nieuws

Nieuwe Richtlijn

Archief

Assurantietussenpersonen moeten productieverplichtingen en aandelenparticipaties van verzekeraars (vanaf 10%) openbaar maken. Voorts moeten voorafgaand aan het sluiten van een verzekering schriftelijk de wensen en behoeften van de klant worden vastgelegd, evenals een toelichting op het advies. Onder meer die informatie-eisen staan in het voorstel voor een nieuwe Europese richtlijn voor assurantiebemiddeling, die de Europese Commissie ter goedkeuring aan het parlement heeft voorgelegd en die uiterlijk op 1 januari 2004 van kracht moet zijn.

Frits Bolkestein, Europees Commissielid voor financiële diensten, licht de noodzaak voor de nieuwe Richtlijn toe: “Assurantietussenpersonen vormen een vitaal onderdeel in het verkoopproces van verzekeringsproducten in de Europese Gemeenschap. Zij spelen een belangrijke rol bij de bescherming van de belangen van verzekeringnemers, vooral door hen te adviseren en bij te staan in het analyseren van hun specifieke behoeften. Het doel van de richtlijn is om de vrije vestiging van assurantietussenpersonen te vereenvoudigen en om een hoog niveau van consumentenbescherming te garanderen.”
Intermediairorganisatie NVA kan zich in die argumentatie vinden. De NVA laat bij monde van Isabelle Heuninckx weten “in grote lijnen heel blij” te zijn met de Richtlijn. “We hebben er in Bipar-verband lang voor gepleit. Eindelijk wordt de regelgeving in alle Europese landen gelijk getrokken en wordt grensoverschrijdend werken veel eenvoudiger. De Cauwenberghs-toestanden in België zijn straks verleden tijd.” Volgens Heuninckx kan de NVA met de meeste informatieplichten goed leven. “Voor wat betreft de openheid over aandelenbelangen gaan wij nog verder: dat moet bij ons vanaf 0%.” Die plicht geldt voor NVA-leden overigens vanaf 1 januari 2002; voor nieuwe leden geldt de eis tot openheid per direct. De NVA is ronduit verheugd over de plicht om productieverplichtingen te melden. “Dat is voor ons toch het kernelement van onafhankelijkheid.” In Bipar-verband gaat de NVA wel bezwaar maken tegen de eis om schriftelijk de wensen en behoeften van de klant vast te leggen en een toelichting op het advies te geven (artikel 10, lid 3). “Dat een tussenpersoon die voorlichtingstaak heeft, vinden wij prima. Maar dat het schriftelijk moet, vinden we bezwaarlijk. Dat is bureaucratisch en levert een zware administratieve belasting op. We hopen dit artikel zodanig aangepast te krijgen, dat het schriftelijk vastleggen alleen nodig is op verzoek van de klant.” De Europese Commissie tilt echter niet zo zwaar aan die kritiek: “Een groot deel van deze informatie kan op een standaardformulier en derhalve zonder al te zware lasten voor het bedrijfsleven worden verstrekt. Een geringe stijging van de administratiekosten is wel te verwachten.”
Argumentatie
Aan de basis van de nieuwe Richtlijn voor Assurantiebemiddeling staan twee Europese documenten. Het eerste is de huidige EU-regeling voor verzekeringsbemiddeling, die sinds de goedkeuring in 1976 niet meer is bijgewerkt. De tweede is het door de Europese Commissie opgestelde actiekader voor financiële diensten, waarin assurantiebemiddeling is aangemerkt als een branche waar actie noodzakelijk is om vrije grensoverschrijdende dienstverrichting te garanderen en de bescherming van verzekeringnemers op een hoog niveau te handhaven.
De interne markt voor verzekeringsmaatschappijen acht de Commissie grotendeels voltooid. Sinds 1994 wordt in de lidstaat van vestiging (statutaire zetel) één enkele administratieve vergunning verleend en bedrijfseconomisch toezicht uitgeoefend. Dankzij dit ‘Europese paspoort’ kunnen verzekeraars hun werkzaamheden overal in de Gemeenschap uitoefenen. “Dit stelsel heeft tot een stijging van de omzet geleid, vooral voor de transacties van grote industriële en commerciële risico’s”, zo meent de Europese Commissie nu. “Maar de openstelling heeft minder effect gesorteerd met betrekking tot risico’s van particulieren, onder meer door het ontbreken van een Europees rechtskader voor assurantietussenpersonen. Zij zijn dikwijls niet in staat te voldoen aan verzoeken van klanten die een risico in een andere lidstaat willen verzekeren”, aldus de Commissie in de toelichting op het Richtlijn-voorstel. “De voor de tussenpersonen vastgestelde bepalingen (Richtlijn 77/92/EEG en Aanbeveling 92/48/EEG) hebben nationale regelingen wel nader tot elkaar gebracht. Maar de meeste tussenpersonen blijven onderworpen aan uiteenlopende nationale voorschriften – in Duitsland zijn er overigens nog helemaal geen voorschriften -, waardoor nationale markten gescheiden blijven en grensoverschrijdende diensten worden belemmerd. Dat heeft ook een nadelige invloed op verzekeraars, die moeilijk toegang krijgen tot de verschillende nationale markten en moeilijk de beschikking krijgen over geschikte distributiekanalen in de verschillende lidstaten.” In zijn argumentatie om tot een nieuwe Richtlijn voor Assurantiebemiddeling te komen, gaat de Commissie ten slotte in op het belang van de consument. “Verzekeringnemers krijgen door de beperkingen van tussenpersonen geen toegang tot een ruimer assortiment verzekeringsproducten. En zij genieten niet de voordelen die voortvloeien uit een grotere concurrentie tussen de tussenpersonen. De doelstelling een echte interne markt in deze sector tot stand te brengen, komt derhalve ernstig in gevaar.”
