nieuws

DAS pleit voor handhaving van preventieve ontslagtoets

Archief

Afschaffing van de preventieve ontslagtoets is een slechte maatregel voor zowel werknemers als werkgevers. Dat is de mening van DAS Rechtsbijstand met het oog op de discussie die binnen de Sociaal-Economische Raad (SER) gaande is.

In mei wil de SER beslissen over het middellangetermijnadvies over de economie, waarvan het ontslagrecht een onderdeel uitmaakt.
Bij afschaffing van de preventieve ontslagtoets door het CWI kunnen werknemers zonder toetsing vooraf door een rechter of instantie op straat komen te staan. Daarbij blijven zij maanden in onzekerheid of dat wel terecht is geweest. Pas achteraf wordt immers door de rechter getoetst of sprake is geweest van een terecht ontslag. Zo’n procedure kan maanden voortslepen.
Werkgevers
Voor werkgevers lijkt versoepeling van het ontslagrecht een uitkomst, maar ook daar zitten haken en ogen aan, meent DAS. Ook voor een werkgever geldt dat pas maanden later vaststaat of het gegeven ontslag terecht is geweest. De bedrijfsvoering kan hierdoor ontregeld worden.
Ook de suggestie om werknemers die bezwaar maken tegen het ontslag in dienst te houden totdat er een uitspraak is gedaan, is geen optie volgens DAS. Het leidt namelijk calculerend gedrag van werknemers in de hand. Werknemers kunnen, door zich te verzetten, nog maandenlang in dienst blijven.
Als wel voor deze suggestie wordt gekozen, is de vraag wat de afschaffing van de preventieve ontslagtoets zal opleveren. De toets wordt dan immers verschoven van het CWI naar de kantonrechter. Daarbij is de vraag of de kantonrechter voldoende is toegerust om bijvoorbeeld bedrijfseconomische ontslagen te toetsen. De expertise hiervoor ligt vooral bij het CWI. “Bovendien mag een grote toeloop van ontslagzaken naar de kantonrechter worden verwacht, wat tot een stagnatie bij de rechtbanken leidt”, besluit DAS.

Reageer op dit artikel