nieuws

Depothypotheek: een typisch staaltje van ‘fraus legis’

Archief

Wat een genoegen: Nederland kent sinds enige tijd een uitermate voortvarend te werk gaande staatssecretaris van Financiën. Fietsen wordt fiscaal gefacilieerd, spaarloonregelingen worden opgetuigd en pensioenregelingen worden geflexibiliseerd. Het geloof in de maakbaarheid van de samenleving begint weer te floreren, mits dit maar fiscaal gebeurt.

Frater Fiscalibus is de persoon om ons handelen te sturen en ons daar te brengen waar het goed is voor ons en de samenleving. Of het fiscale instrument, met alle administratieve en overige uitvoeringslasten die daaraan vast zitten, het geëigende middel daartoe is, staat niet ter discussie. In wezen marginale zaken als fiscale voordeeltjes uit fiets- en spaarloonregelingen, leiden tot nieuwe regeltjes, afspraken en procedures. Met name het opzetten van spaarloonregelingen, en het opzetten van de voor de uitvoering daarvan benodigde systemen, heeft het nodige gekost. Hoe dit zich verhoudt tot het ook gepropageerde streven voor het bedrijfsleven (en macro gezien voor de maatschappij) is niet geheel duidelijk.
Overigens zullen de banken er ook wel weer gelukkig mee zijn, dat er nu mogelijkerwijs weer een golf van spaarloonklanten over hen heen komt die hun inmiddels bij elkaar gespaarde bedrag thans willen gaan inzetten voor de verbetering van hun bestaande pensioenaanspraken.
Ook voor wat betreft de uitermate voortvarende aanpak op het terrein van de flexibilisering van pensioenregelingen kan men twijfels hebben over de doordachtheid ervan. Is een verlaging van de pensioenleeftijd en een verdere faciliëring van (vervroegde) pensionering – door het ook onder het fiscale pensioenbegrip brengen van zaken als beloning in natura, ploegendiensttoeslagen, provisie, winstafhankelijke beloningen en de auto (en de fiets (?)) van de zaak – macro gezien wel echt een verstandige zet nu de vergrijzingsproblematiek zich binnenkort in volle omvang aandient? Men kan ook wel eens te voortvarend te werk gaan!
Mogelijkheden en bedreigingen
Het Nederlandse levensverzekeringsbedrijf vormt reeds lange tijd een bedrijfstak die bij uitstek te maken heeft met fiscale faciliteiten, en die de repercussie (in positieve of in negatieve zin) van de voortvarendheid van de staatssecretaris dan ook direct ondervindt. Bij een goed en alert inspelen op de resulterende beleidswijzigingen, kan de bedrijfstak hier wel bij varen. Zo bieden de beleidswijzigingen aan het pensioenfront goede mogelijkheden voor het collectieve levenbedrijf, alhoewel daarbij wel direct moet worden aangetekend dat er tegelijkertijd sprake is van bedreigingen voor het individuele levenbedrijf. Met alert ondernemerschap moet het echter mogelijk zijn om de ruimere fiscale mogelijkheden per saldo ten gunste van het verzekeringsbedrijf te benutten. Daarbij is het benutten van de door de gecreëerde faciliteiten geboden mogelijkheden uiteraard een goed recht, mits dit op een redelijke wijze geschiedt en mits dit blijft binnen het kader van de met de faciliteiten beoogde doelstellingen. Dit laatste willen sommigen in verzekeringsland echter nog wel eens vergeten. In dat geval keert het hebben van een hyperactieve staatssecretaris zich evenwel al heel snel tegen de fiscale ‘profiteur’. Met name binnen het individuele bedrijf vergeten sommigen nog wel eens , dat men – voor de bedrijfstak welhaast cruciale faciliteiten – moet koesteren en niet de kat op het spek moet binden door deze tot op het bot toe uit te benen (of misschien zelfs nog wel verder).
De depothypotheek