Registratie
Om grensoverschrijdend werk te vergemakkelijken, voorziet de nieuwe Richtlijn allereerst in eenmalige registratie van tussenpersonen in het land van herkomst. De daar bevoegde instantie – in Nederland momenteel de Sociaal-Economische Raad – moet erop toezien dat alleen die tussenpersonen worden geregistreerd die voldoen aan een aantal vereisten op het gebied van beroepsbekwaamheid.
De eerste eis is beschikken over algemene, handels- en vakkennis en beroepsbekwaamheid. In de toelichting staat: “Deze kennis moet zijn aangepast aan de taken en werkzaamheden van de tussenpersoon en aan de markten waarop hij werkzaam is. Tevens moet deze vakkennis geregeld up-to-date worden gebracht. De lidstaten moeten het peil en de inhoud van deze kennis omschrijven en toelichten.” Andere eisen zijn: een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (verzekerd bedrag minimaal f 2,2 mln), een blanco strafblad voor wat betreft verzekeringen en geen faillissementsverleden. Lidstaten mogen deze eisen uitsluitend verscherpen of uitbreiden voor tussenpersonen die zij zelf inschrijven. Ingeschreven tussenpersonen kunnen, na een kennisgevingsprocedure via het eigen registerinstituut, in andere lidstaten werkzaam zijn door middel van vrije dienstverrichting of door de oprichting van een bijkantoor. Verzekeringsmaatschappijen mogen slechts gebruik maken van de diensten van tussenpersonen die zijn geregistreerd en de bepalingen van de richtlijn naleven.
Banden
De artikelen 10 en 11 van de nieuwe Richtlijn stellen de tussenpersoon voor een behoorlijke informatieplicht. Er wordt onder meer gevraagd openheid te verschaffen over aandelenbelangen van (of in) verzekeraars en over productieverplichtingen.
De redenatie daarvoor gaven Bolkestein en de zijnen vorig jaar al bij de concepttekst voor het Richtlijn-voorstel, die naar buiten kwam via AssurantieMagazine (AM 16, 27 augustus 1999). “Een consument begrijpt dat hoe sterker de banden zijn van een tussenpersoon met een maatschappij, hoe groter de kans is dat een product van die maatschappij wordt verkocht. De consument moet zelf kunnen beslissen of dat voor hem een voordeel of een nadeel is.”
Gelijke behandeling
De Richtlijn beoogt de voorschriften voor diverse categorieën assurantiebemiddelaars gelijk te trekken. De Richtlijn is daarom van toepassing “op alle personen wier normale werkzaamheden erin bestaan beroepshalve diensten op het gebied van verzekeringsbemiddeling aan derden te verstrekken”. De eisen zijn derhalve nadrukkelijk ook van toepassing op banken en makelaars.
De regeling is niet van toepassing op personen met een ander beroep die in het kader van die andere beroepswerkzaamheid incidenteel advies over verzekeringsdekking verstrekken. Als voorbeelden worden belastingconsulenten of accountants genoemd. Wel stelt de Richtlijn dat uitzonderingen voor personen die assurantiebemiddeling als nevenactiviteit uitoefenen “strikt moeten worden beperkt”.
Provisie openbaar
Het Commissie-voorstel vindt algemene instemming van diverse belangengroeperingen. Zo zijn zowel de Europese tussenpersonen als de verzekeraars “zeer sterk voor het voorstel in zijn huidige vorm”. Hiervoor zijn geraadpleegd intermediairorganisatie Bipar (Bureau International des Producteurs d’Assurances et de Réassurances), en de verzekeraarsorganisaties CEA (Comité Européen des Assurances) en de ACME (Association des Assureurs Coopératifs et Mutualistes Européens).
De Europese consumentenorganisatie (BEUC) is verheugd over het voorstel, en wordt in die mening gesteund door de Nederlandse Consumentenbond. “Wij hebben ons op- en aanmerkingen in eerdere stadia van het wetsvoorstel kenbaar gemaakt”, aldus Consumentenbond-woordvoerder Sicco Louw. “We sluiten ons verder aan bij het commentaar van de BEUC.” In dat commentaar zegt de BEUC nog te streven naar de verplichting voor tussenpersonen om het ‘beste advies’ te geven en naar openbaarmaking van provisies. Deze voorstellen zijn in de ogen van de Commissie moeilijk uitvoerbaar. “Redelijkerwijs is ‘het beste advies’ niet altijd mogelijk en zo’n eis zou tot eindeloze (buiten)gerechtelijke procedures leiden. En openbaarmaking van provisies wordt afgewezen door de overgrote meerderheid van de lidstaten en door de sector.” Volgens de Commissie is het niet gebruikelijk dat de exacte structuur van de eindprijs bekend is, ongeacht om welk soort commerciële activiteiten het gaat. “Openbaarmaking van het niveau van de commissie zou impliceren dat bijna alle informatie betreffende de betrekkingen tussen de tussenpersoon en de verzekeraar ook aan de klant zou moeten worden verstrekt. Aldus zouden de verzekeringnemers waarschijnlijk met informatie worden overladen zonder dat zij beter zouden zijn beschermd.”
Marktaandeel van assurantietussenpersonen in de verzekeringsdistributie in de EU-lidstaten. Makelaars/ Gevolmachtigden Banken Direct-writers Overig België 75 15 5 5 Nederland 60 15 20 5 Verenigd Koninkrijk 70 10 10 10 Ierland 65 5 30 5 Duitsland 75 15 5 Luxemburg 90 5 5 Italië 70 20 10 Spanje 60 15 25 Portugal 45 40 10 5 Frankrijk 40 25 5 30 Denemarken 15 5 40 40

afgerond naar vijfvouden.

Reageer op dit artikel