nieuws

‘Banksparen gaat veel banen kosten’

Archief

Invoering van het ‘banksparen’ zal de concurrentiestrijd op de miljardenmarkt voor vermogensopbouw verder verscherpen, menen de IG&H-partners Jaap Hoekman en Matthijs Mons. Volgens hen vormt de wet Depla-Blok een grote bedreiging voor levensverzekeraars en de werkgelegenheid aldaar.

Financiële consumenten zijn van oudsher gewend om bediend te worden door vijf verschillende instituten: banken, verzekeraars, vermogensbeheerders, pensioenfondsen en intermediairs. Zij opereerden oorspronkelijk volledig separaat met ieder eigen wettelijke, fiscale en organisatorische kaders. De onderlinge interactie was beperkt: het waren gescheiden werelden. Stap voor stap zijn deze partijen zich echter op elkaars terrein gaan begeven. Er zijn onderlinge fusies gekomen, men ging elkaars producten verkopen en inmiddels begeeft men zich ook als producent op elkaars terrein.
De echte concurrentieslag tussen deze partijen concentreert zich op de miljardenmarkt voor fiscaal geblokkeerde vermogensopbouw. Dit is traditioneel het domein van levensverzekeraars, intermediairs en pensioenfondsen. Bij al deze producten gaat het voor de klant in essentie om de vraag wie langjarig het beste rendement laat zien op het gebied van vermogensbeheer. Een eenvoudige rekensom leert immers hoe enorm de gevolgen zijn bij pensioenopbouw als het rendement over dertig jaar gemiddeld 1% per jaar lager is. Het is dan ook verbazingwekkend dat pensioenadviseurs nog altijd nauwelijks aandacht aan dit gegeven besteden.
Veel te winnen
De wet Depla-Blok maakt het banken en vermogensbeheerders mogelijk een groot deel van deze markt naar zich toe trekken ten koste van levensverzekeraars. Het gaat hier om enorme belangen. Want de vermogensopbouwmarkt in Nederland kent een jaarlijkse nieuwe geldinstroom van _ 50 miljard en een beheerd vermogen van zo’n _ 1.300 miljard. Daarvan is overigens driekwart geblokkeerd en slechts een kwart ‘vrij’ sparen en beleggen. Maar voor banken en vermogensbeheerders valt hier veel te winnen.
Hun onderscheidend vermogen ten opzichte van verzekeraars bestaat uit vijf elementen:
1) De volledige inleg wordt belegd; bij verzekeringsproducten is dit meestal niet het geval.
2) Er is sprake van doorlopende fees in plaats van afsluitprovisie, waardoor waardeopbouw vanaf het eerste moment plaatsvindt.
3) Administratie vindt nagenoeg volledig geautomatiseerd plaats en systemen zijn via internet online toegankelijk.
4) De klant heeft vaak de vrije keuze uit beleggingsfondsen.
5) Het imago van banken onder potentiële klanten is vooralsnog veel gunstiger dan dat van levensverzekeraars, die de laatste jaren ongenadig onder vuur liggen.
Kostenbasis
In dit krachtenspel is er voor grote pensioenfondsen en -uitvoerders zoals ABP, PGGM en MN-Services nog weinig gevaar te duchten. De prestaties van de reguliere beleggingsfondsen van banken, vermogensbeheerders en verzekeraars zijn onvoldoende om het degelijke imago en de gezonde lange termijn rendementen van de pensioenfondsen te bedreigen. Sterker nog: pensioenuitvoerders kunnen op basis van hun vermogensbeheerkwaliteiten een geduchte partij worden op de vermogensopbouwmarkt. Verzekeraar Loyalis van ABP is in ons land bijvoorbeeld de onbetwiste marktleider in levensloopproducten.
Levensverzekeraars zijn echter kwetsbaar, mede door de reputatieschade als gevolg van de woekerpolisaffaire. De toenemende mogelijkheden voor vermogensbeheerders en banken ten aanzien van fiscaal geblokkeerde vermogensopbouw maakt het aannemelijk dat de komende jaren honderden miljoenen lijfrente- en KEW-productie bij verzekeraars zal wegvallen. Door deze concurrentieslag zijn verzekeraars genoodzaakt te streven naar een substantiële verlaging van hun kostenbasis. Dit kan alleen door doorbraken te realiseren op het gebied van arbeidsproductiviteit via vergaande digitalisering, met forse consequenties voor de werkgelegenheid in de verzekeringssector.
Consultants.

Reageer op dit artikel