nieuws

De Friesland laat zich niet verleiden

Archief

Door Manon Vonk

“Ik mag graag een Pietje Bell zijn. Die rol ligt mij wel”, zegt Hans Feenstra, bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar De Friesland. “Die rol past ook bij De Friesland en daarom heb ik het hier ook zo goed naar mijn zin. Wij zijn de grootste van de kleintjes en zijn qua marktaandeel de vijfde zorgverzekeraar. Mijn doel is om slimmer en handiger dan de doorsnee zorgverzekeraar te opereren. Wij worden gezien als de luis in de pels van de grote jongens.”
Er wordt ook in andere bewoordingen gesproken over De Friesland. CZ-topman Mike Leers flirtte begin dit jaar openlijk met De Friesland en had het over ‘de parel van het Noorden’. “Wie ben ik om dat te ontkennen”, grijnst Feenstra. “Wij zijn op dit moment de mooiste bruid in het land van de zorgverzekeraars. Als wij vandaag bij CZ, Menzis of wie dan ook langs gaan om te praten over een fusie, is het morgen geregeld. Alleen, wij willen niet opgaan in een groot conglomeraat.”
Feenstra laat er geen twijfel over bestaan. “De Friesland blijft zelfstandig. Wij onderscheiden ons door kwaliteit, service en een lage premie. Ons werkterrein is Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, de kop van Noord-Holland en de Flevopolder. Wij kennen onze klant en de klant kent ons. Welke benchmark je ook openslaat, wij komen daar steevast als beste of als een van de beste uit naar voren.”
Zorgen
“Als het aan ons ligt, blijven we zelfstandig”, benadrukt hij nogmaals. “Maar ik maak mij oprecht zorgen over het oligopolie van een aantal grote zorgverzekeraars. Als je het als kleine zorgverzekeraar niet redt omdat je je zaakjes niet op orde hebt of omdat je slecht leiding geeft, dan is het helaas, pindakaas. Het wordt anders als het nieuwe zorgstelsel er toe leidt dat kleine zorgverzekeraars uit de markt gedrukt worden door de grote die alleen maar elkaar de marges gunnen. Daar zal ik mij met hand en tand tegen verzetten”, klinkt het strijdlustig.
Als voorbeeld van de macht van de grote zorgverzekeraars noemt Feenstra het vereveningssysteem. “Op dit moment krijg je vooraf, op basis van de populatie in je verzekerdenadministratie, een bijdrage uit de centrale kas. Dit is een oud ziekenfondssysteem. Doordat de oude particuliere verzekeraars dat inzicht (nog) niet hebben in hun populatie, vindt er nu achteraf een controle plaats en worden de bedragen, indien nodig, aangepast. De grote verzekeraars willen nu deze zogeheten ex-postformule er uit halen. Daar heb ik als kleine regionale verzekeraar last van. Ik heb geen evenwichtige landelijke populatie. Het is dus niet acceptabel als de correctie op de vereveningsbijdrage achteraf niet plaats vindt. Eerst moet het vereveningssysteem goed werken.”
Netwerk
Feenstra gelooft veel meer in wat hij noemt netwerkconstructies. “De brutomarges op de zorg zijn klein, maar 0 tot 2%. De markt collectiviseert en je moet dus goed kijken naar distributiekanalen. Zo zou je kunnen denken aan allianties met andere partijen, zoals een bank of een andere verzekeraar, niet per se een zorgverzekeraar.” Namen noemt Feenstra niet, maar partijen als Van Lanschot, SNS Reaal of DSB Bank zijn denkbaar. “We moeten de handen ineen slaan. De Friesland zal het de komende drie tot vijf jaar goed blijven doen, maar je moet anticiperen op de toekomst.”
In dat kader is ook de samenwerking binnen de Vereniging van Regionale Zorgverzekeraars (VRZ) volgens Feenstra van groot belang. “Wij zijn nadrukkelijk aan het kijken hoe wij als vereniging een vuist kunnen maken. Het is echter niet zo dat er binnen afzienbare tijd een holding staat met daaronder de regionale verzekeraars en dat we als één merk naar buiten treden”, lacht hij.
Over de samenwerking tussen VRZ en CZ is Feenstra goed te spreken. “Dat verloopt prima en het ligt in de lijn der verwachting dat we daarmee doorgaan. Zorginkoop achter de voordeur is van eminent belang.”
Feenstra is het dan ook niet eens met DSW-directeur Chris Oomen die onlangs in een interview zei dat de klant zich niet laat sturen en dat zorginkoop om die reden gedoemd is te mislukken. “De klant laat zich nu niet sturen, omdat de verschillen in kwaliteit niet zichtbaar zijn. Die zijn altijd onder tafel geveegd. Maar neem van mij aan, dat die verschillen enorm zijn. Ik vind het dan ook raar dat de burger daar geen zicht op heeft. Ik ben het echter met Oomen eens dat je de keuze nooit kan opleggen aan de klant. In het transparant krijgen van de kwaliteit, of het gebrek daaraan heeft de zorgverzekeraar een belangrijke taak.”
