nieuws

Marsh aansprakelijk gesteld na afwijzing bedrijfsschadeclaim

Archief

Assurantiemakelaar Marsh dreigt voor enkele miljoenen euro’s aansprakelijk te worden gesteld door een afvalverwerkingsbedrijf. De onderneming is zeer ontstemd over een afwijzing van een bedrijfsschadeclaim door tien verzekeraars. Het bedrijf verwijt Marsh daarop een ondeugdelijk advies te hebben gegeven.

Vorige week troffen de Veluwse Afval Recycling (VAR) en Marsh Nederland elkaar voor de rechtbank in Rotterdam. Inzet was dit keer de verjaring van de aansprakelijkheidsclaim tegen de makelaar. Volgens de VAR onttrekt Marsh zich op slinkse wijze aan zijn verantwoordelijkheden. Onder anderen Marsh-directielid Paul Soeteman en verzekeringsjuist Frank Stadermann (belangenbehartiger van de VAR) werden als getuigen gehoord.
Afnameplicht
De affaire draait om een in 1997 via Marsh gesloten (machinebreuk-)bedrijfsschadeverzekering. De VAR wilde zich met de polis verzekeren voor materiële schade aan een installatie die slib verwerkt én voor bedrijfsschade (verzekerd bedrag _ 2,27 mln) bij uitval van de installatie. De VAR en Marsh beseffen op dat moment dat het bedrijf tegenover enkele klanten een verplichting kent om (slib-)afval te verwerken. Bij het stilvallen van de installatie moeten dus extra kosten (in verband met alternatieve slibverwerking) worden gemaakt. Om die reden wordt een aanvullende dekking van nog eens _ 1,8 mln gesloten.
De jaarpremie van rond _ 80.000 wordt betaald aan tien risicodragers: AIG Europe (23,5%), Ace (23,25%), Hampden (10%), Allianz Nederland (10%), Hannover International (8,25%), Royal & SunAllianca (7,5%), Achmea (5%), Erasmus (5%), CNA (5%) en Praevenio (2,5%).
Geen schade
Juni 2000 gaat de slibverwerkingsinstallatie in Apeldoorn kapot. De verzekeraars stellen op basis van het expertiserapport van Crawford dat zij geen bedrijfsschade (_ 419.000) hoeven te vergoeden, omdat de VAR geen omzet heeft gederfd. Immers, het slib is op een alternatieve manier verwerkt. “Een omzetdaling, het criterium voor bedrijfsschade, heeft zich eenvoudigweg niet voorgedaan.”
De maatschappijen keren alleen de materiële schade (_ 767.000) en de extra kosten voor de alternatieve slibverwerking (_ 180.000) uit.
Vooraf beoogd
VAR stelt echter dat (naast de materiële schade) juist in twee typen schaden is voorzien: bedrijfsschade door 52 dagen stilstand van de reactor én extra kosten voor alternatieve slibverwerking. “De VAR heeft destijds juist bewust gekozen om extra dekking te kopen tegen extra premie”.
Het bedrijf schakelt verzekeringsjurist Frank Stadermann in, die op zijn beurt advies vraagt aan expertisebureau Cunningham PolakSchoute. Dat is het niet eens met de afwijzing door de verzekeraars. Directeur Gerard Böttcher stelt dat zonder de alternatieve slibverwerking juist 100% bedrijfsschade was opgetreden. Volgens hem is primair de bedrijfsschade verzekerd en aanvullend “en door alle partijen vooraf beoogd” extra dekking voor de te maken extra kosten.
Makelaar Marsh deelt die visie en maakt november 2003 per brief bij de verzekeraars “ernstig bezwaar” tegen hun afwijzing. “Dit is niet de wijze waarop de dekking voor machinebreukbedrijfsschade en extra kosten mag worden uitgelegd”.
Verjaring
De kwestie komt december 2004 voor de rechtbank in Rotterdam. Een uitspraak is er nog altijd niet. Gedurende de procedure wordt wel duidelijk dat Marsh zich inmiddels achter de verzekeraars schaart en de afwijzing terecht vindt. Om te voorkomen met lege handen te blijven staan, stelt de VAR juni 2006 makelaar Marsh aansprakelijk voor een bedrag van ruim _ 0,5 mln. “Nee, het gaat om meer, want er is in 2001 een vervolgschade geweest. De afloop van deze zaak bepaalt de afhandeling van die schade en die is enkele miljoenen euro’s groot”, licht Stadermann toe.
Marsh beroept zich echter op verjaring. De VAR stelt pas in 2003 door verzekeraars op de hoogte te zijn gebracht van het afwijzen van de claim. Op dat moment is aan Marsh kenbaar gemaakt dat de makelaar in dat geval bij het sluiten van de polis een onjuist advies heeft gegeven. De aansprakelijkstelling verjaart dus pas in 2008, aldus de VAR. De rechtbank is het daar niet mee eens. Op het moment dat de schade optrad (in 2000), was afwijzing van de claim al een mogelijkheid en dus aansprakelijkheid van de makelaar een optie.
Daarop meldt de VAR dat aansprakelijkstelling van Marsh wel degelijk eerder is aangekondigd, maar op uitdrukkelijk verzoek van Marsh-directeur Paul Soeteman is opgeschort. Hij verzocht dat omdat hij eerst de verzekeraars op andere gedachten wilde brengen. Als de VAR deze versie kan aantonen, vindt de rechtbank dit een reden om het beroep op verjaring alsnog van tafel te vegen.
Makkertjes
Afgelopen vrijdag deden Stadermann (58) en Soeteman (62) hun verhaal. De eerste windt zich op over het feit dat Marsh zich achter verjaring verschuilt. Hij dacht een herenakkoord te hebben met Soeteman, die hij kent uit het lezingencircuit. “We zijn makkertjes van elkaar”, zo drukt hij de relatie met Soeteman uit. Die erkent dat op zijn beurt voor de rechter en geeft aan zich daar juist erg ongemakkelijk over te hebben gevoeld. “Daarom heb ik getracht me van de zaak te distantiëren.”
Het belang van de zaak is kortom te groot om door de vriendschap te kunnen worden gedragen. Uitspraak van de rechter volgt later, evenals die in de nog lopende zaak tegen de afwijzende verzekeraars.

Reageer op dit artikel