nieuws

Hoge Raad: VK handelde niet onjuist bij beheer Vie d’Or

Archief

De Hoge Raad heeft beslist dat de Ondernemingskamer van het Gerechtshof in Amsterdam ten onrechte heeft geoordeeld dat de Verzekeringskamer wanbeleid heeft gepleegd toen deze in 1993 het beheer bij Vie d’Or overnam. Vie d’Or was op dat moment al in onoverkomelijke financiële moeilijkheden.

Als gevolg van de ingetreden noodregeling werd de Verzekeringskamer geconfronteerd met een opzegging door zakenbank Merrill Lynch van een contract dat voor Vie d’Or van groot financieel belang was. Volgens de Hooge Raad heeft de Ondernemingskamer in haar beschikking uit 1998 geen aandacht besteed aan een groot aantal ‘essentiële stellingen’ van de Verzekeringskamer.
De Verzekeringskamer had zich er onder meer op beroepen dat de slechte financiële positie van Vie d’Or haar dwong de noodregeling aan te vragen, en dat de bank het recht had contract op te zeggen. Volgens de Hoge Raad heeft de toezichthouder voldoende gedaan om de opzegging door de bank te bestrijden. De Hoge Raad heeft de beschikking van de Ondernemingskamer vernietigd en deze opgedragen met inachtneming van de aanwijzingen van de Hoge Raad een nieuwe beschikking te nemen.
In een eerste reactie zegt woordvoerder Hans van Ronkel namens de Stichting Vie d’Or dat het oordeel van de Hoge Raad vooral gestoeld lijkt te zijn op formele gronden. “De ondernemingskamer is met name in zijn motivering tekortgeschoten, meent de Hoge Raad. Het valt daarom nog maar te bezien of ze in een nieuwe, beter gemotiveerde beschikking ook daadwerkelijk tot een ander oordeel komen”.

Reageer op dit artikel