nieuws

De wijzigingen in de Wet Inkomstenbelasting 2001

Archief

De wijzigingen in de Wet Inkomstenbelasting 2001 alsmede de lang verwachte en pas vorige week gekomen Veegwet IB 2001 hebben enkele belangrijke veranderingen in de fiscale plannen gebracht. De belangrijkste onderdelen van de nieuwe wetgeving betreffen de kapitaalverzekering voor kinderen, de terugwentelingsregeling, de meesleepregeling en het overgangsrecht voor saldolijfrenten. Veel progressie is er vanuit de verzekeringsbedrijfstak bezien niet geboekt.

Alfred Lagendijk
Veel ontwikkelingen hebben zich voorgedaan rond het onderwerp ‘kapitaalverzekering voor kinderen’. De vrijstelling voor de studie ziet er nu heel anders uit dan in het oorspronkelijke wetsvoorstel. In eerste instantie was de kapitaalvrijstelling voor de studie van de kinderen aangemerkt als maatschappelijke belegging. Dat is moeilijk met elkaar te rijmen. De kapitaalverzekering eigen woning zou nog eerder als maatschappelijke belegging moeten worden aangemerkt, omdat hiermee de beleidsdoelstelling het woningbezit wordt gestimuleerd.
De vrijstelling voor kapitaalverzekeringen voor kinderen wordt nu uit het regime voor maatschappelijke beleggingen gelicht en krijgt een zelfstandig karakter. Bovendien is de voorwaarde dat de polis dient te worden aangewend voor de studie van de kinderen begrijpelijkerwijs geschrapt.
Killer
De vrijstelling bedraagt maximaal f 29.999 per kind en als de waarde van de polis deze grens overschrijdt, komt de vrijstelling te vervallen. Dit is een absolute killer voor de vrijstelling, omdat nagenoeg alle verzekeringen de een of andere vorm van winstdeling kennen, die gedurende het contract wordt opgebouwd. De verzekering dient nu hetzij op hele voorzichtige prognoses te worden gesloten, hetzij een totale garantie te krijgen voor de gehele looptijd, zoals de spaarhypotheek voor de rentevaste periode. Dit betekent dat de meeste producten minder geschikt zijn voor deze faciliteit.
Een suggestie om tot een oplossing van de problemen te komen zou kunnen zijn om de vrijstelling te koppelen aan een maximuminleg per jaar en niet aan een te bereiken eindkapitaal. De overige criteria voor de kapitaalverzekering voor kinderen zijn: de vrijstelling is gekoppeld aan een kind van de belastingplichtige of een kind van de partner van de belastingplichtige. De kapitaalverzekering mag uiterlijk worden gesloten tot de datum waarop het kind zes jaar wordt. De verzekering moet tot uitkering komen uiterlijk op de datum waarop het kind 21 jaar wordt. De looptijd van de kapitaalverzekering moet minimaal twaalf jaar zijn, met een premiebandbreedte van 1:5. Alles komt terug. De vermogensrendementsheffing bestond al aan het begin van deze eeuw. Deze criteria zijn van vóór de Brede Herwaardering.
Overgangsmaatregel
De gefacilieerde polis kan worden afgesloten tussen 1 januari 2001 en 31 december 2005, met dien verstande dat de vrijstelling voor op 31 december 2005 bestaande polissen tot en met 31 december 2020 van toepassing blijft. Uit de toelichting blijkt dat de mogelijkheid om dit type verzekeringen te sluiten nog maar voor enkele jaren geldt en dus bedoeld is als overgangsmaatregel, omdat Nederlanders nou eenmaal gewend waren om een verzekering voor de kinderen te sluiten.
Vervallen is de voorwaarde dat de uitkering dient te worden aangewend voor de studie van de kinderen. Feitelijke controle op de naleving van deze voorwaarde zou niet mogelijk zijn. Het vrijstellingsbedrag wordt niet geïndexeerd. Dit is een niet zuiver uitgangspunt, omdat de kosten van levensonderhoud van kinderen jaarlijks aan inflatie onderhevig zijn. Bij een jaarlijkse index van 3% is de vrijstelling na vijftien jaar minder dan f 20.000 waard. Het is maar goed dat het verband met de studie van de kinderen is losgelaten, omdat voor f 20.000 nauwelijks in het levensonderhoud van een kind kan worden voorzien gedurende de studie van, laten we zeggen, een periode van vijf jaar.
