nieuws

‘Eenmanszaak is juist heel flexibel’

Archief

Jacques van den Hoogen is 22 jaar zelfstandig assurantietussenpersoon. De laatste tien jaar doet hij dat zonder personeel. Bedreigingen voor zijn professionele voortbestaan heeft hij in al die tijd niet ervaren. “Integendeel, juist als eenmanskantoor ben je flexibel.”

Hij was, in de ogen van zijn vader, voorbestemd om advocaat te worden. Maar startte in 1986 in Den Haag de eenmanszaak Van den Hoogen Assurantiën. Tussen 1989 en 1997 mét personeel, “maar toen werd het zeer moeilijk geschikt personeel te vinden”. Het solo acteren bevalt hem wel. “De flexibiliteit en de nauwe persoonlijke band met de klant zijn evidente voordelen.”
Jacques van den Hoogen (47) bedient ongeveer 750 klanten, particulieren en kleine bedrijven. Tijdens vakanties en dergelijke heeft al die jaren dezelfde persoon de zaken waargenomen. “Naar volle tevredenheid.”
Met welke verzekeraars doe je zaken?
Erasmus, Nationale-Nederlanden, DAS Rechtsbijstand, Fortis ASR, Delta Lloyd en Aegon.
Bij welke standsorganisatie(s) ben je aangesloten?
Ik ben dertien jaar lid geweest van de NVA. Maar dat lidmaatschap heb ik na een kosten/batenanalyse beëindigd. Vrijheid en zelfstandigheid zijn een groot goed en ik heb onafhankelijkheid hoog in het vaandel staan. Daarom ben ik nu van geen enkele organisatie lid.
Wat zijn de kerncijfers van het bedrijf?
De polisdichtheid ligt, op 750 relaties, tegen de 4.
Op welk gebied adviseer je?
Met schade- en levensverzekeringen profileer ik mijzelf als de persoonlijke assurantieadviseur. Ik bedien mijn klanten goed, snel en vooral persoonlijk.
Op welke terrein heeft het bedrijf de beste groeimogelijkheden?
Groei is geen doel op zich; als eenmanszaak is er een plafond. Ik wil mijn huidige klanten kwaliteit blijven leveren en nieuwe klanten dezelfde service kunnen bieden.
Welke rol speelt internet in de bedrijfsvoering?
Een beperkte. Ik ervaar dat mijn klanten persoonlijk advies verkiezen boven het zelf uitzoeken en regelen. Ik vind het zelf erg prettig om internet als communicatiemiddel met maatschappijen te gebruiken; dat is een enorme sprong voorwaarts.
Hoe moet het intermediair worden beloond en door wie?
Ik ben tevreden met het provisiesysteem, zoals het nu werkt. Maar ik sta zeker open voor andere beloningsvormen.
Grootste ergernis in de branche?
Toch wel de premiehonger van verschillende partijen in de jaren negentig en de misstanden die daaruit zijn voortgevloeid.
Leukste onderdeel van het vak?
Daadwerkelijk iets voor je klant betekenen en diens blijk van waardering daarvoor.
Meest irritante verzekeringsreclame?
Ik vond ‘Foutje bedankt’ altijd tenenkrommend.
Welke niet meer bestaande maatschappij mis je?
Missen niet, maar enig gevoel van nostalgie krijg ik wel bij ‘De Zeven Provincien’. Mijn eerste ervaringen op het gebied van het assurantievak heb ik daar opgedaan.

Reageer op dit artikel