nieuws

Brussel ziet scheve concurrentie in markt bedrijfsverzekeringen

Archief

De Europese Commissie is sceptisch over de concurrentieverhoudingen en de toegankelijkheid van de EU-markt voor zakelijke verzekeringen. Dat blijkt uit een interimrapport, waarin ook ons land een paar vegen uit de pan krijgt.

De commissie stoort zich onder meer aan de grote hoeveelheid langlopende contracten, groepsvrijstellingen, het provisiesysteem en het gebrek aan transparantie daarover en zogeheten contingent commissions. Eurocommissaris Neelie Kroes van Mededinging wil graag een betrouwbaar beeld krijgen van het functioneren van de zakelijke verzekeringssector in de EU. Daartoe is in juni 2005 een onderzoek gestart. Aan de hand van de resultaten wil ze vervolgens eventuele misstanden en verstoorde concurrentieverhoudingen aanpakken.
Aanleiding voor het onderzoek was de Spitzer-affaire die in 2004 en 2005 in Amerika stof deed opwaaien. Openbaar aanklager Eliot Spitzer stuitte daar op een scala aan frauduleuze praktijken die gemeengoed bleken bij het sluiten van met name industriële verzekeringen.
Obstakels
De Europese Commissie constateert tussen de lidstaten grote verschillen in de rendementen van verzekeringsmaatschappijen. Dat is voor haar een indicatie dat het slecht gesteld is met de concurrentieverhoudingen binnen de zakelijke tekening in de EU.
Belangrijke obstakels voor gezonde concurrentieverhoudingen zijn volgens de commissie langetermijncontracten en ‘bepaalde’ distributiestructuren. Onder meer in Nederland constateert de commissie dat langlopende contracten heel gebruikelijk zijn, al dan niet in combinatie met stilzwijgende verlenging daarvan. De gemiddelde contractduur in ons land zou 22 maanden zijn, wat boven het EU-gemiddelde ligt.
Dergelijke langdurige contracten herbergen het gevaar van afsluiting van de markt voor nieuwe spelers, zo luidt de voorlopige conclusie. Nader onderzoek moet nog uitwijzen of dit inderdaad zo is.
Het Verbond van Verzekeraars zegt in een reactie dat dit beeld is gebaseerd op inmiddels verouderde informatie. “De markt tendeert bij ons nu juist naar jaarcontracten. Alleen op eigen verzoek van een klant worden nog contracten gesloten voor maximaal vijf jaar”, aldus een woordvoerder. Meestal gaat het dan om complexe producten, waarbij het in het belang van de klant is dat die niet ieder jaar opnieuw bekeken hoeven te worden.
Objectief advies?
In het onderzoek is ook gekeken naar de rol die assurantiemakelaars en tussenpersonen spelen. Met name de ‘dubbele pet’ die zij op hebben, baart de commissie zorgen: het intermediair wordt geacht een objectief advies uit te brengen aan de klant, maar wordt daarvoor in de vorm van provisie betaald door de verzekeraar. Dat tast de objectiviteit van het advies aan in de ogen van de commissie. Zeker als daarbij ook sprake is van contingent commission: de bonusprovisie die assurantiemakelaars ontvangen van verzekeraars als bepaalde omzetdoelen worden gehaald.
In veel EU-landen wordt met deze bonusprovisie gewerkt en dat leidt volgens de commissie tot partijdigheid, geheimzinnigheid en belangenverstrengeling. Uit het onderzoek blijkt dat 50% tot 100% van de respondenten in Nederland heeft aangegeven in de onderzochte periode met bonusprovisie te hebben gewerkt.
Verder blijken vooral klanten niet te spreken over het gebrek aan transparantie als het gaat om de beloning van het intermediair, die een goede prijsvergelijking van de dienstverlening in de weg staat. Ook zal de Commissie nader onderzoek doen naar de dagelijkse praktijk op het gebied van retourprovisie. In Duitsland bestaat nog steeds een wettelijk verbod op het doorsluizen van provisie naar de klant.
Ten slotte worden in het rapport ook vraagtekens gezet bij groepsvrijstellingen (die samenwerking tussen verzekeraars mogelijk maken, onder meer op het vlak van polisvoorwaarden en premieberekening) en bij ‘best terms and conditions’-clausules, die in de herverzekeringssector gebruikelijk zijn.
Eindrapport
Vandaag vindt in Brussel een hoorzitting plaats, waar belanghebbenden hun zegje kunnen doen over deze materie. Aansluitend nodigt de commissie iedereen uit om meningen en ervaringen ten aanzien van de markt voor zakelijke verzekeringen voor 10 april per e-mail kenbaar te maken. Het adres: Comp-Ins-Inquiry-Feedback@ec.europa.eu.
De definitieve rapportage, waarin ook de resultaten van de hoorzitting van vandaag en de schriftelijke consultatie worden betrokken, komt in september uit.

Reageer op dit artikel