nieuws

Afwikkeling letselschade kan beter

Archief

“In AM-nr. 11 van 23 mei is onder het kopje ‘Spiegel’ commentaar geleverd op het PIV Jaarverslag 2002. In dit commentaar is met name gereageerd op wat in dit jaarverslag is opgenomen over de claimcultuur, een onderwerp dat – logischerwijs – door het PIV met belangstelling wordt gevolgd.

Een ander thema – waar het PIV zo mogelijk nog meer aandacht voor heeft – betreft de behandeling van personenschaden. Ook hierover is in het jaarverslag uitvoerig bericht, maar dit is helaas niet in het commentaar betrokken door de heer Vroom. Het PIV vindt namelijk dat de regeling van personenschaden op diverse onderdelen verbeterd kan worden. Hierbij kan gedacht worden aan het medisch traject en de oplossing van geschillen, maar ook aan door partijen te hanteren termijnen en te verstrekken informatie.
Het PIV is van mening dat het schaderegelingstraject efficiënter en transparanter kan, waarbij het slachtoffer – terecht – de grote winnaar is. Het gaat daarbij met name om verkeersongevallen, bedrijfsongevallen en beroepsziekten. Wanneer een zaak lang duurt wordt maar al te gauw met de beschuldigende vinger naar de verzekeraar gewezen. Soms is dat terecht, maar volgens het PIV lang niet altijd.
Het PIV wil op dit gebied een voortrekkersrol vervullen en verwacht dat andere partijen zoals de belangenbehartigers en de wetenschap daarbij zullen aanhaken. De eerste ervaringen op dit punt zijn veelbelovend. Ook het Nationaal Platform Personenschade (NPP) kan daarbij een belangrijke initiërende en coördinerende rol vervullen.
Zoals ook in het Jaarverslag 2002 van de Ombudsman Verzekeringen te lezen valt, vormt de vergoeding van de buitengerechtelijke kosten – nog immer – een hardnekkig probleem in de schaderegeling. Het PIV wil in 2003 met voorstellen komen op dat punt. Het regelingstraject van personenschade kan dus nog wel wat verbeterd worden; het PIV wil daaraan een belangrijke steen bijdragen.”
Mr. Theo Kremer,
directeur PIV
Naschrift:
Het bedoelde commentaar is gebaseerd op de openingsbeschouwing, zeg maar de ‘Troonrede’, in het jaarverslag van het PIV. Trekken wij de vergelijking door, dan wijst Kremer er op dat geen opmerkingen over andere zaken uit de Begroting zijn gemaakt. Daar heeft hij op zich gelijk in, maar wij kunnen dus tevens vaststellen, dat Kremer in zijn reactie niet inhoudelijk op het commentaar ingaat.
Richard Vroom

Reageer op dit artikel