Veegwet
De veegwet kent een paar belangrijke wijzigingen. Laten we beginnen met het goede nieuws voor het levensverzekeringsbedrijf. De meesleepregeling blijft gehandhaafd. Dat betekent dat de opbrengsten van de kapitaalverzekering bij de eigen BV voor de directeur-grootaandeelhouder bij hem in privé in box 1 en daarmee progressief belast worden. Ik zou zeggen dat het geld voor het oprapen ligt.
Minder goed nieuws is dat in de nieuwe wet de premies en koopsommen voor de basisaftrek (1.000 euro) met ingang van 2001 betaald moeten worden in het jaar waarin de aftrek wordt geclaimd. De mogelijkheid om premies en koopsommen te betalen binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de aftrek wordt geclaimd (de zogeheten terugwentelingsregeling), vervalt daarmee. Voor de aftrek voor de jaarruimte blijft deze terugwentelingsmogelijkheid wel bestaan, evenals voor de omzetting van de oudedagsreserve in een lijfrente en de omzetting van de stakingswinst in een lijfrente. Dit betekent dat mensen met een pensioentekort, die de maximale aftrek willen benutten, óf voor het einde van het jaar hun pensioentekort zullen moeten berekenen, óf steeds twee polissen zullen moeten sluiten: eentje voor 1 januari voor de basisaftrek en eentje voor 1 juli van het jaar daarop voor de jaarruimte.
Lijfrente, box 1 en 3
De introductie van het boxensysteem leidt tot uitvoeringsproblemen bij lijfrenten die gedeeltelijk in mindering zijn gebracht op het inkomen. Voor het gedeelte waarvoor aftrek is genoten, wordt de lijfrente-uitkering belast in box 1. Het gedeelte van de polis waarvoor de premie niet in mindering is gebracht, wordt jaarlijks belast in box 3.
Het administratieve probleem is met name een opgave van de waarde door de verzekeringsmaatschappij. Tijdens de parlementaire behandeling van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 is toegezegd dat zal worden onderzocht in hoeverre het mogelijk is te voorkomen dat het overgangsrecht voor bepaalde bestaande lijfrenteverplichtingen leidt tot een splitsing van de rechten over box 1 en box 3. Dit heeft geleid tot een aanpassing van het overgangsrecht, die ertoe leidt dat de inkomsten uit op 14 september 1999 bestaande lijfrente-overeenkomsten tot de grondslag van box 1 worden gerekend, voorzover de premiebetalingen een bedrag van f 5.000 niet te boven gaan. Deze uitkeringen worden uiteindelijk belast volgens de saldomethode. Op deze wijze wordt splitsing voor kleinere lijfrenteverplichtingen voorkomen. Slechts voor zover de premiebetalingen op grond van op 14 september 1999 bestaande contracten het bedrag van f 5.000 per jaar te boven gaan, wordt het recht tot voor dat deel tot de grondslag van box 3 gerekend. Het is moeilijk in te schatten welk percentage van de gevallen hiermee wordt opgelost. In elk geval blijft de problematiek voor koopsommen, die gedeeltelijk in aftrek zijn gebracht en meestal meer bedragen dan f 5.000, gewoon bestaan. Ik kan ook niet inschatten of dit een verbetering is ten opzichte van de oude situatie. Een verzekeraar ontkomt nu niet aan een opgave van de waarde van box 3-verzekeringen en moet bovendien de grens van f 5.000 in zijn systeem inbouwen.
Conclusie
De conclusie is dat er geen gunstig resultaat voor het verzekeringsbedrijf is geboekt. De kapitaalverzekering voor de kinderen is lastig uitvoerbaar, omdat de vrijstelling vervalt bij overschrijding, niet is geïndexeerd en maar tot eind 2005 benut kan worden. Ook de terugwentelingsregeling is niet bijzonder gunstig voor uitvoering en lijfrenteplanning en het overgangsrecht voor saldolijfrenten biedt beperkte administratieve verlichting.
Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers.

Reageer op dit artikel