Fusies
Over een nauwere samenwerking tussen CZ en De Friesland laat Feenstra zich niet uit. “CZ is een mooie partij en iedereen praat met iedereen. Ik vind overigens de stap van CZ om het zorgbedrijf van Delta Lloyd Groep over te nemen, een hele slimme. Het vergroot de portefeuille en door middel van cross selling kan je nieuwe dingen doen in elkaars portefeuille. Nee, petje af.”
Dat de zorgverzekeraars nog niet uitgefuseerd zijn, staat voor Feenstra als een paal boven water. Hij verwacht overigens niet dat bijvoorbeeld de regionale zorgverzekeraars Azivo (Den Haag), DSW (Schiedam) en Zorg & Zekerheid (Leiden) zullen fuseren. “Dat past niet qua poppetjes.” Hij vindt dat overigens geen argument om het niet te doen. “In zo’n geval is het aan de raad van commissarissen om daar wel of geen punt van te maken.”
Kijkend naar Menzis verwacht Feenstra daar niet zo snel een overname of een fusie. “Ik denk dat Van Boxtel het meer zoekt in samenwerkingsverbanden.” Welke fusies hij dan wél verwacht, zegt Feenstra niet.
Premies
Gaan de zorgpremies wel of niet omhoog? Volgens Feenstra is het antwoord op die vraag simpel. “Natuurlijk gaan de premies omhoog, want de zorgkosten stijgen. In de kranten wordt de suggestie gewekt dat de verzekeraars bezig zijn met een inhaalslag en dat de premies extra verhoogd worden om de verliezen te compenseren. Dat is te kort door de bocht. Natuurlijk zijn er verzekeraars, zoals Achmea en Uvit, die zich agressief in de markt hebben opgesteld en verliezen hebben ingekocht. Vroeg of laat moeten die gecompenseerd worden. Achmea maakt nu bekend dat het nog steeds fors verlies maakt op zowel de basis- als de aanvullende polissen. Ook ONVZ wilde al aan de noodrem trekken. Het is ook zo dat de burgers door de invoering van het nieuwe zorgstelsel berekenender voor een bepaalde aanvullende polis kiezen. Ze consumeren duidelijk meer zorg, ook bij De Friesland. Wij hebben dat vooral bij de tandartspolissen gezien. Daarom hebben wij onze polisvoorwaarden al per 1 januari van dit jaar aangescherpt.”
Over de halfjaarcijfers van De Friesland kan Feenstra niet veel zeggen. “We hebben en begroting gemaakt voor 2007 en zitten daar grosso modo op. De problemen van Achmea en ONVZ herken ik niet zo. Maar wij hebben dan ook veel minder met tussenpersonen en volmachten te maken. Daardoor hebben wij veel beter zicht op onze klant. Avéro heeft een grote volmachtportefeuille van Menzis overgenomen (National Academic, red.). Die groei kost je dus geld. Ik gun die problemen niemand, maar ik vind het niet erg dat ik ze niet heb.”
De Friesland sloot 2006 af met een technisch verlies van _ 0,8 mln. Inclusief het resultaat uit beleggingen kwam De Friesland uit op een winst van _ 4,5 mln. De omzet bedroeg _ 981 mln.
Volwassen
Hoewel de zorgpremies het komend jaar weer omhoog zullen gaan, vindt Feenstra dat het nieuwe zorgstelsel zijn werk doet. “Als je er op afstand naar kijkt, zijn dit normale ontwikkelingen in een zich ontwikkelende markt. De concurrentie is duidelijk verscherpt. Dat heeft een prijzenslag tot gevolg. Nu vindt er een consolidatieslag plaats, waarbij partijen fuseren. Dat is allemaal nodig om tot een volwassen markt te komen.”
“Doel van het nieuwe zorgstelsel is mede om de prijzen niet méér te laten stijgen dan nodig en om meer maatwerk voor klantgroepen te bewerkstelligen. Daar staat tegenover dat de zorgkosten stijgen, onder meer door de toenemende vergrijzing en de duurder wordende medische technologie. We zijn nu anderhalf jaar bezig met het nieuwe zorgstelsel. Iedereen verwacht dat de beoogde werking ervan nu al gerealiseerd wordt. Maar dat is onmogelijk. Dat gaat zeker nog vijf tot tien jaar in beslag nemen. We zijn een hele grote bedrijfstak en ook de cultuur van de sector moet mee veranderen. We hebben weliswaar een nieuw zorgstelsel, maar dat wordt door dezelfde mensen uitgevoerd. Die moeten ook veranderen. Wat je al wel ziet, is dat alles zakelijker en efficiënter wordt.”
Kwaliteit
