nieuws

De aansprakelijkheid van de assurantietussenpersoon

Archief

De casus

In een uitspraak van de rechtbank te Zwolle op 4 augustus 1999 (prg. 2000, 5481) ging het om de volgende feiten. Een echtpaar kocht een woning voor f 335.000 (financieringsbedrag f 367.000 waarvan f 100.000 aflossingsvrij). Bij de besprekingen over de financiering kwam het risico van overlijden van een van de partners in de periode tussen de datum van aankoop en de datum van levering wel aan de orde, maar de verzekeringsadviseur liet na dit risico (de zogenoemde 'voorlopige dekking') te verzekeren. De man overleed in de bewuste periode en de weduwe vorderde veroordeling van de assurantietussenpersoon tot vergoeding van de daardoor geleden schade.
 
De rechtbank veroordeelde de assurantietussenpersoon tot betaling van f 267.000 (het financieringsbedrag minus het aflossingsvrije gedeelte) met als onderbouwing dat de tussenpersoon als redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot het echtpaar had moeten wijzen op de mogelijkheid van een voorlopige dekking, te meer omdat de voorlopige dekking slechts geringe extra kosten meebrengt.
 
Opdracht
Voordat vast te stellen is wat nu de verplichtingen van een assurantietussenpersoon zijn, moet bekeken worden welke overeenkomst een assurantietussenpersoon en een aspirant-verzekeringnemer aangaan.
Wanneer een aspirant-verzekeringnemer een assurantietussenpersoon verzoekt een risico bij een verzekeraar onder te brengen, ontstaat er een overeenkomst die in de wet als opdracht wordt aangeduid. De opdrachtnemer dient bij zijn werkzaamheden de zorg van een 'goed opdrachtnemer' in acht te nemen. Wat een goed opdrachtnemer is, moet worden beoordeeld naar criteria van redelijkheid en billijkheid en op basis van de concrete omstandigheden van het geval. In het hiervoor genoemde vonnis kwam dit criterium tot uitdrukking door het gebruik van de zinsnede "als een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantiemakelaar" (zie mr. J.G.C. Kamphuisen in 'De opdracht aan de assurantietussenpersoon', Tjeenk Willink, Zwolle 1994, pag. 14/15).
 
De verplichtingen
Wanneer handelt een assurantietussenpersoon bij zijn advisering nu niet als redelijk handelend beroepsgenoot en schiet hij dus tekort in de nakoming van zijn verplichtingen? Men kan zich een schaal voorstellen met aan de ene kant de gevallen van duidelijk tekortschieten en aan de andere kant de gevallen waarin de relatie wel teleurgesteld is, maar er nauwelijks van tekortschieten sprake is.
Een duidelijk voorbeeld aan de ene kant van deze schaal is de situatie waarin de tussenpersoon onvoldoende aandacht schenkt aan de belangrijkste elementen van de gewenste verzekering, waardoor in het ergste geval de beoogde verzekering niet eens tot stand komt. Zo is er het voorbeeld van de motorrijder aan wie een verkeersverzekering werd geadviseerd, waarin het risico van motorrijden uitdrukkelijk uitgesloten bleek te zijn. In een dergelijk geval is de tussenpersoon aansprakelijk op grond van tekortschieten, en zelfs ook op grond van onrechtmatig handelen.
Een voorbeeld van het tegenovergestelde is de situatie van de tussenpersoon die duidelijk laat weten dat hij zich in zijn advisering beperkt tot bepaalde verzekeringsmaatschappijen. Als de verzekerde vervolgens merkt dat er bij een andere maatschappij een gunstiger product verkrijgbaar is, is tekortschieten en aansprakelijkheid niet aan de orde.
 
In de meeste gevallen zal het echter niet zo duidelijk liggen. Wat bijvoorbeeld indien een gegeven advies wel leidt tot de beoogde dekking, maar tegen een te hoge premie? Is de tussenpersoon dan aansprakelijk voor de schade, het verschil in premie? Om dat te beoordelen moet men weten wat de opdracht aan de verzekeringstussenpersoon heeft ingehouden.
 
