nieuws

‘Belangen slachtoffers op de tocht bij uitvoering voorstellen PIV’

Archief

Personenschaderegelaar Peter Koudstaal is beducht voor de wens van verzekeraars om het honorarium van personenschaderegelaars te gaan normeren. Hij uitte zijn huiver tijdens een inleiding voor de Leidse Assurantieclub.

Koudstaal ging uitvoerig in op het project van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) dat staat beschreven in het pas gepubliceerde boek ‘Buitengerechtelijke kosten – vijf visies op de redelijkheid’.
In dat boek wordt de gedachte gelanceerd om het honorarium dat in een letselschadezaak door de aansprakelijke verzekeraar moet worden verstrekt aan de belangenbehartiger van het slachtoffer, te normeren. Dit om discussies met belangenbehartigers over de bij die verzekeraars ingediende nota’s te voorkomen.
Koudstaal wijt deze ‘discussies’ voornamelijk aan de opstelling van verzekeraars. “Wanneer de nota’s van belangenbehartigers netjes worden betaald en niet – ten onrechte – als ‘onderhandelingsstuk’ worden beschouwd, is er geen reden voor discussie. Mocht zich een exces voordoen, dan vergt dat natuurlijk wel enige vaardigheid van een verzekeraar om de belangenbehartiger daarvan op een nette en goed onderbouwde wijze te overtuigen.”
Standaardisatie
Koudstaal over standaardisatie: “Ik heb geen bezwaar tegen verregaande standaardisatie en normering van het proces van letselschade regelen. Bijvoorbeeld op het gebied van smartengeld of huishoudelijke hulp. Maar door het maximeren van de kosten die aan de belangenbehartiger worden betaald, hopen verzekeraars voornamelijk de discussies over de aansprakelijkheid en de letselschade te kunnen inperken. Dat is niet in het belang van slachtoffers”.
Daarnaast kan het plan van verzekeraars er volgens Koudstaal toe leiden, dat meer belangenbehartigers zich door het slachtoffer tegen een percentage van het schadebedrag willen laten uitbetalen. “Bij deze methodiek van honoreren komt het slachtoffer vaak financieel tekort. Een dergelijke ontwikkeling is dus zeker niet wenselijk.”
Salvage-idee
De gedachte van het PIV om bij letselschade in het wegverkeer te gaan werken met een ‘salvage-aanpak’ zoals in de brandverzekering, spreekt Koudstaal wel aan. De centraal geregelde inschakeling van een letselschade- expert heeft volgens Koudstaal zo zijn voordelen. “Plannen die de uiteindelijke slagkracht vergroten zijn in het belang van het slachtoffer. Elkaar voor de voeten lopende deskundigen zijn dat niet.”
Minder gelukkig is Koudstaal met de deskundigen die het PIV daarvoor wil inschakelen: “Het PIV zoekt deze in de kring van de experts die al voor verzekeraars werken. Maar het slachtoffer dat zijn eigen deskundige (bij wie hij zijn belangen veilig acht) wil uitzoeken, moet daarin worden gerespecteerd. Wat mij betreft kunnen er overigens best werkafspraken worden gemaakt met de aansprakelijke verzekeraar, waarbij de letselschadecorrespondent van de maatschappij wat meer als bewaker van het proces zou kunnen optreden”.
Peter Koudstaal: “Nota’s belangenbehartigers niet als onderhandelingsstuk beschouwen”.

Reageer op dit artikel