nieuws

Examenresultaten Assurantie B nog altijd ver onder de maat

Archief

Het aantal geslaagden voor het Assurantie B-examen (Particulier en MKB) is wederom aan de lage kant. Van de 1.971 kandidaten die in juni deelnamen aan het onderdeel Particulier haalden slechts 525 de eindstreep. Dit is 26,6%. Dit blijkt uit de cijfers van de Stichting Examens Financiële Dienstverlening (SEFD).

De kandidaten bij het onderdeel MKB deden het fractioneel beter. Van de 1.740 deelnemers slaagden er 598, ofwel 34,4%. In januari waren de resultaten iets beter. Bij het onderdeel Particulier deden toen 2.279 kandidaten examen. Daarvan slaagden er 844. Dit is 37%. Bij het onderdeel MKB gingen 1.924 kandidaten op voor de toets. Daarvan haalden er 671 de eindstreep. Goed voor een percentage van 34,9%.
Het B-diploma geeft tot 1 oktober 2007 vrijstelling voor de WFD-modules Leven (exclusief Beleggen A) en Schade. Volgens SEFD-directeur Jan Janse zijn de kandidaten aan de ene kant zeker gemotiveerd om het B-diploma te halen, maar wordt de zwaarte van het examen onderschat. “Er wordt te gemakkelijk over gedacht. De voorbereiding is vaak het grootste knelpunt. Uit de praktijk blijkt dat examenkandidaten die intensief begeleid worden en veel met de examenstof oefenen, hoge slagingspercentages van soms wel 90% halen. Van andere groepen haalt slechts 5% de eindstreep”, aldus Janse.
Verbijsterend
Ook bij het examen Assurantie A wordt bedroevend gescoord. Zo haalden in maart bij het onderdeel Levensverzekering van de 223 kandidaten er slechts 26 hun diploma. “Het is verbijsterend wat je ziet. Soms wordt er klinkklare onzin opgeschreven of er wordt helemaal niets opgeschreven”, aldus Janse.
“Ik vind het verontrustend hoe er gescoord wordt bij dit examen. Wij denken dat Assurantie A onder de WFD gehandhaafd zal blijven en qua niveau zich positioneert boven Assurantie B. Wij gaan echter niet sleutelen aan het niveau van het examen. Duidelijk is wel dat het fors wordt onderschat.”
Onevenwichtig
Een ander, groot punt van zorg voor Janse is onduidelijkheid over hoe groot, qua aantal examenvragen, een examen moet zijn. “Er zijn straks toetstermen en toetsmatrijzen en er is vastgelegd welk percentage van de vragen over een bepaald onderwerp moet gaan, maar niet hoeveel vragen er uiteindelijk gesteld moeten worden. Dat leidt ertoe dat het ene exameninstituut dertig meerkeuze vragen stelt, waar de ander er zestig stelt, waarvan ook nog eens vijftien open vragen. Dat kan leiden tot een zeer onevenwichtig niveau van examens. Ik vind dat het College daar een uitspraak over moet doen. Anders weet ik wel waar iedereen voor zijn examen heengaat”, zegt Janse.

Reageer op dit artikel