Zeer recentelijk bleek uit de lancering van de zogenoemde depothypotheek weer eens hoe ‘creatieve’ geesten pogen de burger aan te zetten tot een ‘optimaal’ gebruik van de bestaande fiscale faciliteiten. De depothypotheek is een aan een depotrekening gekoppelde spaarhypotheek, waarbij met gekunstelde constructies wordt gepoogd om een veelheid aan fiscale faciliteiten te benutten, te weten die inzake de aftrekbaarheid van hypotheekrente en lijfrentepremie, de belastingvrije uitkering bij kapitaalverzekeringen, de rente- en dividendvrijstellingen en de schenkingsrechtvrijstelling. Men wordt ertoe uitgenodigd om een aan te kopen huis zoveel mogelijk te financieren met vreemde middelen en “het eigen geld te gebruiken voor fiscaal aantrekkelijke constructies”. Allereerst wordt het eigen geld op een depotrekening gestort, waarover de hypotheekrente minus 1,7% wordt vergoed. Overstijgt de rentevergoeding daarbij het bedrag van de rentevrijstelling, dan kan men gebruik maken van een obligatiedividendfonds, waardoor tevens de dividendvrijstelling kan worden benut. Vervolgens wordt dit depot gebruikt om de onder andere voor de spaarhypotheek te betalen premies te voldoen. Al met al een gekunstelde constructie waarmee men weer het bekende onderste uit de kan wil halen.
Zeker nu de belastingdienst recentelijk nog plannen heeft gelanceerd om zogenoemde ‘doorloopconstructies’ (het louter uit fiscale overwegingen laten doorlopen van een spaarhypotheek nadat de aflossingsdatum is bereikt) en constructies waarbij hypothecaire leningen worden aangegaan, terwijl er geld aanwezig is, aan te pakken, valt te verwachten dat de staatssecretaris al met het deksel klaar zit voor diegene die zo graag het onderste uit de kan wil halen. Het risico dat daarmee direct een fundamentele discussie omtrent de wenselijkheid van de bestaande vorm van faciliëring van het eigen woningbezit in meer algemene vorm wordt aangezwengeld, is levensgroot aanwezig. Ook het op een passende wijze gebruik maken van de geboden faciliteiten zou daaronder kunnen leiden.
Overigens is de depothypotheek een typisch staaltje van fraus legis. Geen zinnig mens zal – afgezien van het daarmee te behalen fiscale voordeel – zijn eigen geld op een depotrekening storten, om tegelijkertijd een 1,7% hoger rentende hypotheek aan te gaan! Weliswaar gaat het te ver om te veronderstellen dat er een verplichting zou zijn tot het voor de financiering van het aan te kopen huis aanwenden van eigen geld (zoals de staatssecretaris wil doen geloven), maar het eigen geld moet dan wel voor andere doeleinden worden gebruikt. Door het eigen geld op een met de hypothecaire lening verbonden depot te storten, welk depot ook (in principe) bedoeld is voor het verrichten van betalingen die verband houden met de aanschaf van het huis, wordt dit zonder meer gebruikt voor de financiering van het huis. Het enige verschil met een normale aanwending ter (gedeeltelijke) voldoening van de koopprijs is, dat het eigen geld thans via belastingbesparende constructies pas op termijn leidt tot voldoening van de koopsom door de verwerver zelf. Dat het uitdokteren van dergelijke constructies nooit de bedoeling is geweest van de geboden faciliteiten is dan ook zonneklaar.
Het verzekeringsbedrijf heeft altijd al de belangstelling getrokken van bewindslieden die de overheidsfinanciën wat beter op orde trachtten te brengen (hetgeen ooit zelfs leidde tot nationalisatieplannen voor het verzekeringsbedrijf). Laat men met dergelijke dubieuze constructies nu niet de kat op het spek binden! Ook minder vergaande varianten – als de hoog/laag-constructie – kunnen daar de dupe van worden. Voordat men dergelijke ontwikkelingen voortzet, bedenke men dat een kat op het spek dikwijls leidt tot een flinke kater!
Prof. dr A. Oosenbrug RA, AAG
Dit artikel is tevens verschenen in Inversie, het tijdschrift van het Verzekerings Economisch Dispuut Erassicurazione, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Reageer op dit artikel