nieuws

Lutjens signaleert slapers- probleem in Pensioenwet

Archief

Volgens hoogleraar Pensioenrecht Erik Lutjens gaat de nieuwe Pensioenwet onbedoeld grote gevolgen hebben: vaste stijgingen van pensioenaanspraken, zoals jaarlijkse indexeringen, moeten voortaan namelijk ook gelden voor de zogeheten slapers. Lutjens denkt dat ondernemingen, die veel meer geld zullen moeten reserveren, weinig tijd meer hebben om hun pensioenregelingen daarop aan te passen.

Slapers, deelnemers die niet meer werkzaam zijn bij het bedrijf maar hun pensioenaanspraken nog wel bij de betreffende pensioenuitvoerder hebben staan, kwamen voorheen voor hun pensioendatum niet in aanmerking voor een jaarlijkse indexering van deze aanspraken.
Een dergelijke vaste stijging van de pensioenaanspraken wordt onder de sinds 1 januari van dit jaar geldende Pensioenwet echter als een toeslag beschouwd. “Het fenomeen vaste stijging speelt overigens vooral bij verzekerde regelingen een rol en niet of nauwelijks bij pensioenfondsen”, aldus Lutjens. “Anders dan onder de Pensioen- en Spaarfondsenwet geldt nu dat vaste stijgingen van de pensioenaanspraak ook toekomen aan slapers. Omdat dit een wijziging is ten opzichte van de oude wet, geldt hiervoor een uitgestelde werking per 1 januari 2008. Dan heb je de tijd om de toeslagregeling te wijzigen.”
De Pensioenwet heeft de vaste stijging voor een reeds opgebouwde aanspraak als onvoorwaardelijke aanspraak betiteld. “Deze kan daarom op grond van artikel 20 van de wet niet worden gewijzigd. Een wijziging is overigens wél mogelijk voor toekomstige pensioenopbouw.”
Toeslagen
Onvoorwaardelijke toeslagen moeten zowel voor slapers als voor overige pensioengerechtigden tijdsevenredig worden gefinancierd. Deze combinatie leidt volgens Lutjens tot een probleem: “Wordt de deelneming in het pensioenfonds beëindigd doordat de deelnemer bijvoorbeeld ontslag neemt, dan moet de vastgestelde stijging door de werkgever dus direct over alle toekomstige jaren worden gefinancierd. Daarmee kan een vertrekker mogelijk worden bevoordeeld ten opzichte van een blijver.”
Werkgevers – en daarmee pensioenuitvoerders – kunnen in verband met het verbod op het wijzigen van dergelijke opgebouwde aanspraken dus veel extra geld kwijt zijn, doordat voor slapers in één klap een jarenlange indexering moet worden gereserveerd. Wel ligt er een wetsvoorstel om de gelijke behandeling van slapers niet van toepassing te verklaren op meeverzekerde stijgingen ná 1 januari, voor zover die betrekking hebben op een premievrije voortzetting en het recht daarop vóór 1 januari is ontstaan. “Het idee daarachter is dat pensioenuitvoerders de tijd hebben om pensioenovereenkomsten en -regelingen aan te passen.”
Zelf oplossen
Lutjens vraagt zich af of aan deze tekortkoming in de Pensioenwet nog iets gedaan kan worden. “Als de politiek het wil, kan het. Maar als je als onderneming voor 1 januari nog je pensioenregeling wilt wijzigen, ben je waarschijnlijk te laat gezien overlegtrajecten en instemmingsbevoegdheden van ondernemingsraden.”
Lutjens denkt dat ondernemingen volledig af zullen willen van een vaste stijging. “Die moet immers ook aan slapers worden gegeven. Het probleem ontstaat dan dat er helemaal geen indexering meer plaatsvindt, ook niet van reeds ingegane pensioenen. Ik verwacht dat de politiek zal zeggen dat werkgevers zelf het probleem hebben veroorzaakt door in het verleden vaste stijgingen overeen te komen en dat zij dit probleem dan ook maar zelf moeten oplossen.”

Reageer op dit artikel