Het toverwoord van deze tijd is volgens Feenstra ‘kwaliteit’. “Zowel de kwaliteit als de prijs van de zorg moet zichtbaar worden voor de klant. Het is aan de zorgverzekeraars om dat inzichtelijk te maken.” Hij realiseert zich dat de klant daarbij onmiddellijk denkt dat de verzekeraar financieel voordeel heeft als de verzekerde naar een bepaald ziekenhuis wordt doorverwezen. “Uiteindelijk is dat natuurlijk zo. Maar zou jij als verzekerde niet willen weten in welk ziekenhuis jij het beste behandeld wordt voor een liesbreuk? En zou jij daar dan niet 30 km voor willen omrijden?”
Feenstra is van mening dat de kwaliteit van de ziekenhuiszorg op straat moet komen te liggen. Het moet duidelijk zijn voor welke behandeling je naar welk ziekenhuis moet. “Het kan niet meer zo zijn dat alle ziekenhuizen alle behandelingen doen. Ziekenhuizen zullen zich moeten specialiseren.”
Om te voorkomen dat zorgverzekeraars als partij gezien worden in de keuze voor ziekenhuiszorg, moet er volgens Feenstra een derde onafhankelijke partij komen die de informatie over de ziekenhuizen neutraal en betrouwbaar naar buiten brengt. Welke partij dat zou moeten zijn, weet Feenstra nog niet. “We zijn er druk mee bezig.”
In zijn ogen maakt de klant de uiteindelijke keuze. “Maar als duidelijk is wat de kwaliteit van ziekenhuizen is, dan ben ik er van overtuigd dat de klant kiest voor de verzekeraar die die kwaliteit gecontracteerd heeft. En daar wil ik naar toe.”
De CQ-index (patiëntenervaringen met zorg) en de website www.kiesbeter.nl van de overheid, ziet Feenstra als toegevoegde waarde, maar niet als instrument om zijn doel te bereiken. “De CQ-index is belangrijk, maar bevat subjectieve informatie. Het is de beleving van de patiënt. Voor de burger is de kiesbeter.nl een lastige. Hoe vind je daar eenvoudig dat wat je zoekt? Nee, er moet een derde partij zijn die controleert en garandeert dat de kwaliteit goed is. Maar de grootste rol is weggelegd voor de zorgverzekeraars.”
Doelgroepen
Van de meer dan 500.000 verzekerden die De Friesland in de boeken heeft, bevindt zich 50% in een collectiviteit. “Daarmee zitten we iets onder het landelijk gemiddelde.” Feenstra ziet hier wel een groeimarkt. “In het najaar brengen wij vier nieuwe aanvullende polissen op de markt, die gericht zijn op bepaalde doelgroepen, zogeheten affinity groups. Het uitgangspunt is dat zo’n collectiviteit iets meer moet zijn dan een bundeltje individuele polissen met een strik eromheen. Het moet een ingang bieden om op kwaliteitsniveau iets meer te doen voor zo’n groep.” Om de concurrentie niet wijzer te maken, noemt Feenstra de bekende voorbeelden van diabetici of longpatiënten. Wel denkt hij dat er in noordelijk verband iets te doen is voor de ledenorganisaties van thuiszorginstellingen.
Voor de werkgeverscollectiviteiten levert De Friesland niet alleen zorgverzekeringen. In samenwerking met De Goudse worden onder eigen label ook verzuimverzekeringen aangeboden. “Maar dat is niet waar we in eerste instantie naar streven. Ons doel is om de werkgever van zijn verzuim af te helpen. Dat hoeft niet per se uit te monden in het sluiten van een verzuimpolis. Wij zijn een dienstverlener en geen polisverkoper.” De samenwerking met De Goudse wordt binnenkort weer geëvalueerd. “De uitkomst daarvan is nog niet zeker.”
Groei
Feenstra is ambitieus: De Friesland moet autonoom groeien naar 600.000 verzekerden. “Wij hebben nu in Noordoost Nederland een marktaandeel van 8,2%. Daar is dus nog heel veel ruimte. Verder zijn wij vooral vertegenwoordigd in de provincie Friesland. Inmiddels hebben we al veel gezaaid in de andere provincies en dat moeten we nu gaan oogsten. Ons voordeel ten opzichte van de grote jongens is onze goede service, onze goede producten en onze lage premies. Dat imago moeten we verder uitbreiden. Verder hebben wij de sympathie van onze klanten, doordat we dicht bij ze staan, naar ze luisteren en ook terugkoppelen wat we met hun opmerkingen hebben gedaan. Door onze sponsoractiviteiten staan we ook dicht bij de maatschappij”, zo somt hij de voordelen van De Friesland nog maar eens op. “Wij zijn net zo goed, zo niet beter dan de grote conglomeraten.”
Kader
Hans Feenstra werd 6 november 1954 geboren in Zaandam. Na zijn middelbare school studeerde hij geneeskunde aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. Hij is niet-praktiserend internist en is de enige medicus aan het roer van een zorgverzekeraar. Voordat hij in 1999 bij De Friesland begon, werkte Feenstra bij verzekeraar NVS. In zijn vrije tijd fietst hij met enige regelmaat Luik-Bastenaken-Luik en beklimt hij de Mont Ventoux en Alpe d’Huez. “Dat weten niet veel mensen van mij.”

Reageer op dit artikel