Premieverschil
Uit de uitspraak van de rechtbank, en ook uit de literatuur over dit onderwerp, kan afgeleid worden dat, indien de wensen met betrekking tot de hoogte van de premie deel uitmaken van de opdracht – en dat zal vrijwel altijd het geval zijn – de opdrachtgever mag verwachten dat met die wensen rekening wordt gehouden. Indien dat niet correct gebeurt, schiet de tussenpersoon tekort en is hij dus aansprakelijk voor de schade.
Dit kan concreet inhouden dat wanneer de adviseur een product van maatschappij A adviseert en de relatie komt er na een aantal jaren achter dat op dat moment een gelijkwaardige verzekering van maatschappij B hem een forse premiebesparing had opgeleverd, hij een goede kans heeft om de adviseur met succes aan te spreken. Het premieverschil over de reeks verstreken jaren verhoogd met rente, kan hierbij een aanzienlijke schadeclaim opleveren. Met de toename van premievergelijkingssites en het transparanter worden van financiële diensten is een toename van dergelijke claims te verwachten.
 
Betekent dit nu dat een relatie mag verwachten dat zijn assurantietussenpersoon hem in verband met zijn wensen altijd het meest passende en meest voordelige product zal aanbieden? Met andere woorden mag een relatie een in alle opzichten 'best advice' verwachten?
Het antwoord op deze vraag is in beginsel bevestigend: de tussenpersoon moet bij zijn handelen als goed opdrachtnemer rekening houden met alle omstandigheden, en dus met alle door zijn cliënt geuite wensen. Hij is dus verplicht het naar die omstandigheden beste advies te geven.
 
Afbakening aansprakelijkheid
Kan een tussenpersoon zijn verplichtingen, en dus zijn aansprakelijkheid beperken? In het vonnis dat hierboven is beschreven, heeft de rechtbank aansprakelijkheid aangenomen, vooral omdat het advies tekortschoot ten aanzien van omstandigheden "die tijdens de besprekingen tussen partijen uitdrukkelijk onder ogen waren gezien".
Er zou dus géén aansprakelijkheid zijn geweest, wanneer het zou zijn gegaan om omstandigheden die door partijen niet onder ogen waren gezien. Dus wanneer men voorafgaand aan de aanvaarding van de opdracht vastlegt wat met de advisering wordt beoogd, met welke omstandigheden rekening wordt gehouden, en tot welke producten/dekking de advisering zich uitstrekt, bakent men de inhoud van de opdracht af en begrenst men daarmee tevens de aansprakelijkheid.
Een dergelijke begrenzing kan bijvoorbeeld te maken hebben met het aantal verzekeraars met welke de tussenpersoon een relatie heeft. In het hierboven genoemde voorbeeld van de geadviseerde duurdere verzekering is het voorstelbaar dat de tussenpersoon voor die verzekering kiest wegens zijn goede relatie met een bepaalde verzekeraar. Dit moet hij bij het vastleggen van de opdracht dan expliciet melden.
 
Van belang is dat zulke beperkingen aan de cliënt duidelijk kenbaar worden gemaakt. Het eenvoudigst kan dit gebeuren door in een (standaard) opdrachtbevestiging schriftelijk vast te leggen hetgeen tussen partijen is afgesproken over het aan te bieden product.
 
Conclusie
Nu als uitgangspunt geldt dat de assurantietussenpersoon geacht wordt redelijk bekwaam te zijn en redelijk te handelen en men beziet de toepassing van dit criterium in de rechtspraak, reikt de zorgplicht van de assurantietussenpersoon behoorlijk ver. De conclusie is gerechtvaardigd dat een assurantietussenpersoon zich duidelijk moet afficheren en daarbij duidelijk zijn grenzen en mogelijkheden moet aangeven. Hij moet aan de aspirant-verzekeringnemer kenbaar maken tot welke producten of soorten dekking zijn advies zich uitstrekt. Doet hij dat niet, dan kan zijn zorgplicht zelfs leiden tot aansprakelijkheid bij het verzuim een in alle opzichten 'best advice' te geven.
 
Het is dan ook van belang duidelijke afspraken te maken en die schriftelijk te bevestigen door bijvoorbeeld standaardopdrachtformulieren. Hierdoor wordt de afbakening van de opdracht bereikt, weten partijen wat zij van elkaar kunnen verwachten en wordt dus ook de aansprakelijkheid afgebakend.

Reageer op dit artikel