreken over Sleeuws Stichting collectieve regeling personenschade.
“We hebben een paar jaar geleden een aantal gesprekken met Sleeuw gevoerd en zijn ideeën serieus bestudeerd. Uiteindelijk vonden we het geen goed plan, om verschillende redenen. Zwaarwegend was dat sommige verzekeraars zich als de beste letselschadeverzekeraar van Nederland willen profileren en in zo’n collectiviteit is dat niet mogelijk. Daarbij komt dat we nu ook eerst de gedragscode een kans willen geven om zich te bewijzen. Een andere reden was dat voor zo’n stichting niet alleen draagvlak bij verzekeraars nodig zou zijn, maar ook bij belangenbehartigers en dat was er niet. Ik denk wat dat betreft dat wij als verzekeraars veel serieuzer naar zijn plannen hebben gekeken dan zijn collega’s dat hebben gedaan.”
Sleeuw toont zich volgens het PIV-bulletin een slecht verliezer. Sinds hij nul op het rekest heeft gekregen, laat hij het niet na waar mogelijk verzekeraars zwart te maken. Boven een interview met hem in De Telegraaf stond de kop ‘Verzekeraars plunderen burgers voor een miljard euro’.
Theo Kremer daarover tot slot: “Ervan afgezien dat Sleeuw een slechte rekenaar is – de cijfers die hij opvoert, kloppen van geen kant – beledigt hij niet alleen de verzekeraars, maar ook zijn eigen vakbroeders. Want als die een miljard euro zouden hebben laten liggen, zet hij hen toch wel neer als zeer matige belangenbehartigers!”

Reageer op dit artikel